Vietnamoorlog

Geschiedenis van de Vietnamoorlog

In Vietnam zijn bijna 40 jaar na het einde van de Vietnamoorlog (1955-1975) een 82-jarige vader en zijn 41-jarige zoon gevonden in het bos. De mannen vluchtten tijdens een Amerikaanse bomaanval in 1973 naar de bossen en zijn daar al die tijd gebleven. De Verenigde Staten voerden tijdens Operatie Rolling Thunder tussen maart 1965 en november 1968 grootschalige bombardementen op Vietnam uit, maar ook daarna gingen de luchtaanvallen verder.

De Vietnamoorlog kende een lange aanloop. Het einde van het Franse koloniale bewind en de Japanse bezetting van Vietnam die daarop volgde was voor de communisten de aanleiding om een greep naar de macht te doen. Vanaf 1941 organiseerde Ho Chi Minh de Vietnamese communisten in de ‘Vietminh’, een militante organisatie die in eerste instantie geholpen werd door de Amerikanen. Die wilden namelijk de Japanners uit Vietnam verdrijven en besloten Ho Chi Minh te helpen. Nadat Japan in augustus 1945 verslagen was ontstond in Vietnam een machtsvacuüm. Ho Chi Minh zag op 2 september 1945 zijn kans en riep de Democratische Republiek Vietnam (DRV) uit. Dat was tegen het zere been van Frankrijk, die na de Tweede Wereldoorlog haar kolonie terug wilde krijgen. Er ontstond een opstand, die zich eerst beperkte tot een kleinschalige guerillia op het platteland, maar zich vanaf 1949 ontwikkelde tot een grote oorlog, waarbij de communistische rebellen werden bevoorraad door de Sovjet Unie en Frankrijk wapens van de Verenigde Staten ontving. Die laatsten waren bang voor een te sterke groei van communistische invloed in Zuid-Oost Azië, zeker toen in 1950 ook de Korea-Oorlog uitbrak. 

Verdeling van Vietnam

De oorlog sleepte zich lang voort. De Franse troepen bestonden voornamelijk uit Franse beroepsmilitairen, troepen uit de andere Franse koloniën en het beruchte Vreemdenlingenlegioen. De Franse troepen probeerden de communistische rebellen te verleiden grote sterke militaire bases aan te vallen, zodat ze daar verslagen konden worden. Dat leek te werken, maar op de lange termijn boekte de Fransen daarmee te weinig resultaat. In 1954 verloren de Fransen zelfs de slag bij Điện Biên Phủ, waarmee de Franse overheersing in Vietnam ten einde kwam. In 1954 werd Vietnam door de Akkoorden van Genève officieel in een noordelijk en een zuidelijk deel verdeeld en er zouden verkiezingen komen waarna Vietnam weer één land moest worden.

Begin van de Vietnamoorlog

Uit angst voor een communistische overwinning hield de VS de verkiezingen tegen en zorgde het ervoor dat Ngo Dinh Diem in het zuiden de leiding kreeg. Zijn leiderschap bleek zo slecht te zijn dat ook in het zuiden steeds meer steun kwam voor Ho Chi Minh, wiens guerrilla’s inmiddels al jarenlang probeerden te infiltreren in het zuiden en daar de Vietcong opzetten. Het Tonkin-incident waarbij Noord-Vietnamese troepen op 2 augustus 1964 een Amerikaans schip torpedeerden was voor de VS voldoende aanleiding om zelf in te grijpen in Vietnam. President Lyndon B. Johnson begon een luchtoffensief tegen Noord-Vietnam, waarmee de Amerikaanse betrokkenheid bij de Vietnamoorlog onvermijdelijk werd.

 


Leestips-Boek

Vietnam-oorlog Vietnam-oorlog

€ 10.95

 


Vietnamoorlog

President Johnson start Operatie Rolling Thunder

Begin 1965 gaf president Johnson goedkeuring aan een plan voor een langdurig luchtoffensief tegen Noord-Vietnam om de positie van de communistische leiders te verzwakken en ze te tot onderhandelingen te dwingen. Op 2 maart 1965 vlogen de eerste Amerikaanse bommenwerpers over Noord-Vietnam als onderdeel van Operatie Rolling Thunder. Het was de bedoeling dat Ho Chi Minh binnen een paar weken toe zou geven, maar toen dat niet gebeurde groeide Rolling Thunder uit tot een langdurige missie, terwijl de oorlog op de grond in alle hevigheid doorging. De doelstelling van de Amerikanen verschoof naar het bemoeilijken van de Noord-Vietnamese hulp aan de Vietcong in het zuiden. Ruim 1 miljoen ton aan bommen werd op Noord-Vietnam gegooid totdat in november 1968 Rolling Thunder ten einde kwam.

Einde van bombardementen

Noord-Vietnam liet zich door de permanente bombardementen niet tegenhouden, omdat het met behulp van China en de Sovjet-Unie een goed luchtafweersysteem had opgezet. De bevoorrading van de Vietcong ging via ondergrondse tunnels gewoon door en Ho Chi Minh en de andere leiders waren niet bereid tot overleg. Door groeiende tegenstand in de VS tegen de oorlog en het onsuccesvolle verloop van Rolling Thunder beëindigde Johnson de operatie per 1 november 1968, hoewel ook in de jaren erna de luchtaanvallen door bleven gaan. Rolling Thunder had het leven gekost aan ongeveer 1000 Amerikaanse soldaten en tienduizenden Noord-Vietnamezen. De missie bracht de VS bovendien grote financiële verliezen, want alleen het verlies van circa 900 vliegtuigen kostte bijna een miljard dollar. Bovendien was het imago behoorlijk geschaad door het gebruik van zware chemische wapens zoals napalm, waarvan deze foto een bekende getuige is.

Vietnamoorlog op de grond 

Terwijl de Amerikaanse luchtmacht in Operatie Rolling Thunder verwikkeld was, werd de oorlog op de grond ook steeds groter. Al vroeg in de jaren 60 waren grote hoeveelheden Amerikaanse militaire 'adviseurs'  aanwezig in Vietnam om het Zuid-Vietnamese leger bij te staan in de strijd tegen de Vietcong en het Noord-Vietnamese leger. Al onder president Kennedy was besloten om de groeiende communistische invloed definitief een halt toe te roepen. Daardoor werden er steeds meer Amerikaanse troepen richting Vietnam gestuurd. Kennedy weigerde in eerste instantie over te gaan tot het sturen van complete gevechtseenheden, omdat hij verwachtte dat dat op de lange termijn negatieve politieke consequenties, en dus negatieve militaire consequenties voor de VS zou hebben. Kennedy wilde voorkomen dat de Amerikanen de plek van de Franse koloniale troepen in zouden nemen. 

Onder Johnson veranderde dat. Het Tonkin-incident was niet alleen het begin van Rolling Thunder, met de Amerikaanse vliegtuigen kwamen er ook veel meer soldaten naar Vietnam. De openlijke grondoorlog begon in 1965 met de inzet van enkele duizenden Amerikaanse mariniers om de luchtmachtbasis bij Da Nang te beschermen, maar dat aantal groeide al snel tot honderdduizenden soldaten. De Amerikaanse militaire doctrine schreef een aanvallende tactiek voor en vrijwel alle Amerikaanse militairen, van generaals tot laagste rangen, waren gewend om offensief te denken. Het bleef dus niet bij het verdedigen van de basis zelf. Al snel groeide de Amerikaanse missie uit tot een serie operaties waarbij de Amerikanen de tactiek van search and destroy (zoek en vernietig) hanteerden. Legereenheden gingen vaak met met helikopters op zoek naar plekken waar de Vietcong zich ophield, vernietigden daar de basis van de Vietcong en trokken zich weer terug. Hoewel er grote veldslagen waren, zoals de slag bij la Drang, waren zulke grote gevechten geen dagelijkse aangelegenheid. Toch liepen de verliezen op. De Amerikaanse bombardementen kostten talloze Vietnamese levens, maar inmiddels waren ook duizenden Amerikanen gesneuveld in vuurgevechten, maar ook vaak door hinderlagen en de beruchte boobytraps. Desondanks wisten de Amerikanen het beeld in de media redelijk te beheersen. Daardoor heerste bij het publiek de indruk dat de oorlog redelijk voorspoedig verliep.

Tet Offensief

Het Tet Offensief vroeg in 1968 bracht daar verandering in. Dat de Noord-Vietnamezen in staat bleken een enorm en goed gecoördineerd offensief te lanceren, bracht een enorme schok te weeg, niet in de laatste plaats omdat het offensief ook de Amerikaanse ambassade in Saigon trof. Daarmee werd ook voor het publiek duidelijk dat de oorlog, die ondertussen al tienduizenden Amerikaanse levens had gekost, helemaal niet zo voorspoedig liep. Opeens leek de oorlog uitzichtloos en het publiek keerde zich massaal tegen de oorlog. Zeker toen uitlekte dat het leger nog eens honderdduizenden troepen naar Vietnam wilde sturen. Johnson besloot zich niet verkiesbaar te stellen voor de verkiezingen. Ook binnen het leger groeide de weerstand tegen de oorlog. Soldaten weigerden op patrouille te gaan en legereenheden die wel gingen, veranderden op eigen houtje het search and destroy-principe in search and evade, of search and avoid (zoek en ontwijk), terwijl ze na terugkeer op hun basis valse rapporten schreven over het verloop van de patrouille. In mei 1968 begonnen vredesbesprekingen, die echter weinig opleverden. Ondertussen hanteerde de Vietcong een strategie die draaide om 'praten terwijl we vechten, vechten terwijl we praten'. 

Einde van de Vietnamoorlog

Nixon besloot om de Amerikaanse troepen langzaam terug te trekken, terwijl het Zuid-Vietnamese leger het initiatief moest nemen. Dat ging het Zuid-Vietnamese leger niet goed af. De verliezen onder de Zuid-Vietnamezen waren enorm. In 1972 werd het Zuid-Vietnamese leger door het Noord-Vietnamese leger en de Vietcong grotendeels overrompeld en alleen de Amerikaanse luchtmacht kon de communistische opmars tot staan brengen, maar in 1973 waren alle Amerikaanse soldaten teruggetrokken uit Vietnam. 

De Vietnamoorlog zou uiteindelijk nog tot 30 april 1975 voortduren, toen er met de Val van Saigon een einde kwam aan de voor de Amerikanen desastreuze oorlog. Op 8 augustus 2013 kwam de Vietnamoorlog weer wereldwijd in het nieuws toen twee Vietnamezen diep in de bossen in het midden van Vietnam werden gevonden, nadat zij in 1973 voor bombardementen waren gevlucht.

Bronnen

-        20th Century History, Vietnam War (8-8-2013)

-        AD, Vermiste Vietnamese vader en (…) (8-8-2013)

-        Air Force Magazine, Rolling Thunder (8-8-2013)

-        BBC, Vietnam War: History (8-8-2013)

-        History, Operation Rolling Thunder (8-8-2013)

-        Spartacus Educational, Operation Thunder (8-8-2013)

 

Afbeelding

-        Wikimedia Commons, F-105Ds 34th TFS drop (…) (8-8-2013)

-        Wikimedia Commons, Napalm bomb explodes on (…) (8-8-2013)

 

Leestips-Boek

Vietnam-oorlog
Vietnam-oorlog

€ 10.95

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!