EU-vlaggen

Tot hoe ver kan de EU blijven uitbreiden?

Al sinds 1959 wordt er tussen Brussel en Ankara onderhandeld over hun onderlinge relatie. De Turken zetten in 1987 de eerste officiële stap voorwaarts met hun verzoek tot lidmaatschap van de Europese Economische Gemeenschap. Zij zagen hun toenaderingspogingen in 1999 gehonoreerd met de benoeming van Turkije kandidaat-lidstaat van de Europese Unie; het startsein voor onderhandelingen over toetreding. Hoe verliep het toetredingsproces van de huidige 27 lidstaten? 

België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland begonnen met elkaar in 1957 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) . Deze Founding members kregen in de loop van vijftig jaar gezelschap van inmiddels 22 landen. 

Britten voelen zich te goed voor Europa

Het Verenigd Koninkrijk maakte geen deel uit van de Founding Members. Het land trad als een van de weinige overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog en voelde weinig behoefte zich aan te sluiten bij een pact van het kapotgeschoten Europese continent. De Britten hadden kernwapens, een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad en ze bezaten koloniën van Azië tot Afrika. De Britse blik strekte verder dan enkel Europa.

Engeland toch overstag

Bij nader inzien, echter, drukten de oorlogsschulden zwaar op het Verenigd Koninkrijk. De Engelsen verloren de macht over hun koloniën die zich in de Koude Oorlog losmaakten van het Verenigd Koninkrijk. Na de Suez-Crisis (1956) kozen de Engelsen toch voor aansluiting bij de Europese gemeenschappen. In 1973 traden ze toe tot het Europese bal. Tegelijkertijd namen Ierland, Denemarken en Noorwegen plaats aan de onderhandelingstafel. Zij mochten twee jaar later toetreden tot de EG, al stemde de Noorse bevolking in een referendum tegen aansluiting bij Europa.

Grieken mogen mee met de EG

Griekenland tekende al in 1964 een Associatie Gemeenschap met de EG. Deze overeenkomst zou vanzelf overgaan in een lidstaat-kandidaatschap, maar de machtsgreep van de, door Engeland gesteunde, militaire junta vertraagde de toenaderingsonderhandelingen met Europa. Met het aantreden van een democratische regering in 1975 dienden de Grieken opnieuw een verzoek in tot lidmaatschap. De Europese gemeenschappen vreesden nog altijd voor een communistische overname in Griekenland en zij sloten het land in de armen in 1981.

Spanje en Portugal volgen dezelfde route

Spanje en Portugal kenden een haast identieke verhouding tot de EU. De Anjerrevolutie in 1974 verdreef de autoritaire regering in Portugal, waarna Lissabon aansluiting zoch bij de Europese gemeenschappen in 1977. Opnieuw speelde de angst voor het communisme mee in de acceptatie van de aanvraag van Portugal. De strijd tegen het communisme betekende dat het licht eveneens op groen ging voor de toetreding van Spanje. Dit land herstelde in de jaren 1970  van een verscheurende burgeroorlog en jarenlang fascistisch bewind.

Langverwacht aantreden voor Finland, Zweden en Oostenrijk

Finland, Oostenrijk en Zweden traden in 1995 toe tot de Europese Unie. Deze landen hadden eerder willen profiteren van de Gemeenschappelijke Markt, maar hun neutrale houding in de Koude Oorlog belette hun toenadering tot Europa. Het einde van de Sovjet-Unie in 1991 maakte voor de landen de weg vrij voor lidmaatschap van de Europese Unie.

Op weg naar Oost-Europa

Ondertussen toonde Duitsland zich een voorstander van de toetreding van Oost-Europese staten. Na de vereniging van Duitsland in 1990 had Berlijn het oog laten vallen op uitbreiding in het oosten van Europa. Hoewel De Fransen en mediterrane EU-landen bezwaar maakten tegen de door Duitsland geïnitieerde uitbreidingsplannen, verwelkomden de Oostelijke landen de aanwezigheid van Europa. Zij wilden met toetreding tot de Europese Unie voorkomen dat ze opnieuw in de Russische invloedsfeer terechtkwamen.

De EU breidt steeds verder uit

De Europese Commissie maakte zich in 2002 op voor de grootste uitbreiding in de geschiedenis van de Europese Unie. Cyprus, Tsjechië, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië traden toe tot de EU. Door de tien nieuwe lidstaten steeg de EU-bevolking van 75 miljoen naar 450 miljoen inwoners.

Roemenen en Bulgaren maken het de EU lastig

Twee Oost-Europese landen die niet toetraden tot de Europese Unie in 2004 waren Bulgarije en Roemenië. Beide landen kampten met economische problemen, malafide regeringen en corrupte samenlevingen. Instabiliteit gegarandeerd. Tegelijkertijd vertoonde de EU uitbreidingsmoeheid. Westerse regeringen ijverden voor protectionistische maatregelen en verschillende Europese staten, waaronder Nederland, zagen hun bevolkingen kiezen voor anti-EU partijen. De Europese Commissie stelde Roemenië en Bulgarije hervormingen voor en in 2006 achtte de EC beide landen geschikt voor toetreding. In 2007 vonden Roemenië en Bulgarije aansluiting bij de EU.

Gewelddadige geschiedenissen voor Kroatië en Oekraïne

Kroatië trad in 2013 toe tot Europa. De Kroaten maakten in 1991 reeds kenbaar zich te willen aansluiten bij Europa. Destijds leidde het eenzijdig uitroepen van de Kroatische onafhankelijkheid, gesteund door Duitsland, tot militair ingrijpen van de Joegoslavische regering. Ook in Oekraïne, waar EU-beleidsmakers toenaderingspogingen toejuichten, bracht de kwestie van aansluiting bij de EU het land in 2014 in een burgeroorlog.  

Momenteel telt de Europese Unie 28 lidstaten, daarnaast zijn er vijf officiële kandidaat-lidstaten. Naast Turkije zijn dit IJsland, Macedonië, Montenegro en Servië.

Hete hangijzers voor IJsland, Macedonië, Servië en Montenegro

De wensen tot EU-toetreding van Montenegro en Servië blijven in de ijskast, zolang Europa ontevreden is over de corruptie en de  rechtspraak in deze landen. De Serviërs worstelen bovendien met de onafhankelijkheid van Kosovo, een land dat zelf EU-aspiraties koestert. Macedonië geldt als het onrustigste land van Europa. Een autoritaire regering en fricties tussen de Macedoniërs en de Albanese minderheid  belemmeren vooralsnog een EU-lidmaatschap. De IJslanders, op hun beurt, zoeken voorzichtig toenadering tot Europa. In 2013 trok de regering zich terug uit de onderhandelingen met de EU. Meningsverschillen over visserijquota’s, herstelbetalingen van failliet gegane IJslandse banken, de invoering van Europese wetgeving en de entree van de euro vormen de voornaamste struikelblokken voor toenadering tot Europa.

BRONNEN:

AFBEELDINGEN:

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!