Homohuwelijk

De lange weg naar de eerste homohuwelijken in Nederland

Op 1 april 2021 is het precies twintig jaar geleden dat in Nederland de eerste homohuwelijken werden gesloten, hierdoor was Nederland even wereldnieuws. Sindsdien zijn er al zo´n 20.000 stellen van hetzelfde geslacht met elkaar getrouwd. Hoe kwamen die eerste homohuwelijken in Nederland tot stand?

Het homohuwelijk werd in de zomer van 1967 voor het eerst in Nederland een publieke kwestie. Het dagblad De Tijd berichtte op 1 juli van dat jaar dat er een ´vreemde plechtigheid´ had plaatsgevonden in een Rotterdamse kapel. Op 26 juni hadden twee jongemannen, Harrie Rietra en Jean-Marie Knockaert, een mis laten opdragen, waarbij ze ringen hangen uitgewisseld. Het bisdom gaf toe dat dit was gebeurd, maar zij deden het af als een reclamestunt. De mannen zouden het uitwisselen van de ringen in scène hebben gezet om de foto´s te kunnen verkopen aan roddelbladen.

Rietra en Knockaert ontkenden dit, zij wilden naar eigen zeggen alleen ´hun vriendschap bezegelen voor God´. Dit verloor echter snel aan geloofwaardigheid, toen een aantal dagen later een reportage met foto´s van hun ceremonie in de Britse tabloid News of the World verscheen. Ze hadden de foto´s dus toch verkocht.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Het homohuwelijk als actiepunt

Deze actie deed behoorlijk wat stof opwaaien en zorgde ervoor dat het homohuwelijk weer onder de aandacht kwam. Twee jaar later, in 1969, werd het homohuwelijk een actiepunt van Harry Thomas, muziekproducent en openlijk homoseksueel. Aan het einde van de jaren ´60 en het begin van de jaren ´70 schreef hij hier ook meerdere boeken over. Eind 1969 richtte hij de Nederlandse Homofielen Partij op en trad hij naar voren als voorzitter. Met zijn partij streefde hij naar een wettelijke erkenning van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht.

Hij kreeg echter niet veel steun voor zijn campagne. De homo-emancipatiebeweging COC stond niet achter het homohuwelijk, omdat zij voorstander was van relatievrijheid. De COC wilde dat verschillende soort relaties, dus het huwelijk, maar ook gesloten en open relaties, werden gezien als gelijkwaardige opties. Maar Thomas liet zich hierdoor niet tegenhouden. In mei 1970 kondigde hij aan dat hij de relatie tussen hem en zijn vriend in juni van dat jaar zou laten inzegenen in een rooms-katholieke eucharistieviering, maar hij kreeg hier uiteindelijk geen toestemming voor van de kerkleiding. Het feest ging dus niet door.

Ontwikkelingen in de jaren ´80

Aan het einde van de jaren ´80 werden de eerste juridische stappen voor de legalisering van het homohuwelijk gezet. Dit werd gedaan door jurist Jan Wolter Wabeke, hij had hiervoor een persoonlijke motivatie. Hij wilde betere rechten en meer zekerheid voor hem en zijn man, met wie hij al ruim tien jaar samenwoonde. Volgens Wabeke was zijn relatie al min of meer geaccepteerd in zijn omgeving en op zijn werk, maar op het gebied van onder andere erfrecht, huurrecht, adoptierecht, pensioenrecht en sociale uitkeringen werden naar eigen zeggen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht nauwelijks erkend of gerespecteerd. Dat wilde hij anders zien.

In 1988 schreef Wabeke een concept voor een burgerlijk huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het idee was om enkele wijzigingen aan te brengen in het bestaande familierecht, waarbij de essentiële elementen van het burgerlijk huwelijk en de wettige gevolgen ervan behouden zouden blijven. Hij kwam tot de conclusie dat dit goed mogelijk was binnen het kader van het burgerlijk recht.

Het concept en een uitgestippelde campagne hiervoor besprak hij met Henk Krol, destijds naast politicus ook hoofdredacteur van de Gaykrant. Wabeke en Krol riepen een stichting in het leven, genaamd Vrienden van de Gaykrant, en begonnen een campagne voor de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht. Hierbij kwamen twee proefprocessen aan bod, waarbij twee koppels van hetzelfde geslacht de vele fasen en stappen van het juridische proces doorliepen. Door de campagne van Wabeke en Krol erkende de meervoudige kamer van de Amsterdamse rechtbank in 1989 dat: ´Nergens in de wet staat dat het huwelijk alleen bedoeld is voor een man en een vrouw, maar dat neemt niet weg dat de wetgever het huwelijk wel degelijk bedoeld heeft voor een man en een vrouw´.

Het paarse kabinet

Mede door de campagne van Wabeke en Krol hadden ruim honderd gemeenten in 1994 inmiddels een voorlopig trouwregister geopend voor mensen met hetzelfde geslacht. In datzelfde jaar trad ook het eerste paarse kabinet aan en staatssecretaris van Justitie Elizabeth Schmitz, meldde dat het nog ten minste vier jaar zou duren voordat er een wetsvoorstel voor een wettelijke relatieregeling zou komen.

En inderdaad vier jaar later, op 1 januari 1998, werd het voor zowel homo´s en lesbiennes als hetero´s mogelijk om een geregistreerd partnerschap te sluiten. De ontbinding van een geregistreerd partnerschap is makkelijker dan de ontbinding van een huwelijk, de overige rechtsgevolgen zijn vrijwel hetzelfde.

Maar het geregistreerde partnerschap was niet voldoende, men wilde trouwen. Het huwelijk heeft voor veel mensen immers toch een bijzondere waarde en symboliek. De nieuwe staatssecretaris van Justitie van het tweede paarse kabinet, Job Cohen, was degene die in 1998 het wetsvoorstel voor openstelling van het burgerlijk huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht door het parlement loodste. In de Tweede Kamer stemden 109 Kamerleden voor het wetsvoorstel van Cohan en 33 leden, voornamelijk van de christelijke partijen, tegen.

De eerste homohuwelijken in Nederland

Op 1 april 2001 was het dan zo ver: de wet die het homohuwelijk regelde, trad in werking. Op 1 april om middernacht zouden de eerste homohuwelijken in Nederland een feit zijn en zou Nederland wereldnieuws worden. Op 31 maart verzamelde de pers vanuit heel de wereld, van Japan tot de Verenigde Staten, in de raadzaal van Amsterdam om dit historische moment vast te leggen. Voorafgaand aan de ceremonie gaf Job Cohen, inmiddels burgemeester van Amsterdam, een persconferentie. Hij was trots op de wereldprimeur die Amsterdam had en noemde de stad de ´gay capital van Europa, en misschien nog wel verder´.

Een groepje zwijgende christenen uitte hun onvrede nog door een kleinschalig protest te beginnen voor het Muziektheater met de boodschap ´Laat ons wederkeren tot de Heere´, maar dit had weinig effect. Net na middernacht op 1 april gaven vier koppels van hetzelfde geslacht, Dolf Pasker en Gert Kasteel, Peter Wittebrood-Lemke en Frank Wittebrood, Louis Rogmans en Ton Jansen, en Hélène Faasen en Anne-Marie Thus elkaar voor een volle raadzaal het ja-woord.

Twintig jarig jubileum

Naast de vier stellen die voor het oog van de wereld werden gehuwd in de raadzaal in Amsterdam, waren er natuurlijk dat jaar nog veel meer stellen die elkaar het ja-woord gaven. In totaal trouwden er zo´n dertienhonderd stellen van hetzelfde geslacht in 2001. Ook zij mogen dit jaar dus hun twintig jarig jubileum vieren.

Bronnen:

Afbeelding:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.