l'état c'est moi lodewijk XIV

De uitspraak ‘L’état, c’est moi’ kwam niet van Lodewijk XIV

Lodewijk XIV, ook wel de Zonnekoning genoemd, staat bekend als hét boegbeeld van het absolutisme tijdens het ancien regime in prerevolutionair Frankrijk. De zeventiende-eeuwse vorst zette zich vanaf het begin van zijn heerschappij in om de macht van de kroon te vergroten en werd zo één van de machtigste koningen van Frankrijk. Een bekende uitspraak van hem zou zijn: l’état, c’est moi. De staat, dat ben ik. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Lodewijk dit echter nooit gezegd.

Absolutisme

Lodewijk was volledig overtuigd van de rechtmatigheid van zijn positie als vorst. Hij geloofde al sinds zijn jeugd in het droit divin, het goddelijk recht. Dit recht stelde dat God hem persoonlijk had uitverkoren om de positie van vorst te bekleden. Hij had wel adviseurs, maar hoefde als absolute vorst aan niemand verantwoording af te leggen, niet aan zijn ministers en al helemaal niet aan zijn onderdanen. De koning was slim en wist de steun van de adel te verkrijgen door hen belangrijke posities aan het hof te geven, zodat zij dicht bij hem stonden. Lodewijk voerde veel oorlogen en leidde Frankrijk naar vele militaire successen, waardoor Frankrijk één van de machtigste landen in Europa werd.

Ontstaansmythe van de uitspraak

Dat Lodewijk zijn eigen positie beschouwde als groots en essentieel voor Frankrijk, is duidelijk. De uitspraak zou dan ook geen onlogische geweest zijn. Echter, er is nooit een historische bron geweest die de exacte datering of situatie omschreef waarin Lodewijk deze uitspraak zou hebben gedaan. De uitspraak duikt pas een eeuw na Lodewijks dood op, in 19e-eeuwse boeken over de heerschappij van Lodewijk of over prerevolutionair Frankrijk. De Franse historicus Pierre-Édouard Lémontey beweerde bijvoorbeeld in 1818 dat Lodewijk de uitspraak had gedaan tijdens een parlementszitting op 13 april 1655, toen de koning persoonlijk een parlementair debat bijwoonde. De voorzitter van de zitting zou op het belang van de staat gewezen hebben, waarop Lodewijk de befaamde woorden zou hebben uitgesproken, het belang van hemzelf benadrukkend. De historicus Jacques-Antoine Dulaure bevestigt dit in zijn Histoire de Paris uit 1834. Deze publicatie populariseerde de uitspraak en de koppeling met Lodewijk XIV. Van de zitting bestaan echter geen notulen of persoonlijke verslagen die de woordenwisseling bevestigen. 


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Discussie over de uitspraak onder historici

Hoewel de uitspraak vooral in de 19e eeuw aan Lodewijk toegeschreven werd, bestaat er sindsdien ook al veel onenigheid over de authenticiteit van de uitspraak. Al in 1818, hetzelfde jaar als de publicatie van Lémonteys boek, schreef Jean Etienne François Marignié, een ambtenaar van de Franse koning Lodewijk XVIII, dat de koning de uitspraak noch publiekelijk, noch in privésferen had gedaan. Sindsdien woedt het debat. Veel historici stellen dat de formulering ‘de staat, dat ben ik’ niet bij de tijd past waarin Lodewijk leefde. Lodewijk zou zichzelf eerder als dienaar van de staat hebben gezien dan als belichaming van de staat. De beschrijving van het akkefietje in de parlementszitting van 1655 lijkt voor veel historici ook niet aannemelijk, omdat Lodewijk op dat moment nog zeer jong was en sterk onder de invloed stond van zijn eerste minister en mentor kardinaal Mazarin.

De uitspraak zou daarbij niet consistent zijn met een uitspraak die Lodewijk op zijn sterfbed deed. Hij zei: ‘Je m'en vais, mais l'État demeurera toujours.’ Ik sterf, maar de staat zal altijd blijven bestaan. Dit lijkt erop te wijzen dat hij zichzelf niet als belichaming van de staat zag. Deze uitspraak wordt door historici over het algemeen wel aangenomen voor waar, omdat er veel ooggetuigen bij waren die hiervan verslag deden. Eén daarvan was de Markies van Dangeau, memorialist van Lodewijk.

Een historisch misverstand?

Ondanks dat de meeste historici het erover eens zijn dat Lodewijk de beroemde uitspraak niet gedaan heeft, omschrijft het wel de manier waarop het absolutisme in Europa vorm kreeg in de tijd van Lodewijk XIV en de eeuwen hierna. Lodewijk en de uitspraak zijn symbool komen te staan voor een periode in de Europese geschiedenis die in het teken stond van absolute monarchie. De aanname dat de uitspraak van Lodewijk komt, is daarmee een diepgeworteld misverstand, maar de symbolische betekenis van het misverstand weerspiegelt wel de tijdsgeest van Europa destijds.

Bronnen

Afbeelding:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.