Nederlands-Brazilië martelaren van Natal

Slachtpartij in Nederlands-Brazilië: de martelaren van Natal

Tussen 1630 en 1654 wist de West-Indische Compagnie een deel van het reeds door Portugal gekoloniseerde Brazilië te bemachtigen. De katholieke slachtoffers die het Nederlandse koloniale bewind daar maakte, zijn op 15 oktober 2017 alsnog heilig verklaard door de Paus.

Nederlands-Brazilië

Na de succesvolle reeks veroveringen door Nederlandse kaapschepen in 1627 en 1628, waaronder de verovering van de Spaanse zilvervloot door Piet Hein, had de West-Indische Compagnie genoeg middelen om de strijd tegen Portugal en Spanje uit te breiden. In 1629 besloot de WIC daarom om het Portugese Noordoost-Brazilië te bezetten, dat als uitvalsbasis kon dienen tegen de Spaanse en Portugese vloot. In 1630 wist een expeditieleger van 7000 manschappen onder admiraal Hendrick Lonck een aantal Portugese forten rond Recife en Olinda te veroveren.

Koloniaal bewind onder Maurits

Hoewel de nieuwe kolonie nog jarenlang bestookt zou worden door de Portugezen, werd in 1637 Johan Maurits van Nassau-Siegen als gouverneur-generaal aangesteld om orde op zaken te stellen. Hij voerde godsdienstvrijheid in voor de katholieke Portugezen die er nog veruit de meerderheid vormden, hervormde de rechtspraak, versterkte de verdediging van de kolonie en stimuleerde de suikerrietproductie en de invoer van slaven uit Afrika. Vanwege de godsdienstvrijheid migreerden in die periode ook grote aantallen Amsterdamse Joden naar Nederlands-Brazilië.

Omslag

Nadat Maurits in 1640 werd teruggeroepen door de WIC en in 1644 daadwerkelijk de kolonie verliet, laaide het verzet van de Portugese planters tegen het Nederlandse bewind weer op. Hoewel de Portugezen in Nederlands-Brazilië veruit in de meerderheid waren, wist de WIC met behulp van inheemse volkeren de macht in handen te houden. Jacob Rabe, een joodse Duitser in dienst van de compagnie, had kinderen met een inheemse vrouw en sprak hun taal, waardoor hij en anderen het Tapoeja-volk effectief kon ophitsten tegen de Portugezen. De tolerantie ten opzichte van godsdienst die onder Maurits had bestaan nam snel af. Veel joden weken uit naar andere koloniën zoals Suriname of keerden terug naar de Republiek. De strijd tussen de katholieke Portugezen en de calvinistische Hollanders om Noordoost-Brazilië nam al snel de vorm van een godsdienstoorlog aan.

Slachtpartij in Cunhaú

Op 16 juli 1645 trok een bende van een paar honderd Tapoeja’s, aangestuurd door de WIC, naar het district Rio Grande do Norte, waar ze tijdens de zondagsmis de volle Kerk van Maria in het stadje Cunhaú binnenvielen. Ze doodden er alle zeventig aanwezigen, waaronder pater André de Soveral, en staken de kerk daarna in brand.

Martelaren van Natal

Een paar maanden later, op 3 oktober 1645, nam de opnieuw door de WIC opgehitste bende in de stad Natal de pastoor Ambrosio Francisco Ferro en zijn parochianen gevangen. Met boten brachten ze ongeveer tachtig personen naar de velden buiten het dorp Uruacu. Daar eiste een Nederlandse dominee, waarvan de naam onbekend is, dat ze zich tot het calvinisme zouden bekeren. Toen de Portugese katholieken dat weigerden, liet de dominee hen door de inheemse bende verminken en vermoorden. Één van de martelaren, Mateus Moreiras, zou ‘Gezegend is het sacrament!’ hebben geroepen op het moment dat zijn hart uit zijn borst werd getrokken.

Einde van de kolonie

De gruwelijke slachtpartijen maakten de Portugezen extra verbeten om de het afgepakte deel van hun kolonie in Brazilië weer terug te krijgen. In 1645 wisten ze de suikerproducerende districten te heroveren, waardoor het overgrote deel van Nederlands-Brazilië in weer in handen was van Portugal. Rabe werd in 1646 vermoord. Alleen op zee bleef de WIC Portugal nog lange tijd de baas. In 1647 werd admiraal Witte de With met een leger van 6000 man ter versterking gestuurd, maar het mocht niet baten. Nadat de Republiek in 1652 in de Eerste Nederlands-Engelse Oorlog verwikkeld raakte kon het de kolonie in Brazilië niet meer met schepen bijstaan, en ging de kolonie in 1654 verloren aan de Portugezen.

Erfenis

Brazilië telt tegenwoordig meer dan 120 miljoen katholieken en is de grootste kerkprovincie van Rome. De katholieke slachtoffers van het kortstondige Nederlandse bewind in Brazilië staan sinds het einde van de 20ste eeuw weer in de belangstelling als de ‘Martelaren van Natal’. In oktober 2017, 372 jaar nadat zij op brute wijze vermoord werden, verklaarde de Argentijnse paus Franciscus alle dertig slachtoffers die bij naam bekend zijn heilig.

Bronnen:

Afbeelding:

‘Dutch Men-of-War in the West Indies’, Bonaventura Peeters (1648). [Public Domain via Wikimedia Commons]

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!