Newsboys

De newsboysstaking van 1899: Hoe jonge Amerikaanse krantenjongens verandering en respect afdwongen

Protesteren en demonstreren is van alle tijden. Mensen gaan de straat op om verandering af te dwingen en op te komen voor hun rechten. Maar het komt zelden voor dat kinderen de aanstichters van een protest zijn. Toch is dat is precies wat er in 1899 gebeurde. Toen kwamen de zogenoemde newsboys in opstand. Wat is hun verhaal?

Aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw speelden de newsboys, in het Nederlands ook wel bekend als krantenjongens, een essentiële rol in de distributie van Amerikaanse kranten. De newsboys varieerden enorm in leeftijd, er waren jongvolwassen van rond de 20 die het werk deden, maar ook veel kinderen die amper 10 jaar oud waren. Ze kwamen veelal uit hele arme families of waren wees. Krantenuitgevers waren voor een groot deel afhankelijk van de newsboys voor de verspreiding van hun kranten op straat. De ochtendeditie werd vaak direct naar de lezers gebracht, maar de middageditie van de kranten niet. Het was dus de taak van de newsboys om deze kranten op straat aan de man te brengen.

De newsboys waren niet in dienst van de uitgevers, maar ze kochten de kranten zelf bij de uitgever. Ze betaalden zo´n 50 cent voor 100 kranten die ze dan vervolgens weer doorverkochten voor 1 cent per krant. Een winst van een schrale halve cent per krant. Het was hard werken voor de newsboys. Aangezien de uitgevers weigerden om onverkochte exemplaren terug te kopen, moesten de krantenjongens alle kranten verkopen om enigszins rond te kunnen komen, maar dat lukte niet altijd. Gemiddeld verdienden zij zo´n 30 cent per dag, soms iets meer als er groot nieuws in de krant stond, waardoor de verkoop harder ging.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


De aanloop naar de staking

In 1899 was niet de eerste keer dat newsboys in opstand kwamen. In 1886, 1887 en 1889 waren er ook al stakingen geweest. Deze hadden echter niet zoveel effect als de staking van 1899. Een belangrijke factor hierbij waren de omstandigheden in grote steden als New York en New Orleans in die periode. Er was in die tijd overal in Amerika sprake van veel geweld en hoge spanningen. Tussen 1895 en 1929 vonden er zogenoemde streetcar strikes plaats in veel grote Amerikaanse steden, waarbij stakende Amerikanen onder andere het openbaar vervoer met excessief geweld saboteerde. De hoeveelheid stakingen in Amerika bereikte in die periode zijn hoogtepunt. Stakingen deden zich de hele tijd voor, overal.

Newsboys

En de newsboys zagen dit natuurlijk ook gebeuren. Zij besloten in 1899 ook te gaan staken, in eerste instantie in New York. De directe aanleiding was een actie van de twee grootste krantenuitgevers van New York: Joseph Pulitzer van de New York World en William Randolph Hearst van de New York Journal. De directe aanleiding voor de staking was de reactie van de krantenuitgevers op de Spaans-Amerikaanse oorlog die in 1898 uitbrak. Doordat iedereen het nieuws over de oorlog wilde volgen, stegen de krantverkopen. Om daar optimaal van te kunnen profiteren, verhoogden de uitgevers hun prijs van 50 cent naar 60 cent per bundel. Op dat moment was dat voor de newsboys nog geen probleem, ze hadden meer onkosten, maar verkochten door het conflict immers genoeg kranten. Maar nadat de oorlog op 10 december 1898 eindigde, daalde ook de krantenverkoop. De meeste uitgevers kozen ervoor om de prijs van de bundels weer terug te brengen tot 50 cent, maar Hearst en Pulitzer deden dit niet. Volgens de website American Heritage kwam dit door een persoonlijk conflict tussen Hearst en Pulitzer. In een poging om meer kranten te verkopen dan de ander staken ze veel geld in het aantrekkelijk maken van hun kranten. Om dit te kunnen financieren verhoogden ze de prijzen van de kranten voor de newsboys. Maar die zagen hun verkoop daardoor teruglopen.
 
In de zomer van 1899 werd het voor de newsboys steeds moeilijker om de kranten door de prijsverhoging te kunnen betalen en ze beseften zich dat de prijs waarschijnlijk niet omlaag zou gaan tenzij ze er zelf iets aan deden. En dat deden ze dan ook.

Het verloop van de staking van 1899

Nadat de newsboys ook nog eens minder kranten kregen nadat ze wel voor een hele bundel hadden betaald, was de maat vol en besloten ze in actie te komen tegen Hearst en Pulitzer. De eerste incidenten vonden op 18 juli 1899 plaats in Long Island City, toen een groep newsboys een distributiewagen van de New York Journal omkieperde en eiste dat de prijzen van de kranten omlaaggingen. Op 19 juli had het nieuws van de incidenten ook de andere newsboys in New York bereikt. Newsboys uit allerlei verschillende delen van de stad verzamelden zich in het City Hall Park en vormden een comité om een strategie voor het protest te bepalen. Ze hadden zelfs speciale officieren en organisatoren aangewezen. De leiders van de opstand waren de 18-jarige Louis Baletti, met als bijnaam ´Kid Blink´, en de 21-jarige David Simons.
 
De eerste fase van het protest ging gepaard met veel geweld. Iedere persoon, voornamelijk mannen, die gezien werd met een van de twee geboycotte kranten werd door de krantenjongens aangevallen en mishandeld. De krant werd meteen uit elkaar gescheurd. Door de protesten lieten krantenuitgevers volwassen mannen de kranten op straat verkopen met bescherming van de politie, maar de stakers wisten de politie vaak af te leiden en toch toe te slaan. Vrouwen en kinderen werden grotendeels gespaard, zoals Kid Blink het verwoordde: ´A feller can´t soak a lady´. Overal in de stad werden flyers opgehangen waarop werd opgeroepen om de kranten van Hearst en Pulitzer niet meer te kopen. De newsboys maakten zich overal kenbaar, dat merkte ook een lokale journalist destijds. Volgens de American Postal Workers Union beschreef hij het als volgt: ´You see them everywhere. They rend the air and deafen you with their shrill cries. They surround you on the sidewalk and almost force you to buy their papers. They are ragged and dirty. Some have no coats, no shoes, and no hat´.
 
Op 24 juli 1899 hielden de newsboys een grote rally in the Irvin Hall in New York, mede gefinancierd door senator Timothy D. Sullivan. Zo´n 5000 krantenjongens uit Manhattan, 2000 uit Brooklyn en nog eens 700 uit andere stadsdelen van New York waren hierbij aanwezig. Zowel de stakers zelf als lokale zakenmensen en politici gaven speeches tijdens de rally. Toen de speeches klaar waren, kwam leider Simons ook nog aan het woord. Hij las een lijst met mogelijke oplossingen voor en vertelde dat de staking zou duren totdat de twee kranten hun prijzen verlaagden. Daarbij riep hij de newsboys op om geweldloze verzetsmethoden toe te passen, en die deden dat ook. In de dagen na de rally werd er niet langer geweld toegepast tijdens de protesten en dat had effect. De newsboys kregen de bevolking en de media aan hun kant en de oplages van de New York Journal en de New York World liepen met tweederde terug.

Het einde van de staking

Pulitzers en Hearst begonnen zich door de teruglopende oplages zorgen te maken en deden een poging om een compromis te sluiten met de krantenjongens. Ze boden op 1 augustus 1899 aan de prijs te laten zakken tot 55 cent per bundel, maar de newsboys gingen hier niet mee akkoord. Ze wilden de originele prijs van 50 cent terug. Pulitzer en Hearst deden nog een voorstel: ze zouden de kranten die aan het einde van de dag niet verkocht waren voor de volle prijs terugkopen. Hoewel de prijs van de bundels op 60 cent bleef, gingen de newsboys hiermee akkoord en kwam de staking op 1 augustus tot een einde.
 
Ondanks het feit dat de prijs van de bundels niet omlaagging, zagen de newsboys de staking als een succes. Ze kregen het geld van de onverkochte kranten terug en hadden het voor elkaar gekregen om de oplages van twee krantenmagnaten terug te laten lopen. Maar de twee leiders van de staking, Kid Blink en David Simons, werden niet als helden gezien. In tegendeel zelfs. Al een week nadat de staking begon, deden er geruchten de rondte dat Kid Blink en Simons de newsboys hadden verraden en waren omgekocht door leidinggevenden van de geboycotte kranten. Ze kochten als onderdeel van de deal de geboycotte kranten. Beide jongens ontkenden de beschuldigingen, maar het viel andere newsboys op dat de kleding die de leiders droegen iets mooier en nieuwer was dan normaal, wat erop wees dat zij mogelijk steekpenningen aannamen. Als gevolg van deze beschuldigingen stapten Kid Blink en David Simmons uit hun leidinggevende functies. Simmons ging de rest van het protest verder als vakbondsvoorzitter en penningmeester en Kid Blink werd een wandelende afgevaardigde.

Nalatenschap

Hoewel de vakbond van de newsboys het na het einde van de staking niet lang overleefde, ging de geest en de levenskracht van de jongens niet verloren. Meerdere stakingen en protesten die in de jaren daarna volgden waren geïnspireerd door het protest van de newsboys in 1899, waaronder de Butte, Montana krantenstaking van 1914 en een staking uit de jaren ´20 in Louisville, Kentucky. Maar belangrijker is dat het protest de aandacht van het hele land trok en de mensen bewust maakte van de uitbuiting van arme kinderen. Het liet zien dat schijnbaar machteloze mensen toch verandering kunnen afdwingen.
 
De staking is inmiddels al ruim 120 jaar geleden gebeurd, maar door de jaren heen is het zeker niet vergeten. Het inspireerde onder andere een populaire stripserie in de jaren ´40 en in 1992 kwam de Disneyfilm Newsies uit over de strijd van de jongens. Een musical van de film werd in maart 2012 op Broadway geopend.

 

Bronnen:

Ook interessant: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.