Boobytraps in de Vietnamoorlog

Een dakloze man uit Veenendaal heeft drie maanden celstraf gekregen omdat hij boobytraps had geplaatst in een oud schoolgebouw. Hij had stenen, een tl-buis en een metalen staaf zo gepositioneerd dat ze bij het openen van een deur naar beneden zouden komen. In de Vietnamoorlog werd eveneens gebruik gemaakt van boobytraps, die de Amerikaanse soldaten vaak ernstig letsel of zelfs de dood toebrachten.

In 1954 verdreven de Vietnamezen de Fransen uit Vietnam, een gebeurtenis die de aanloop vormde voor de Vietnamoorlog. In een poging om het communisme te bestrijden begon de Verenigde Staten in 1961 troepen te sturen naar Vietnam. Noord-Vietnam bestreed de Amerikaanse invasie met een beroepsleger, maar ook met een volksleger. Deze zogenaamde Vietcong maakten gebruik van guerrillatactieken, tunnelnetwerken en boobytraps. Omdat deze manier van oorlogvoering  een grote dreiging met zich meebracht, werd het Amerikaanse leger vaak ernstig vertraagd.

Boerenvalstrikken

De Vietcong waren afkomstig uit de boerenbevolking. Dit zorgde ervoor dat de Vietcong vaak praktische kennis hadden van het leggen van valstrikken. Om deze reden hadden veel van de boobytraps in de Vietnamoorlog een primitieve werking. De veelvoorkomende punji-val was bijvoorbeeld weinig meer dan een valkuil met daarin scherpgeslepen bamboestokken. De punji-vallen werden goed verborgen met gebladerte, waarna de nietsvermoedende Amerikanen in de kuil struikelden. Afhankelijk van de grootte van de val verwondden zij dan hun benen ernstig, of raakten zij hun leven kwijt. Ook werden allerlei valstrikken toegepast waarbij vallende boomstammen en rondzwiepende scherpe punten de doodsteek toebrachten.

Explosieven

De meest voorkomende explosieve boobytrap in de Vietnamoorlog was een handgranaat met struikeldraad. De granaat werd aan een boom of struik bevestigd, waarna een touwtje werd vastgebonden aan de veiligheidspin. Wanneer het slachtoffer dan door het strakgespannen draad liep, ging de handgranaat af. De Vietcong bevestigden ook vaak bommen aan aanlokkelijke voorwerpen. Zo lieten ze soms een mooie motor staan met een explosief vastgemaakt aan het startsysteem. Ook was een veelvoorkomende valstrik een verzwaard frisdrankblikje dat op een mijn lag. Als soldaten uit verveling tegen het blikje schopten, ging de mijn af.

Helikopters

Naarmate de oorlog vorderde, werden de Vietcong steeds bekender met het Amerikaanse leger. Zo wisten ze precies te voorspellen waar Amerikaanse helikopters zouden landen. Op die plekken plaatsten ze dan boobytraps, zodat de uit de helikopter springende soldaten verwond zouden worden. De helikopters zelf waren evenmin veilig, want de Vietcong legden omhoog wijzende Claymore-mijnen op de grond. Als de helikopters hierboven vlogen, schoten deze mijnen honderden stalen kogeltjes in de zachte bodems van de helikopters. Ook bevestigden ze explosieven aan de boomtoppen, die afgingen zodra de luchtverplaatsing van de helikopter de boomtoppen schudde.

Een dakloze man uit Veenendaal plaatste eveneens boobytraps in zijn onderkomen in een oud schoolgebouw. Zijn valstrikken waren echter minder inventief dan die van de Vietcong. Zodra de deur werd geopend vielen er stenen en buizen naar beneden.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!