De Investituurstrijd en het Concordaat van Worms

Al decennia lang zijn de twee machtigste personen in Europa – de Keizer van het Heilige Roomse Rijk en de Paus – verwikkeld in een machtsstrijd. Inzet is het recht op de benoeming van bisschoppen, die zowel wereldlijke as geestelijke macht bezitten. Uiteindelijk eindigt de strijd in een compromis als Paus Callixtus II en keizer Hendrik V op 23 september 1122 – vandaag precies 890 jaar geleden – het Concordaat van Worms sluiten.

In het Europa van de 10e eeuw was de positie van bisschop meer dan alleen een religieuze betrekking. Vaak hadden deze geestelijken ook grote verantwoordelijkheden in het lokale bestuur en waren zij betrokken bij het innen van allerlei belastingen en heffingen. De meeste koningen en keizers uit deze tijd vonden het dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat zij een rol speelden in de benoeming van de bisschoppen in hun gebieden.

Gregoriaanse hervormingen

Paus Gregorius VII (1073-1085) – geboren als Hildebrand van Sovana – dacht hier echter heel anders over. Hij streefde ernaar zijn eigen macht te centraliseren en de katholieke kerk van alle wereldlijke invloeden te zuiveren. Een van zijn eerste maatregelen was dan ook de publicatie van de ‘Dictatus Papae’, een reeks decreten waarin Gregorius zich onder meer het alleenrecht toe-eigende om voortaan de bisschoppen te benoemen. Hij ging echter nog verder en beweerde zelfs dat de Paus het recht bezat om de Heilige Roomse Keizer af te zetten.

Investituurstrijd

Hendrik IV, de koning van Duitsland en de latere Heilige Roomse Keizer, was het hier echter niet helemaal mee eens. Nog datzelfde jaar stuurde hij een brief naar Gregorius waarin hij in felle bewoordingen duidelijk maakte dat hij hem niet meer erkende als Paus. Aan het hoofd van de boodschap stond “Hendrik, koning niet door usurpatie van de Duitse troon maar door de heilige wijding van God, aan Hildebrand, in het heden geen paus maar een valse monnik”. Gregorius reageerde in 1076 door Hendrik te excommuniceren en hem af te zetten als koning van Duitsland.

Knieval van Canossa

Hendrik IV

Hendrik IV

Al snel kwam Hendrik erachter dat hij te ver was gegaan en dat hij een grote fout had gemaakt. Een aantal van zijn heren besloot na zijn excommunicatie namelijk zijn gezag niet langer te erkennen en ook een deel van de Duitse bisschoppen keerde zich tegen hem. Sommige edellieden maakten zelfs al plannen om een nieuwe koning te kiezen. Hendrik besefte daarom dat hij snel vrede moest sluiten met de Paus en trok daarom in 1077 op boetetocht naar Canossa, waar de Paus zich bevond. Die liet hem vervolgens –als een soort vernedering- drie dagen wachten alvorens hij zijn excuses accepteerde en hem vergeving schonk.

Tegenpaus

De Knieval van Canossa bracht echter geen einde aan de onrust in Duitsland en de opstand tegen Hendrik IV duurde voort. Paus Gregorius dacht hierin een beslissende rol te kunnen spelen en koos in 1080 de kant van de opstandelingen door Hendrik opnieuw te excommuniceren. Deze tweede excommunicatie werd door velen echter als onterecht beschouwd en haalde daardoor weinig uit.

Bovendien nam Hendrik vrijwel direct wraak door nog datzelfde jaar een tegenpaus aan te stellen: Clemens III. Veel verder zou het conflict echter niet escaleren, want Paus Gregorius overleed vijf jaar later en zijn opvolger, Paus Urbanus II, had het te druk met het organiseren van de Eerste Kruistocht om het conflict met Hendrik – die de strijd in Duitsland uiteindelijk zou winnen - nog verder op de spits te drijven.

Concordaat van Worms

In 1105 werd keizer Hendrik IV gedwongen af te treden als gevolg van een opstand van zijn zoon, Hendrik V. Aanvankelijk besloot deze jongere telg van de familie de Investituurstrijd voort te zetten, met als voorspelbare gevolgen de excommunicatie van Hendrik V, opstanden in Duitsland en de aanstelling van een nieuwe tegenpaus: Gregorius VIII. Na verloop van tijd kwamen beide partijen echter tot de conclusie dat een verdere voortzetting van de strijd zinloos zou zijn.

Op 23 september 1122 kwamen keizer Hendrik V en Paus Calixtus III daarom bijeen in de Duitse stad Worms om een compromis te sluiten. In dit zogeheten ‘Concordaat van Worms’ werd vastgelegd dat de benoeming van bisschoppen voortaan voorbehouden was aan de Paus, maar dat de keizer het recht had om kandidaten die hem niet bevielen geen wereldlijke macht toe te kennen. Deze gescheiden benoeming van ‘staf ’ (wereldlijke macht) en van ‘ring’ (geestelijke macht) vormt op deze manier een van de oudste historische voorbeelden van een scheiding tussen kerk en staat.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.