Geschiedenis van de dienstplicht

Geschiedenis van de dienstplicht

In Nederland geldt nog altijd dienstplicht. Vanaf 2020 ook voor vrouwen. Maar toch hoeft niemand verplicht het leger in. Hoe is dit mogelijk?

De broer van Napoleon Bonaparte, Lodewijk Napoleon, was begin negentiende eeuw koning van Nederland. Onder zijn bewind werd in 1810 de militaire dienstplicht in Nederland ingevoerd. Iedere man van twintig jaar of ouder moest zich beschikbaar stellen. Door middel van loting werd bepaald wie er in dienst moest treden in het Franse leger. Tot 1898 kon de welgestelde dienstplichtige een vervanger inhuren om zijn dienstplicht voor hem te volbrengen. Vanaf dat moment gold de persoonlijke dienstplicht, waarbij dit niet meer mogelijk was. In 1938 werd het inloten van de dienstplichtigen afgeschaft.

Voor politieke leiders als de Nederlandse koning Willem I, werd de invoering van de dienstplicht gezien als een belangrijk middel in het proces van natievorming. Omdat Nederlanders uit alle streken van het land gedwongen werden om samen te werken, ontstond een gevoel van nationaal kameraadschap. Ook kreeg de ontwikkeling van gestandaardiseerd Nederlands een grote impuls, aangezien dienstplichtigen met verschillende dialecten met elkaar moesten communiceren. Op deze wijze droeg de dienstplicht bij aan het ontstaan van een Nederlandse natiestaat.

Wereldoorlogen

De Eerste Wereldoorlog, waar Nederland overigens niet aan meedeed, is mede door de dienstplicht uitgelopen op een totale vernietigingsoorlog. Beide strijdende kampen, de Centralen en de Entente, konden door de dienstplicht putten uit enorm veel soldaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleek de dienstplicht wederom een noodzaak in veel landen. Door het grote aantal gesneuvelden moest er simpelweg wel geput worden uit de dienstplichtige bevolking.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Ook Nederland had tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstplichtigen in het leger, zij werden voorafgaand aan de Duitse inval in 1940 gemobiliseerd. Velen al in de nazomer van 1939. Alle dienstplichtigen die werden gemobiliseerd hadden al een militaire basistraining achter de rug, maar voor een groot deel van de opgeroepen mannen was die al een tijd geleden. Waar Nederland in 1940 op papier een aanzienlijk aantal militairen kon inzetten, was het overgrote deel daarvan dienstplichtig en dus geen geoefende beroepsmilitair. Omdat die dienstplichtigen tussen augustus 1939 en de daadwerkelijke Duitse inval ook veel tijd besteedden aan het bouwen van de stellingen waarin ze moesten vechten, werd er relatief weinig geoefend. Dat kwam de slagkracht van het leger niet altijd ten goede. 

Ook na de capitulatie in 1940 bleven dienstplichtigen vechten. Een bekend voorbeeld is de Prinses Irene Brigade. De brigade werd onder leiding van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen opgericht. Deze brigade bestond uit Nederlandse dienstplichtige troepen die in mei 1940 het land konden ontvluchten. Daarnaast bestond de brigade uit vrijwilligers en Nederlanders in het buitenland die bij de brigade hun dienstplicht vervulden. De Nederlandse soldaten waren onder andere betrokken bij de bevrijding van Frankrijk, België en Nederland.

Dienstplicht na de Tweede Wereldoorlog

Al kort na de Tweede Wereldoorlog werd de dienstplicht in Nederland weer ingevoerd, in mei 1946 werd de eerste na-oorlogse lichting opgeroepen. Daardoor bestond een groot deel van het Nederlandse leger tijdens Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en de Korea-oorlog uit dienstplichtigen. Veel Nederlandse dienstplichtigen werden naar Indonesië gestuurd er werd zelfs een grondwetswijziging doorgevoerd om het mogelijk te maken om dienstplichtigen tegen hun wil naar de andere kant van de wereld te sturen. Voor die tijd moest een dienstplichtige eerst instemmen met zo'n uitzending. Tijdens de Korea-oorlog werden er geen dienstplichtigen opgeroepen. De Nederlanders die naar de Korea-oorlog werden gestuurd, gingen vrijwillig. 

Ook andere uitzendingen naar het buitenland die na de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden, werden vervuld door vrijwilligers. Dat wil zeggen: de dienstplichtigen die tijdens missies zoals die in Libanon naar het strijdperk in het buitenland werden gestuurd, hadden zich daarvoor aangemeld. Dwang door een wetswijziging zoals tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog kwam niet meer voor. In theorie mochten dienstplichtigen die naar het buitenland zouden gaan zich op het allerlaatste moment nog bedenken, bij wijze van spreken nog op de vliegtuigtrap. 

De dienstplicht 'vermaatschappelijkte' het leger op den duur. De tijden veranderden en de botsingen die op straat plaatsvonden tussen jongeren en ouderen, waren ook in het leger terug te zien. Daar knetterde het, wanneer nozems, hippies en andere groepen in conflict kwamen met hun oudere geharde commandanten, van wie sommigen nog hadden gevochten in Indonesië, Korea of zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch ging het leger wel een beetje mee met de ontwikkelingen, zij het schoorvoetend. Na protesten en zelfs rechtszaken werd in het begin van de jaren 70 de verplichte korte haardracht losgelaten. De lange haren van de Nederlandse dienstplichtigen leverden het Nederlandse leger de reputatie van een hippieleger op. Binnen de NAVO werden deze ontwikkelingen met argusogen gadegeslagen, maar zowel in de Nederlandse- als in buitenlandse kazernes werd opgelucht adem gehaald toen bleek dat de Nederlandse dienstplichtige hippies hun mannetje stonden tijdens oefeningen en tijdens wedstrijden regelmatig hoog scoorden. De Nederlandse dienstplichtigen werden bekend als kritisch maar kundig. 

Dienstweigering

Het leger werd dan wel steeds 'maatschappelijker', de dienstplicht was niet populair in Nederland. Er werd van alles bedacht om afgekeurd te worden. Een bekend voorbeeld is de afkeuring op psychische gronden, de status S-5. Tijdens de keuring begonnen velen zich gestoord te gedragen, waardoor zij werden afgekeurd. Ook homoseksualiteit was tot 1974 een reden om niet in dienstplicht te mogen.

Voor eenieder die zich niet wilde of kon laten afkeuren, bestond de mogelijkheid tot principiële dienstweigering. Dit hield in dat burgers die in principe elke vorm van geweld afkeurden, niet hoefden de dienen in het leger. Deze mannen waren in staat een alternatieve dienstplicht in het algemeen belang te vervullen.

Degenen die vanwege andere redenen weigerden gehoor te geven aan de dienstplicht, kregen geen erkenning van de overheid. Voor deze totaalweigeraars had overheid een gevangenisstraf van ongeveer negentien maanden in petto. Dit was allerminst een leeg dreigement: zo was een van de drie gebouwen van het Drentse gevangeniskamp Veenhuizen na de Tweede Wereldoorlog speciaal gereserveerd voor dienstweigeraars, en zijn in het militaire strafkamp bij het Utrechtse Nieuwersluis weigerende Nederlanders door de staat gevangengezet.

Wat gebeurde er tijdens de dienstplicht?

Jongens die werden opgeroepen, kregen een brief waarin hen werd opgedragen waar en wanneer ze zich moesten melden voor hun dienst. Dan volgde er een medische keuring en een basistraining waarin de dienstplichtigen basisvaardigheden van een soldaat kregen aangeleerd. Maar ook werden de rekruten aan strenge regels onderworpen, waarvan sommige erg merkwaardig waren: zelfs voor de manier waarop een rekruut z'n ondergoed opvouwde, was een regeltje. 

Hoe de dienstplicht beleefd werd, hing af van de individuele dienstplichtige. De een veerde op van de militaire discipline, de ander kraakte juist onder de strikte hierarchie en het zonder vragen doen wat er gezegd werd. Hoewel er heel wat geoefend werd en de dienstplichtigen ook op de kazerne de hele dag door taken hadden, werden er ook heel veel uren besteed met nietsdoen. Velen doodden de tijd dan maar met films, flauwe grappen met collega's, maar er waren ook veel jongens die tijdens de lange dienstmaanden de bodem van menig glas alcohol zagen. Hoewel veel voormalig dienstplichtigen nog altijd met plezier terugdenken aan hun diensttijd, zijn er ook velen voor wie de dienstmaanden een lange zit waren.

Aan het einde van de twintigste eeuw kwam de dienstplicht steeds meer onder druk te staan. Door het einde van de Koude Oorlog was het directe gevaar voor een oorlog waarin Nederland verwikkeld zou raken afgenomen. Het Nederlandse leger werd vanaf dat moment vaker ingezet bij vredesmissies, die net als de andere uitzendingen tijdens de Koude Oorlog op basis van vrijwillige aanmelding gingen. Daardoor hadden veel dienstplichtigen na een korte basisopleiding weinig meer te doen dan wachtlopen en oefenen. Daardoor ontstond meer en meer het beeld dat de dienstplicht in de praktijk vaak neerkwam op maandenlang vervelen op kosten van de overheid, terwijl die jongens ook konden werken of studeren.

Opschorting van de dienstplicht

Vanaf 1 mei 1997 werd de dienstplicht in Nederland officieel opgeschort. Het Nederlandse leger werd vanaf dat moment een beroepsleger. Dit houdt in dat burgers niet in militaire dienst hoeven zolang de veiligheidssituatie dat niet vereist.

In Nederland heerst de veronderstelling dat de militaire dienstplicht is afgeschaft. Dit is dus niet helemaal waar. Dienstplichtigen worden alleen niet opgeroepen. Dat de dienstplicht op papier nog altijd geldt, merken veel zestien- zeventienjarigen elk jaar. Dan krijgen zij een brief waarin wordt medegedeeld dat ze zijn ingeschreven voor de dienstplicht. Tot 2020 kregen alleen jongens zo'n brief, maar sinds 2020 zijn  ook zeventienjarige meisjes formeel dienstplichtig. Zij krijgen dus dezelfde brief. Dat is voor sommigen wel even schrikken. 

Vrouwen en meisjes die in 2020 ouder dan zeventien jaar zijn, vallen nog wel buiten de boot. In het hypothetische (en onwaarschijnlijke) geval van een acute militaire dreiging, kunnen zij ook niet worden opgeroepen.

Militieregisters.nl

De geschiedenis van de dienstplicht is in de loop der jaren goed gedocumenteerd. De namen van bijna alle Nederlandse mannen die van 1814 tot en met 1941 hun dienstplicht hebben vervuld, zijn binnenkort op internet te raadplegen. Het Stadsarchief Amsterdam lanceerde in 2011 de website militieregisters.nl. Vooralsnog zijn er ongeveer 234.000 namen terug te vinden op de website militieregisters,nl. In de loop van volgend jaar moet dit aantal gegroeid zijn tot 2,4 miljoen. Uit privacyoverwegingen worden de persoonsgegevens niet eerder dan honderd jaar na de geboorte van de betreffende persoon openbaar gemaakt. De data wordt momenteel door honderdvijftig vrijwilligers die door het Stadsarchief Amsterdam geworven zijn online gezet.

Dienstplicht in andere landen

Natuurlijk kennen ook andere landen een vorm van dienstplicht. Hoe de geschiedenis van de dienstplicht in het buitenland eruit ziet, lees je hier

Afbeelding:

Dienstplichtigen in 1986. Fotocollectie Anefo via www.nationaalarchief.nl

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

Jan van Schaffelaar

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Covers OA

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de geschiedenis van Amsterdam.

Het ‘sterrenkamp’ in Bergen-Belsen

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Nieuw-Guinea, 1942: de bloedige strijd om de Kokoda-trail

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 16 mei 23:59 u. een abonnement.