vaccinatieplicht geschiedenis

Vaccinatieregels in de 19e eeuw: zonder pokkenbriefje niet naar school

Nu scholen en universiteiten na de zomervakantie weer beginnen, is de vraag hoe het zit met besmettingen op school weer actueel. Hoe groot is de kans op besmettingen in de klas? En mag je mensen verplichten zich te vaccineren voordat ze naar school gaan? In de 19e eeuw werd die discussie minder genuanceerd gevoerd. Zonder bewijs van je pokkenvaccinatie mocht je niet naar school.

Eerste vaccinatiecampagnes vanuit de overheid

Aan het begin van de negentiende eeuw waren de pokken nog een groot probleem in Nederland. Het pokkenvirus kostte duizenden het leven, zeker onder kinderen was het sterftecijfer hoog. Aan het eind van de achttiende eeuw werd het eerste pokken-vaccin uitgevonden door Edward Jenner. Koning Lodewijk Napoleon maakte er al werk van om in Nederland zo veel mogelijk mensen te laten vaccineren, met gratis vaccins, zodat met name mensen uit de lagere klassen zich ook konden laten vaccineren. Ookwerden er penningen en medailles uitgereikt aan artsen die kosteloos mensen vaccineerden.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Na het vertrek van de Fransen, zette Koning Willem I deze vaccinatiecampagnes voort. Sterker nog: hij deed er nog een schepje bovenop. In 1823 voerde hij een wet in waarin het vaccineren voor kinderen min of meer verplicht werd gesteld. Na een vaccinatie kreeg men een bewijsje mee, om aan te tonen dat er daadwerkelijk een prik was gezet. Een document dat al snel bekend werd als pokkenbriefje. En zonder dat pokkenbriefje, kwam je geen school meer binnen. Het hielp, de vaccinatiegraad in Nederland steeg, al bleef die stijging beperkt. De vaccinatiegraad bleef rond de 60% hangen. Er was destijds namelijk nog geen leerplicht en lang niet alle kinderen in Nederland gingen naar school.

Discussie over vaccinatieplicht

Maar lang niet alle schoolgaande kinderen werden gevaccineerd. Er was namelijk heel wat weerstand tegen de het pokkenbriefje, dat door velen als een vaccinatieplicht werd gezien. Vooral onder meer orthodox-protestantse groepen wekte het pokkenbriefje als voorwaarde voor onderwijs weerstand op. De vaccinaties die door koning Willem I als een 'onschatbaar geschenk der Voorzienigheid' werd beschouwd, werd door veel gelovigen juist als een grote ingreep in Gods wil ervaren. Daarom zagen ze de vaccinatieplicht voor in het onderwijs als een grote inbreuk op hun gewetensvrijheid. Veel mensen haalden hun vaccinatie dan ook niet, en op veel plekken werden leerlingen zonder briefje alsnog -oogluikend- toegelaten op school.

De weerstand was het grootst onder aanhangers van orthodoxe protestantse bewegingen. Veel van hen negeerden het pokkenbriefje, of gingen over op vormen van thuisonderwijs. Daarnaast bleven zij de vaccinactieplicht aanvechten in de Tweede Kamer. Onder hun aanvoering en druk werd het pokkenbriefje in de jaren 50 van de 19e eeuw weer afgeschaft.

Pokkenbriefje opnieuw ingevoerd

Een grote uitbraak van pokken in 1870 maakte van het pokkenbriefje weer een heikel punt. De epidemie kostte zo’n 23.000 Nederlanders het leven, vooral kinderen. In 1872 werd daarom de Wet op de Besmettelijke Ziekten ingevoerd. In die wet zat een quarantaineplicht voor kinderen uit een gezin waarin besmettelijke ziekten werden geconstateerd. Pas acht dagen nadat een arts had vastgesteld dat alle gezinsleden weer helemaal gezond waren, mochten kinderen uit dat gezin weer naar school. Daarnaast was met deze wet het pokkenbriefje weer terug.

En weer was er vanuit protestantse kringen grote weerstand tegen de wet. Dit keer onder leiding van Abraham Kuyper, de oprichter van de ARP, die het pokkenbriefje nog altijd een grote inbreuk op de gewetensvrijheid vond. De keuze tussen naar school gaan en thuisonderwijs, was volgens hem geen keuze. Veel mensen hadden namelijk niet de middelen om hun kinderen thuis goed les te geven én voldoende geld te verdienen om te kunnen leven. Kuyper verzamelde meer dan veertigduizend handtekeningen tegen de wet, die hij bij koning Willem III op Paleis het Loo liet bezorgen. Daarmee hoopte hij de koning te bewegen om de Wet op de Besmettelijke Ziekten niet te ondertekenen. Zijn inspanningen waren echter tevergeefs. De koning tekende de wet en het pokkenbriefje was weer een voorwaarde om naar school te mogen.

Van vrijstelling naar opschorting

De discussie bleef echter. In 1912 werd het mogelijk om een vrijstelling aan te vragen, waarmee kinderen zonder pokkenbriefje alsnog naar school konden. Maar volgens de ARP van Kuypers bleef de vaccinatieplicht daarmee in feite gehandhaafd.

Maar de ARP stond niet helemaal alleen in haar standpunt. De SGP, die in 1918 van de ARP was afgesplitst, deelde het standpunt van de ARP over het pokkenbriefje. SGP-voorman Gerrit Hendrik Kersten zette in 1921 een grote handtekeningenactie op, die meer dan 27.000 handtekeningen opleverde. Daarmee toog hij in 1922 naar koningin Wilhelmina. De handtekeningenactie leverde Kersten politiek niks op, er kwam geen officiële reactie, maar hij kreeg wel alle aandacht van de kranten. Het pokkenbriefje kwam daarmee weer meer op losse schroeven te staan. In 1928 werd het pokkenbriefje zelfs opgeschort. Dat was te danken aan vooral politieke druk, al waren er ook berichten van medici, die begonnen met de registratie van bijwerkingen. Hoewel de kans dat iemand na vaccinatie overleed veel kleiner was dan de kans dat iemand overleed aan pokken, hadden deze vroege vaccinaties soms flinke bijwerkingen, zoals hersenvliesontsteking.

Die opschorting werd in de jaren daarop steeds verlengd, tot het pokkenbriefje in 1939 helemaal werd afgeschaft. Wel werd het vaccin tegen pokken in de jaren 50 opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma. Tot 1976 bleef het pokkenvaccin deel van het rijksvaccinatieprogramma, maar omdat de ziekte tegen die tijd zo goed als verdwenen was, werd de ziekte in dat jaar van het lijstje met verplichte vaccins gehaald.  

Bronnen: 

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.