De biografie van Adolf Hitler

Adolf Hitler werd geboren op 20 april 1889 in Ranshofen, Oostenrijk. Veel Oostenrijkers zagen zichzelf als Duitsers, maar waren loyaal aan Oostenrijk. Voor Hitler was er alleen Duitsland. Samen met vrienden zong hij het volkslied ‘Deutschland Über Alles’ en begroetten ze elkaar met “heil”. In Europa had men nog geen weet, dat deze man een wereldoorlog zou ontketenen en een heel volk zou proberen uit te roeien.

Vanaf 1905 leefde Hitler in Wenen en verkreeg hij financiële steun van zijn moeder. In deze periode probeerde Hitler de Academie van de Schone Kunsten binnen te komen, maar werd hij tweemaal geweigerd. In 1907 overleed zijn moeder en kreeg hij geldproblemen. Twee jaar later nam hij intrek bij de daklozenopvang. In 1910 kon hij terecht bij een huis voor armoedige arbeiders aan de Meldemannstraße. Tijdens zijn verblijf in Wenen groeide zijn haat jegens de Joodse inwoners van de stad. Hij gaf de Joden de schuld van zijn eigen tegenslagen.

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hitler diende aan het westelijk front in Frankrijk en België. Hij nam deel aan veldslagen bij Ieper, de Somme en Passchendaele. Dat de Duitsers de oorlog verloren, maakte Hitler woedend. Hij omschreef de oorlog als zijn beste ervaring tot dusver. Het sterkte hem in zijn nationalisme en zijn ideologie begon steeds meer vaste vorm te krijgen. Duitsland kreeg te kampen met zware herstelbetalingen en leed veel economische schade. Er heerste een pessimistische sfeer, waarin racistische impulsen floreerden. In deze instabiele omstandigheden werd de Weimar Republiek opgezet, met een democratische staatsvorm.

Na de oorlog sloot Hitler zich aan bij de Duitse Arbeiderspartij, de voorloper van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In 1921 werd Hitler de leider en was hij een fanatiek politicus geworden, die ‘de glorie’ van Duitsland wilde herstellen. Hij moest niets hebben van de Weimar democratie. In 1923 deed hij met zijn medestanders van de NSDAP een couppoging, de zogenaamde Bierkeller Putsch. De machtsgreep faalde en Hitler belandde in de cel. Tijdens zijn gevangenschap werkte Hitler zijn ideeën uit op papier, het later gepubliceerde boek Mein Kampf.

Na zijn vrijlating in 1924, begon Hitler met het uitbouwen van zijn populariteit. Zijn felle retoriek met betrekking tot antisemitisme, de Duitse cultuur, anticommunisme en de Weimar Republiek sloeg aan. De NSDAP won een fors aantal zetels in het parlement, en in 1933 wist Hitler democratisch aan de macht te komen. Als führer van de Duitse natie, begon hij de Tweede Wereldoorlog, door onder meer Polen, Tsjechië, Nederland en Frankrijk binnen te vallen en te bezetten. Hitler bracht zijn ideeën in de praktijk. De Joden werden bestempeld als ‘üntermenschen’ en stelselmatig vermoord, verbrand en vergast in speciale concentratie- en vernietigingskampen; de Holocaust. Duitsland kreeg een autoritaire samenleving vol gewelddadige elementen. Ook minderheden als de Roma en de Sinti, en Slavische krijgsgevangen, werden massaal uitgemoord. De dictatuur van Hitler kostte aan tientallen miljoenen mensen het leven.

Op 30 april 1945 pleegde Hitler zelfmoord in de 'Führerbunker', toen Russische troepen de stad Berlijn hadden ingenomen en de Tweede Wereldoorlog definitief gewonnen werd door de geallieerden.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!