Home » Reportage
Beauvais Kathedraal bouw

Hoe bouw je een middeleeuwse kathedraal?

Gotische kathedralen zijn tegenwoordig in veel Europese de toeristische hoofdattracties. Met hun hoge torens, kleurrijke glas-in-loodramen en rijke decoraties imponeren deze bouwwerken bezoekers uit alle windstreken al eeuwenlang. Deze constructies uit de grond stampen was echter bepaald geen eenvoudige opgave. Zelfs met de modernste technieken blijft het nog steeds een uiterst ingewikkeld proces, zoals blijkt uit de bouw van de Sagrada Familia in Barcelona,. Hoe pakte men dit duizend jaar geleden dan aan?

Romeinse bouwtechnieken in onbruik tijdens middeleeuwen

De val van het West-Romeinse Rijk in de vijfde eeuw betekende in West-Europa  een flinke stap terug voor de bouwkunst. Romeinse technieken zoals bakstenen, beton en het gebruik van koepels raakten er steeds meer in onbruik. In plaats daarvan maakte men gebruik van materialen zoals leem en hout. Hiervan bouwden ze voornamelijk eenvoudige constructies, die vaak uit één vertrek bestonden.

Wederopleving door kerk

Onder invloed van de Rooms Katholieke Kerk kwam hier geleidelijk aan verandering in. De kerk ontwikkelde zich namelijk tot een invloedrijk instituut in de middeleeuwse maatschappij, waarbij ze ook steeds meer macht en rijkdom vergaarde. Hierdoor kon ze zich ook steeds complexere en duurdere constructies veroorloven. Vanaf de negende eeuw verrezen er hierdoor voor het eerst weer stenen kerken in West-Europa.

Van de Rommanse naar de Gotische stijl

Het zou nog echter 200 jaar duren voordat de echte doorbraak volgde. Begin elfde eeuw schoten namelijk in heel West-Europa kerken en kloosters als paddenstoelen uit de grond. Deze bouwwerken waren op Romeinse constructies geïnspireerd, onder andere door het gebruik van rondbogen. Daarom staat deze bouwstijl ook wel bekend als Romaanse architectuur. Deze gebouwen waren echter nog steeds relatief laag en hadden dikke muren. Zowel bij heersers als bij bisschoppen ontstond daardoor de behoefte aan een nieuwe, meer prestigieuze bouwstijl, om hun nieuwverworven macht en rijkdom te tonen. Vandaar dat de Gotiek in de twaalfde eeuw haar intrede deed. Gotische Kathedralen werden gekenmerkt door hoge torens, grote glasramen en het gebruik van spitsbogen. Middeleeuwse gelovigen, die alleen hun eigen eenvoudige woningen gewend waren, raakten vaak volledig overdonderd door deze elegante constructies, die het paradijs op aarde leken voor te stellen.

Stenen met de hand gehouwen

De bouw van deze indrukwekkende kathedralen was dan ook een monsterklus. Om te beginnen was de aanvoer van bouwmaterialen verre van eenvoudig. De benodigde stenen simpelweg bestellen via dejonghandelsonderneming kon toen natuurlijk nog niet, deze moesten uit nabijgelegen steengroeven worden gehaald. Op het bouwterrein hakten steenhouwers deze rotsblokken vervolgens met de hand in de juiste vorm, een lastig en tijdrovend karwei. Dit maakte stenen bouwwerken een uiterst dure aangelegenheid. De bouw van kathedralen werd in de middeleeuwen vaak betaald met giften van kerkbezoekers en rijke sponsors. Droogde deze onzekere geldstroom op, dan viel ook al het werk stil. De bouw van een kathedraal nam hierdoor vaak meerdere generaties in beslag.   

De bouwmeester

Ook als er voldoende geld en materialen beschikbaar waren, vorderde de bouw van kathedralen maar langzaam. Dit had er onder andere mee te maken dat tot aan de dertiende eeuw bouwtekeningen nog een onbekend fenomeen waren in West-Europa. In plaats daarvan overzag de bouwmeester het hele proces. Om de bouw goed te laten verlopen, moest hij met zijn neus overal bovenop zitten, wat het werk er niet bepaald makkelijker op maakte.

Tredmolen middeleeuwen bouw

Stenen met spierkracht omhoog gehesen

Onder toeziend oog van de bouwmeester, werden kathedralen vanaf de grond opgebouwd. Metselaars begonnen als eerste met de aanleg van de muren. Naarmate ze deze muren hoger opbouwden, werd het steeds moeilijker om de volgende lading stenen bij de metselaars op de steigers te krijgen. Hiervoor maakte men in de middeleeuwen namelijk gebruik van tredmolens, hijskranen die werden aangedreven door grote raderen met treden. Door in deze raderen te lopen, konden werklieden de zware stenen naar boven hijsen. Om een lading stenen één verdieping op te tillen, waren ongeveer 300 stappen nodig. Deze zware taak was dan ook buitengewoon ongeliefd onder de werklieden. Bouwmeesters moesten daarom vaak noodgedwongen dwangarbeiders of gevangen ronselen om hun tredmolens aan te drijven.

De gewelven bevestigd

Zodra de muren en zuilen voltooid waren, kon de constructie van het gewelf beginnen. Hiervoor bouwden de werklieden eerst een houten geraamte, waarop ze een gewelf metselden. Deze constructie hesen ze daarna op en plaatsten hem bovenaan de steigers. Vervolgens bestreken de werklieden de constructie met modder en bevestigden ze er stenen ribben op, die ze vastklemden met sluitstenen. Ten slotte brachten ze stenen gewelfvelden tussen de ribben aan, verwijderden ze de modder en brachten ze een 10 cm dikke laag kalkmortel erop aan, om scheuren te voorkomen. Dit was een hoop werk, maar het eindresultaat staat na meer dan zes eeuwen vaak nog steeds overeind.

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer inspiratie

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!