Home » Reportage
Twee soldaten schieten emoes neer met Lewis geweren, 1932. Bron: Wikimedia Commons.

De Grote Emoeoorlog

In 1932 ging de Grote Emoeoorlog in West-Australië van start. Dit was een militaire operatie om de populatie emoes te verkleinen. Er werden soldaten ingezet om op de emoes te jagen. Maar waarom werden de emoes bejaagd? En hoe verliep de Emoeoorlog?

Australische veteranen worden boeren

Na de Eerste Wereldoorlog kregen veel Australische veteranen landbouwgrond in West-Australië. Zij werden met flinke subsidies door de Australische overheid aangemoedigd om graan te verbouwen. De subsidies werden echter niet of hooguit nauwelijks uitgekeerd. Toen de graanprijzen door de economische crisis eind jaren 20 enorm daalden, raakten veel van deze nieuwe boeren in geldproblemen.

Een groeiende emoepopulatie

In dezelfde tijd vond er een enorme groeispurt plaats binnen de emoepopulatie. Wel 20.000 emoes verplaatsten zich vanaf de kust steeds dieper het land in. Daar kwamen ze terecht op de landbouwgrond van de veteranen. In die gebieden waren de leefomstandigheden voor de emoes uitstekend: ze hadden genoeg eten door de gewassen van de boeren en er was genoeg water beschikbaar. Maar voor de veteranen was het een ramp: de emoes aten de oogst van het land en beschadigden de hekken waardoor ook konijnen het land konden betreden om zich op hun beurt tegoed te doen aan de landbouwgewassen, of wat daar nog van over was. 


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


De aanval begint

Tot 1932 waren emoes een beschermde diersoort, maar die status veranderde toen er een verzoek werd ingediend bij defensie om de emoes af te schieten. De toenmalige minister van Defensie van de deelstaat New South-Wales, George Pearce, gaf hier toestemming voor. Dit ging echter niet door vanwege een enorme hoeveelheid regen. Het gebied werd nagenoeg onbegaanbaar en de emoes verspreidden zich te veel. .
Na de vertraging door de regen gestart op 2 november 1932. De Royal Australian Artillery, vaardigde een speciale eenheid af, onder leiding van majoor Meredith. Met de ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog in het achterhoofd, dachten de veteranden dat 'veldtocht' een koud kunstje zou worden. Tijdens de oorlog werden aanvallende soldaten bij bosjes neergemaaid door machinegeweren. De verwachting was dat de loopvogels hetzelfde lot beschoren zou zijn. Majoor Meredith trok met twee soldaten, bewapend met machinegeweren ten strijde Zo’n duo kon tijdens de Eerste Wereldoorlog een slachting aanrichten, dus dat zou tegen loopvogels toch genoeg moeten zijn. 
Bij het dorpje Campion zou de eerste 'veldslag' plaatsvinden. Daar hield een kolonie van vijftig vogels zich op. Het idee was dat lokale boeren de vogels zouden opdrijven naar de strategisch opgestelde machinegeweren. De machinegeweren zouden daarna van dichtbij hun magazijnen leegschieten in de massa vogels. De machinegeweren waren geen wapens waarmee je echt scherp kon schieten, maar door van dichtbij in de massa te schieten, kon het bijna niet mis gaan. 

De eerste nederlaag

Het liep anders. De emoes lieten zich niet in een groep opdrijven, maar verspreidden zich in kleine groepjes. Toen de emoes het ook nog eens op een lopen zetten, was de kans voor de schutters verkeken. De machinegeweren schoten niet ver en niet zuiver genoeg om de kleine groepjes rennende vogels te raken. De eerste ‘aanval’ had zodoende een mager resultaat: slechts twaalf emoes waren geraakt. 
Majoor Meredith en zijn mannen lieten zich echter niet zomaar uit het veld slaan. Een week lang trokken ze door de regio, op zoek naar strategische posities waar ze verschillende tactieken uitprobeerden. Maar de emoes bleken een geduchte vijand die, in de woorden van de majoor in staat was ‘machinegeweren de baas te zijn met de onkwetsbaarheid van een tank.’ De majoor was diep onder de indruk van de snelheid waarmee zelfs gewonde vogels zich uit de voeten konden maken. Het probleem was niet alleen dat vogels zich niet zomaar lieten neerschieten, maar ook dat ze simpelweg te snel waren. Bij het geluid van de eerste schoten of bij het zien van de mannen, zetten de dieren het op een lopen tot ze buiten bereik van de kogels waren. Met de zware machinegeweren konden de soldaten zich niet snel genoeg verplaatsen om de vogels bij te houden. Een poging om de dieren vanuit een rijdende truck dood te schieten, faalde jammerlijk. Als er één vogel achterna werd gezeten, renden de anderen alsnog weg. Laat staan dat de schutters vanuit de hobbelende truck raak konden schieten. En terwijl de soldaten de ene vruchteloze poging na de anderen waagden, leken de vogels juist steeds beter te worden in de ‘oorlogsvoering’. Volgens sommige verhalen zouden de vogels zich zelfs ‘georganiseerd’ hebben in teams, waarvan enkele dieren beurtelings de wacht hielden. Na een week ‘strijd’ vond het parlement het wel welletjes en minister van Defensie Pearce was gedwongen de mannen terug te trekken. 

De tweede emoecampagne

De aanval was een mislukking en nadat Meredith en zijn mannen zich terugtrokken, gingen de emoes vrolijk door met het eten van de gewassen. De boeren vroegen opnieuw om hulp. Ditmaal kregen ze toestemming van James Mitchell, de premier van West-Australië, om op de emoes te jagen. En dus kregen Meredith en zijn mannen weer het commando om ten strijde tegen de loopvogels. Op 13 november 1932 ging de tweede campagne van start. Omdat er aan de inzet niets veranderd was, het waren dezelfde mannen met dezelfde wapens en dezelfde kogels, leek een nieuwe totale nederlaag onafwendbaar, maar in zijn rapporten werd Meredith positiever.in ieder geval werden de mannen trefzekerder. Op 10 december werd er vastgesteld dat er tijdens de tweede campagne 986 emoes vermoord waren en ongeveer 2500 gewond. Over de twee campagnes had het team van Meredith bijna tienduizend kogels verbruikt waarmee de soldaten gemiddeld genomen voor elke tien afgevuurde kogels een dodelijke treffer konden noteren. Voor een machinegeweer geen slechte score. 

Een totale afgang

Maar ondanks die positievere score was de afgang van het Australische leger compleet. De pers reageerde smalend en blij vlagen zelfs cynisch en sarcastisch op de verrichtingen van Meredith en zijn schutters. De politiek was razend, zeker toen de deelstaatregering ook nog een factuur van het leger kreeg voor de verschoten munitie en schade aan de truck. Een parlementariër namens de arbeiderspartij vroeg de minister of hij wel gedacht had aan een herinneringsmedaille voor soldaten die bij deze traumatische oorlog betrokken waren, maar voordat de minister kon antwoorden had een medeparlementariër het antwoord al klaar. Hij vond dat die onderscheidingen toekwamen aan de emoes, die zich dapper hadden geweerd tegen het vuurwapengeweld. Een ander haalde een herinnering op aan de tijd veren op de helm van ridders en soldaten symbool stonden voor de dapperheid en moed van de krijgers. Daarbij doelde hij duidelijk niet op de Australische schutters.  

De afgang baarde ook zorgen. Militaire observanten verbaasden zich over de slechte kwaliteit en het matige inzicht van zowel de betrokken militairen als politici. Tijdens de eerste ‘campagne’ waren de mannen van Meredith nauwelijks in staat raak te schieten, ook niet als de vogels nog wel binnen het bereik van de kogels waren. Dat bij de tweede ‘campagne’ exact hetzelfde (incapabele) team met exact dezelfde uitrusting werd opgeroepen, betekende volgens sommigen maar een ding: het Australische leger stond er beroerd voor. De afgang Sommige kranten gebruikten tot in de jaren 50 de ‘grote emoe-oorlog’ als metafoor voor alles wat er mis was in Australië. 

Kritiek en oplossing

Ook natuurbeschermers waren ontevreden, maar niet om de prestaties van de soldaten. De ornitholoog Dominic Serventy noemde het “een poging tot de massavernietiging van de vogels”. Uiteindelijk werden de emoes verhinderd door het plaatsen van wildhekken en was het probleem opgelost.

Bronnen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Covers OA

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de geschiedenis van Amsterdam.

Olympias, moeder van Alexander de Grote

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Geschiedenis Magazine 4

Het komende nummer van Geschiedenis Magazine verschijnt omstreeks 30 mei. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement om dit nummer zonder verzendkosten te ontvangen. 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Geschiedenis magazine 3 van 2024 nu in de winkel

Het derde nummer van 2024 is verschenen. Koop dit nummer bij een kiosk of boekhandel bij jou in de buurt

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.