slag op de zuiderzee 1573

De Slag op de Zuiderzee

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vochten de Watergeuzen en een Spaanse vloot in 1573 een zeeslag uit op de Zuiderzee. Een Spaanse poging om de belangrijke vaarroute naar Amsterdam open te houden, mislukte.

Nadat de Waterwatergeuzen Den Briel op 1 april 1572 hadden ingenomen, golfde de Tachtigjarige Oorlog op en neer. Verschillende Hollandse en Zeeuwse steden waren na belegeringen in handen van de Watergeuzen gevallen, of hadden zelf de kant van de opstandelingen gekozen. Echter, niet alle steden kozen zomaar aan de kant van de opstandelingen. In het najaar van 1572 was Amsterdam nog koningsgezind, en na een succesvolle tegenaanval hadden de Spanjaarden een aantal belangrijke steden, waaronder Naarden, stevig in handen. De Watergeuzen hadden echter ook een paar belangrijke havensteden veroverd, waaronder Hoorn en Enkhuizen. Dat zorgde ervoor dat de Watergeuzen de belangrijke vaarroutes over de Zuiderzee naar steden in Spaans gebied, zoals Amsterdam, Naarden en Zutphen, konden bedreigen.

Strijd om de Zuiderzee

Dat deden ze dan ook. Op land werden wegen naar de hoofdstad geblokkeerd en op het water probeerden de Geuzen het IJ met schepen te blokkeren. Tussen de herfst van 1572 en de zomer van 1573 werd er aan de zuidkust van de Zuiderzee fel gevochten om de controle over de routes naar Amsterdam. Telkens weer wisten de Spaanse troepen de blokkades weer te doorbreken, zij het soms na felle strijd. Doordat de Spanjaarden Haarlem wisten in te nemen, konden ze het Hollandse gebied dat in handen van de opstandelingen was doormidden snijden. Ze beheersten nu een strook land van de kust van de Zuiderzee tot aan de Noordzeekust, de Geuzen in het noorden van het gewest Holland leken ingesloten te zitten.  

In de nazomer van 1573 lanceerden de Spanjaarden een nieuwe aanval om de Geuzen uit het noordelijke deel van het gewest Holland te verjagen. Een Spaans leger rukte op naar Alkmaar en belegerde de stad. Tegelijkertijd gaf de hertog van Alva (die namens de Spaanse koning de Nederlanden bestuurde) opdracht om de Geuzenvloot van de Zuiderzee te verjagen, zodat het noorden van Holland ook vanaf zee aangevallen kon worden. Voor dit doel werd er in Amsterdam een vloot van twaalf schepen en zes jachten gebouwd. De vloot stond onder bevel van de graaf van Bossu, de Spaansgezinde stadhouder van Holland, Utrecht en Zeeland. Als vlaggenschip koos hij de Inquisitie, het grootste en zwaarst bewapende schip van de hele vloot. Bossu had tijdens het Beleg van Haarlem de Spaanse vloot al aangevoerd tijdens de Slag op het Haarlemmermeer, waar hij de Watergeuzen verpletterend verslagen had.  


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Slag op de Zuiderzee

Al in september werd er wat geschermutseld, maar in oktober barstte de slag echt los. Begin oktober voer de Spaanse vloot uit en zeilde van Amsterdam de Zuiderzee op. De Geuzen hadden in allerijl een vloot van 25 schepen verzameld, vooral door handelsschepen te vorderen en daar kanonnen aan boord te plaatsen. Veel schepen waren dus geen echte oorlogsschepen, in tegenstelling tot de Spaanse vloot. 
Cornelis Dirkszoon, de bevelhebber van de Watergeuzen, lag met zijn vloot bij Marken, waar de strijd op 5 oktober losbarstte. De Spaanse schepen waren daarbij in het voordeel. Ze waren veel groter en beter bewapend dan  de schepen van de Geuzen, waardoor het er naar uitzag dat de Geuzen een ongelijke strijd voerden. De Nederlandse schepen verzetten zich echter fel en toen na twee dagen vechten het weer omsloeg, was de strijd nog onbeslist. De weersomslag betekende echter dat verder vechten niet mogelijk was. 

Op 11 oktober klaarde het weer op. Dat niet alleen, de wind waaide ook in het voordeel van de Geuzen. Die grepen gelijk hun kans en zetten de aanval in. Met de lessen van een week eerder in het achterhoofd gebruikten de Watergeuzen een andere tactiek. Om de grotere Spaanse vuurkracht teniet te doen, probeerden ze met hun kleine schepen zo snel mogelijk dichtbij te komen en de Spaanse schepen te enteren. In de man tegen man gevechten aan dek, konden de Spanjaarden hun veel grotere vuurkracht niet benutten. De geënterde schepen zouden worden overgenomen, of als dat niet ging, ten minste tot zinken worden gebracht.  Een gewaagde tactiek want de grotere Spaanse schepen hadden in veel gevallen ook veel meer manschappen aan boord dan de schepen van de Watergeuzen. Echter, de Spanjaarden waren niet gewend aan deze manier van oorlogvoeren en hoewel veel Spaanse bemanningen de enterende Watergeuzen lang van zich af wisten te slaan, ontstond er een enorme chaos bij de Spaanse vloot. De schepen werkten niet meer samen en genavigeerd werd er nauwelijks meer. Zo dreven de strijdende vloten richting de ondieptes voor de kust bij Hoorn. Daar waren de grote Spaanse schepen ernstig in het nadeel door hun grotere diepgang. 

Jan Haring haalt de Spaanse admiraalsvlag neer

De Spaanse schepen werden nu van alle kanten belaagd door de Geuzen. Drie schepen van de Geuzen wisten zelfs de Inquisitie te enteren. In de strijd op het dek van de Inquisitie werd Jan Haring de grote held. Hij klom in de mast van het Spaanse vlaggenschip en sneed de admiraalsvlag los. Hoewel hij neergeschoten werd toen hij met de vlag naar beneden klom, was het een enorme morele opsteker voor de Geuzen, terwijl bij de Spanjaarden de vertwijfeling begon toe te slaan. Een aantal Spaanse schippers interpreteerden het neerhalen van de admiraalsvlag als een signaal dat hun admiraal zich over had gegeven en begonnen zich terug te trekken. 

Bloedige strijd

Een dure inschattingsfout, want de strijd was allerminst gestreden. De bemanningen van de Spaanse schepen die zich niet terugtrokken, verzetten uit alle macht tegen de Geuzen. De bemanning van Inquisitie wist onder aanvoering van stadhouder Bossu zelfs 28 uur lang stand te houden tegen de aanvallende Watergeuzen. Pas toen duidelijk was dat de gevluchte schepen niet meer terug zouden komen, gaf Bossu zich over, op voorwaarde dat de overlevenden van zijn bemanning in leven gelaten zouden worden. 

Nederlaag voor Alva

De nederlaag was een gevoelige klap voor Alva. In een week tijd hadden zijn strijdkrachten twee grote nederlagen geleden. Op 8 oktober hadden zijn troepen al het beleg van Alkmaar moeten opgeven en nu was zijn vloot met grote verliezen verslagen. Volgens sommige bronnen zou de helft van de Spaanse schepen verloren zijn gegaan.  Tot overmaat van ramp was een stadhouder gevangengenomen door de Watergeuzen, samen met tweehonderd soldaten. De soldaten werden geruild tegen Geuzen die door de Spanjaarden tijdens eerdere belegeringen gevangen waren genomen. Bossu zelf zou nog tot 1576 gevangene van de Geuzen blijven. 

Het prestige van Alva had een grote klap gekregen. Niet alleen had hij had hij militair het onderspit gedolven tegen een vijand die op papier minder krachtig was, die twee nederlagen hadden ook nog eens veel geld gekost, zonder dat ze iets hadden opgeleverd. In tegendeel, militair en economisch stonden de troepen van Alva er nu slechter voor. Kort nadat het nieuws van de nederlaag op de Zuiderzee Alva bereikte, ontvluchtte hij Amsterdam en trok zich terug naar het hof in Brussel. Daar diende hij bij koning Filips II zijn ontslag in, ‘wegens gezondheidsredenen’. In december 1573 keerde Alva terug naar Spanje, zijn positie in de Nederlanden werd overgenomen door Don de Requesens.  

Voor de Geuzen betekende de slag juist een grote opsteker. Samen met de overwinning bij Alkmaar, vormde de Slag op de Zuiderzee de eerste grote overwinning. Voor de steden Hoorn, Enkhuizen en Alkmaar markeerden de overwinningen ook het begin van een grote bloeiperiode. De Slag op de Zuiderzee betekende dat Amsterdam haar verbinding met de handelsroutes naar de Oostzee kwijt raakte, terwijl Enkhuizen en Hoorn juist meer handel met de Oostzeegebieden konden gaan drijven. 

Bronnen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Decembertip: Boek (88 pag) over geschiedenis Oudemirdumerklif.
Prijs 12,50 (ex porto 4).  Informatie, bestellen via email

Ontdek Geschiedenis Magazine!