Paleontologie

Geschiedenis van de paleontologie

Onlangs zijn in Schotland tientallen zeldzame pootafdrukken van dinosaurussen gevonden, die zo’n 170 miljoen jaar geleden werden gemaakt. Hoe lang weten we al van het bestaan van dinosaurussen af, en wat heeft de paleontologie er mee te maken?

De ontwikkeling van het leven op aarde achterhalen

Paleontologie, Grieks voor “oud” (palaios), “schepsel” (on) en “studie” (logos), is de historische wetenschap die fossielen of sporen van organismen bestudeert, om daarmee de ontwikkeling van het leven op aarde te achterhalen. De paleontologie heeft raakvlakken met een aantal andere vakgebieden, waaronder de biologie, de geologie en de natuurkunde.

Paleontologie kent twee verschillende vakgebieden: de paleobotanie, waarbij fossiele planten onderwerp van studie zijn, en de paleozoölogie, waarbij men zich richt op het fossiele dierlijk leven. Binnen deze vakgebieden bestaan verscheidene specialisaties waarin vaak een enkele groep organismen bestudeerd wordt. Zo houdt de paleo-ornithologie zich bezig met de evolutie van vogels en de bestudering van fossiele vogels.

Onderzoek naar fossielen bestond al langer

Paleontologie ontstond pas aan het begin van de negentiende eeuw als een onafhankelijk beroepsgebied, maar onderzoek naar fossielen werd al langer gedaan. Zo concludeerde de Griekse filosoof Xenophanes (570 v.Chr. – 480 v.Chr.) aan de hand van fossiele zeeschelpen dat sommige gebieden ooit onder water hebben gestaan. In de Middeleeuwen bestudeerde en beschreef de Perzische wetenschapper Ibn Sīnā (980 – 1037), in het Westen beter bekend als Avicenna, fossielen en verstening.

In de veertiende eeuw droeg Leonardo da Vinci in belangrijke mate ook bij aan het ontstaan van de paleontologie door verscheidene fossielen te ontdekken en te beschrijven, waardoor hij soms wel de vader van de paleontologie wordt genoemd.

Van Georges Cuvier tot Charles Darwin

Aan het einde van de achttiende eeuw ontwikkelde Georges Léopold Cuvier (1769 – 1832) de vergelijkende anatomie, de studie van gelijkenissen en verschillen tussen organismen, als een wetenschappelijke discipline. Hiermee toonde hij aan dat sommige fossiele dieren op geen enkele wijze op nog levende dieren leken. Dit bewees dat dieren konden uitsterven.

Deze ontdekking leidde tot de opkomst van de paleontologie, en had uiteindelijk ook invloed op de ontwikkeling van de evolutietheorie door Charles Darwin in 1859. Georges Cuvier werd in 1819 wegens zijn paleontologische verdiensten in de adelstand verheven en is ook één van de 72 Fransen wier namen op de Eiffeltoren staan gegrift.

Paleontoloog ontdekt de dinosauria

Henri Marie Ducrotay de Blanville, een redacteur van het Franse Journal de Physique, gebruikte in 1822 als eerste het woord “paleontologie” om te verwijzen naar de studie naar fossiele organismen. In de decennia daarna droeg de paleontologie bij aan een beter begrip van de geschiedenis van het leven op aarde door de vondst van veel nieuwe fossielen, die onderzoekers systematisch waren gaan verzamelen. Daardoor kreeg de Britse paleontoloog Richard Owen in 1842 een bot in handen die van een heel nieuw diersoort bleek te zijn: de dinosauria – “geduchte hagedissen”.

Geen krijgsolifant of reus, maar een dinosaurus

Tegenwoordig staat de paleontologie voor het algemene publiek gelijk aan de studie naar dinosaurussen. De eerste gedocumenteerde vondst van een dinosaurusbot stamt uit 1676. Professor Robert Plot van de universiteit van Oxford stelde destijds vast dat het een dijbeen betrof, vermoedelijk van een krijgsolifant uit de tijd van de Romeinen. Later dacht hij dat het bot aan een reus had toebehoord.

Toen Richard Owen het bot in 1842 in handen kreeg, vergeleek hij het met diverse andere vondsten. Hij concludeerde dat dit bot en een aantal andere botten tot dezelfde reptielsoort behoorden, die hij de naam dinosauria gaf. Sindsdien zijn veel vondsten van dinosaurusbotten en –fossielen gedaan.

Tyrannosaurus rex

In 1874 werden in Colorado bijvoorbeeld de eerste resten van wellicht wel de bekendste dinosaurus gevonden: de Tyrannosaurus rex. Omdat het hier slechts om een tand ging, werd de vondst aanvankelijk foutief toegeschreven aan een andere dinosaurussoort. Pas in 1905 werd duidelijk dat de tand en verscheidene andere vondsten die daarna gedaan werden, toebehoorden tot de Tyrannosaurus rex – zo genoemd door Henry Fairfield Osborn, een Amerikaanse paleontoloog en hoogleraar vergelijkende anatomie. In 1913 vond de eerste tentoonstelling van de Tyrannosaurus rex plaats, in het American Museum of Natural History.

Belangrijke vondsten in recente jaren

Ook in recente jaren hebben zich nog belangrijke vondsten van fossielen en sporen van dinosaurussen voorgedaan. Zo werden in 2012 fossielen van vermoedelijk de allereerste dinosauriër gevonden: de Nyasasaurus parringtoni, die ongeveer 245 miljoen jaar geleden leefde.

In 2017 werden de resten van de oudste ‘neef’ van de dinosaurussen teruggevonden: botten van de krokodilachtige Teleocrater rhadinus. In hetzelfde jaar werd ook ontdekt dat de vogelachtige dino Anchiornis veel woestere en warrigere dekveren had dan gedacht, en daardoor weinig aerodynamisch was.

En onlangs, in april 2018, werden tientallen pootafdrukken van dinosaurussen gevonden voor de kust van Isle of Skye in Schotland, die een belangrijk inzicht geven in de Jura – de geologische periode van ongeveer 201 miljoen jaar tot 145 miljoen jaar geleden.

BRONNEN

AFBEELDINGEN

  • Verouderde reconstructie van een T-Rex (door Charles R. Knight) [Public domain], via Wikimedia Commons
Meer weten

Landen: 

Inhoudelijke tags: 

In Het logboek van de zeevaarder neemt poolreiziger Huw Lewis-Jones ons mee op ontdekkingsreis aan de hand van originele logboeken, brieven en dagboeken. Kijk mee over de schouders van nautische ontdekkingsreizigers!

 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!