Geschiedenis van het Noord-Ierse conflict

In de jaren tussen 1969 en 1998 was Noord-Ierland lange tijd het toneel van een bloedige strijd. Nog altijd zijn er met enige regelmaat rellen om het Noord-Ierse conflict. 

Na de onafhankelijkheid van Ierland (1921) en de Ierse Burgeroorlog (1922-1923) werd het eiland opgedeeld in twee verschillende landen; het onafhankelijke, katholieke, Ierland in het zuiden en het, bij Groot-Brittannië horende, Noord-Ierland. In het laatste land was ongeveer zestig procent van de bevolking protestants en veertig procent katholiek. Niet iedereen was het eens met de opdeling van het eiland, wat ten grondslag ligt aan het conflict dat volgde.

The Troubles

Het geweld in Noord-Ierland escaleerde in 1969. In deze tijd kwam de Noord-Ierse katholieke minderheid, die zich benadeeld voelde ten opzichte van de protestantse meerderheid, op voor haar rechten. Onder de protestanten werden loyalistische milities opgericht, om zich te beschermen tegen katholiek geweld. Deze loyalisten waren voor de eenheid met Groot-Brittannië, terwijl de katholieken, gegroepeerd in de Irish Republican Army (IRA), vonden dat Noord-Ierland bij Ierland hoorde. Als gevolg van het geweld van de protestanten ging de IRA ook steeds gewelddadiger te werk. Een tijd van troebelen, troubles, ontstond.

Geweld over en weer volgde, waarbij vuurgevechten, bomaanslagen en executies aan de orde van de dag waren. Van het aantal dodelijke slachtoffers waren ongeveer de helft burgers, terwijl de andere helft bestond uit Britse soldaten, politieagenten en strijders van beide kanten

Politieke tak van de IRA

De IRA probeerde naast het geweld ook via de politiek een Ierse eenheid te bereiken. Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, haalde een groot aantal stemmen onder de katholieke minderheid en ging een serieuze rol spelen in de Noord-Ierse politiek. De IRA behaalde ook veel succes met de hongerstakingen van 1981, waarbij tien IRA-leden zich doodhongerden als protest tegen de omstandigheden in de gevangenissen. Deze hongerstakingen leverden Sinn Féin veel stemmen op en vanuit de hele wereld klonken er protesten tegen het bewind van de Britse premier Margaret Thatcher.

Goede Vrijdag-akkoord

Na de vele aanslagen en doden van de jaren ’70 en ’80 begon de steun voor de IRA in de jaren ’90 te dalen. De vele burgerslachtoffers en eindeloosheid van het conflict zorgden ervoor dat de katholieke opinie zich uiteindelijk tegen de IRA keerde. Doordat de steun terugliep werd de IRA gedwongen om steeds verdergaande onderhandelingen met de Britse regering te voeren. Als gevolg van deze onderhandelingen werd in 1998 het Goede Vrijdag-akkoord gesloten tussen de Britse regering, protestanten en katholieken, waarbij de IRA akkoord ging in het vervolg op een vreedzame manier haar doelen na te streven. De Britse regering beloofde op haar beurt om de rechten van de katholieke minderheid te beschermen.

Nasleep

Met het Goede Vrijdag-akkoord kwam er een einde aan The Troubles, die uiteindelijk aan zo’n 3500 mensen het leven kostten. Dit betekende echter niet dat het geweld totaal uitgebannen werd. Verschillende afsplitsingen van de IRA, die het niet eens waren met de voorwaarden van het Goede Vrijdag-akkoord, gingen door met het plegen van aanslagen en de jaarlijkse religieuze marsen zorgen nog steeds voor problemen. De laatste jaren is het conflict naar de achtergrond verdwenen, maar zo nu en dan laait het geweld weer op, zoals bij de rellen tussen protestante en katholieke inwoners van Belfast afgelopen weekend.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!