Ontstaan en ontwikkeling van de IRA

Op 19 mei 2015 heeft prins Charles de hand geschud met de leider van de voormalige IRA,  Gerry Adams. Het was voor het eerst dat een leider van de Ierse politieke beweging iemand van het Britse koninklijk huis ontmoette. De relatie tussen de twee buurlanden is de laatste jaren beter geworden, maar de IRA verzet zich nog steeds tegen de Ierse verdeling en Britse overheersing.

Ontstaan van de IRA

In 1919 ontstond de Irish Republican Army (IRA) als opvolger van de Irish Volunteer Force, een militante nationalistische organisatie. De IRA wilde af van de onderdrukkende Britse regering, die sinds 1801, toen het protestantse Groot-Brittannië samengevoegd werd met het Rooms-katholieke Ierland, lijnrecht tegenover elkaar stonden.  IRA begon als een ondergrondse organisatie en hanteerde een guerrillatactiek tegen de politie en militaire macht. Door middel van geweld probeerde de organisatie de Britse regering het besturen onmogelijk te maken om zo uiteindelijk een onafhankelijke Ierse republiek te stichten. De Ierse nationalistische partij Sinn Féin was de politieke equivalent van de IRA en veel leden waren lid van zowel de organisatie als de partij. Desondanks handelde de IRA grotendeels zelfstandig en had het meermalen de overhand in de onafhankelijkheidsbeweging.

De Ierse onafhankelijkheidsoorlog (1919-1921)

Mede door het geweld van de IRA brak in 1919 de Ierse onafhankelijkheidsoorlog uit die tot 1921 zou duren. De IRA, onder leiding van Michael Collins, dwong met haar tactiek onderhandelingen met de Britse regering af. De uitkomst van deze onderhandelingen bepaalde dat Ierland verdeeld werd in een katholieke Ierse vrije staat en een protestants Noord-Ierland, gelegen in de Britse provincie Ulster. Een aantal leden van IRA waren het echter niet eens met deze verdeling en splitsten zich af van Collins. Voorstanders van de verdeling zouden de kern van het Irish Free State Army vormen, terwijl de tegenstanders, onder leiding van Eamon de Valera, verder gingen onder de naam IRA.

De strijd gaat door

De nieuw gevormde IRA vocht tegen de nieuwe staat in Noord-Ierland met een Ierse burgeroorlog in 1922 als gevolg. Hoewel de IRA verloor, weigerde zij de legitimiteit van zowel de Ierse vrije staat als van Noord-Ierland te accepteren. De Valera creëerde Fianna Fáil, een politieke partij in de Ierse vrije staat die toegang bood tot de parlementaire politiek voor leden van de IRA. De meeste leden bleven echter op de achtergrond en maakten nog steeds gebruik van guerrillatactieken.

IRA zoekt steun bij Hitler

In 1936 werd de IRA opnieuw illegaal verklaard, nadat dit vijf jaar daarvoor ook al was gebeurd. Engeland en het Ierse parlement traden steeds strenger op tegen acties van de IRA. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zocht de IRA, tot afschuw van de neutrale Ierse regering, toenadering tot Adolf Hitler om de Britten te verdrijven. Hierop werden vijf IRA leiders geëxecuteerd en vele leden gevangen genomen.

Extreem geweld

Nadat Ierland zich in 1949 terugtrok uit de Engelse Commonwealth, pleitte IRA voor een unificatie van Noord-Ierland met de katholieke Ierse vrije staat. In de jaren vijftig bleef het aantal gewelddadige conflicten beperkt tot een aantal sporadische uitbarstingen. Echter, in de jaren zestig escaleerde de situatie, toen katholieken in Noord-Ierland een campagne begonnen tegen discriminatie en onderdrukking van katholieken door protestanten. Het geweld kon niet meer in de hand gehouden worden.

Opdeling in Official IRA en Provisional IRA

Binnen de IRA bestond verdeeldheid over het vaak extreme geweld. Na een Sinn Féin conferentie in Dublin in december 1969, werd de IRA opgedeeld in de Official IRA en de Provisional IRA. Hoewel zij beiden een eenheid binnen Ierland wilden bewerkstelligen, kozen de ‘Officials’ liever voor de parlementaire weg, terwijl de ‘Provisionals’ of ‘Provos’ geloofden dat geweld nodig was om dit te bereiken.

Demilitarisatie en democratisering

In de jaren zeventig groeide de katholieke sympathie voor IRA, mede door de gebeurtenissen op ‘Bloody Sunday’ (30 januari 1972). De IRA werd gesteund door onder andere Amerikaanse sympathisanten, Libië en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Hierdoor werd de organisatie steeds groter en stond zij zowel financieel als in termen van wapens erg sterk. In de jaren tachtig stak de rivaliteit binnen de IRA tussen de politieke en militaire tak echter de kop op en Sinn Féin ging een steeds prominentere rol spelen. De partij wilde het geweld stoppen en meer republikeinen de politiek in helpen. In augustus 1994 verklaarde de IRA dat het zou stoppen met de militaire acties tijdens de Good Friday Agreement. In april 1998 kwamen alle politieke partijen, waaronder de IRA, overeen dat de organisatie zijn ideaal na zou streven in een democratisch stelsel. Noord-Ierland zou bij Engeland blijven horen, tot zijn bevolking anders besliste. Hoewel de IRA niet al zijn wapens vernietigde, verklaarden zij op 28 juli 2005 dat de gewapende campagne voorgoed voorbij was. De spanningen tussen de Britten en Ieren is nog steeds niet helemaal bekoeld, hoewel met de handdruk tussen prins Charles en Adams gesproken kan worden van een historische ontmoeting. Dit bericht verscheen al eerder op IsGeschiedenis.nl en is aangepast om het beter bij de actualiteit te laten aansluiten. 

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!