Onderzoek verraad anne frank

​Verraad Anne Frank opgehelderd, of niet?

Op 17 januari 2022 maakte een internationaal onderzoeksteam onder leiding van oud FBI-agent Vince Pankoke en de Nederlandse hoofdonderzoeker Pieter van Twisk bekend wie volgens hen Anne Frank en de andere bewoners van het Achterhuis verraden heeft. Historici kraakten het onderzoek echter al snel. Waar ging het onderzoek om?

Het team van Pankoke werkte lang aan het onderzoek dat antwoord moest geven op de vraag hoe de Sicherheitsdienst (SD) op het spoor kwam van het Achterhuis. Naar het mogelijke verraad van het Achterhuis zijn sinds de Tweede Wereldoorlog meerdere onderzoeken gedaan, maar nog nooit is het historici gelukt om onomstotelijk vast te stellen hoe de Duitse bezetter op het spoor van het Achterhuis kwam. Het cold-case team van Pankoke moest daar, dankzij het gebruik van moderne recherche-software en -onderzoeksmethoden verandering in brengen.

Met die technieken namen de onderzoekers, een team dat bestond uit forensisch specialisten, criminologen en rechercheurs, grote hoeveelheden archiefmateriaal door. De software moest helpen bij het leggen van verbanden in het archiefmateriaal, die door mensen makkelijk gemist zouden kunnen worden. Daardoor konden de onderzoekers aangeven wat er ‘zeer waarschijnlijk’ [sic.] gebeurd is.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Anoniem briefje

Uit het onderzoek bleek dat het Achterhuis verraden zou zijn: namelijk door de vooraanstaande Joodse notaris Arnold van den Bergh. Hij zou het adres van het Achterhuis hebben doorgespeeld aan de nazi’s uit lijfsbehoud. Een anoniem briefje was doorslaggevend in die verdenking. Het briefje, dat vlak na de oorlog bij Otto Frank werd bezorgd, bevatte de volgende tekst:

"Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd medegedeeld aan de Jüdische Auswanderung te Amsterdam, Euterpestraat, door A. van den Bergh, destijds woonachtig nabij het Vondelpark, O. Nassaulaan. Bij de J.A. bestond er een hele lijst door hem doorgegeven adressen."

Een kopie van dat briefje werd door de onderzoekers in het persoonlijke archief van rechercheur Arend van Helden gevonden. Eerder concludeerde die dat “aan de integriteit van Van den Bergh niet behoeft te worden getwijfeld". Ook het onderzoeksteam had in eerste instantie geen reden tot achterdocht. "Van den Bergh was lid van de Joodse Raad en die werd in september 1943 opgepakt, dus dan had hij in augustus 1944 alles vanuit een concentratiekamp moeten doorgeven? Dat ligt niet voor de hand”, stelt Twist van het onderzoeksteam in een interview met de NOS. “Tot we erachter kwamen dat hij helemaal niet in een kamp heeft gezeten." Bovendien werden Van den Bergh en zijn familie in het nauw gedreven, had Van den Bergh als prominent lid van de Joodse Raad toegang tot diens lijsten met onderduikadressen en had hij daarbij de juiste contacten om de informatie naar de Duitsers door te spelen. Een motief was  dus aanwezig, evenals de middelen, om het adres van het Achterhuis vrij te geven aan de nazi’s.

Ook een ander cruciaal detail viel de onderzoekers op. De tip over het Achterhuis kwam volgens de onderzoekers telefonisch binnen bij Julius Dettmann, een hooggeplaatste functionaris binnen de SD. Dat is volgens de onderzoekers aanwijzing dat de tip gegeven is door een ander hooggeplaatst iemand. Veel mensen hadden geen telefoon en nog belangrijker: Dettmann was niet iemand die je zomaar kon bellen. Zijn nummer stond niet in telefoonboeken en een gewone burger werd niet zomaar met hem doorverbonden. Van den Bergh zou als lid van de Joodse Raad en notaris wel in contact met hem hebben kunnen komen.

Historici kraken het onderzoek

Deze theorie wordt echter door veel historici in twijfel getrokken. “Flinterdun”, zo noemt historicus Bart van der Boom, universitair docent aan de Universiteit Leiden, dit bewijs. Na jarenlang onderzoek te hebben verricht naar de Joodse Raad, kan hij één ding met zekerheid stellen; tot op heden is er geen enkel bewijs gevonden waaruit kan worden geconcludeerd dat de Joodse Raad lijsten met onderduikadressen samenstelde. “Als dat zo was, zou dat bekend zijn geweest bij de Duitsers die verantwoordelijk waren voor de deportaties, Willy Lages en Ferdinand Aus der Fünten. Zij hebben na de oorlog in verklaringen aan de Nederlandse Justitie alles gedaan om de Joodse Raad medeverantwoordelijk te maken voor hun misdaden, maar ze hebben nooit iets gezegd over adressenlijsten die aan hen zouden zijn doorgespeeld”, vertelde Van der Boom aan Historisch Nieuwsblad.

Bovendien gingen na de oorlog de wildste geruchten rond over wie wie zou hebben verraden; Van den Bergh had nu eenmaal veel vijanden. In een ander artikel in Trouw geeft Van der Boom aan dat het briefje alleen laat zien dat Van den Bergh verdacht werd van verraad, maar niet dat hij daadwerkelijk verraad pleegde. Dat het briefje ook nog anoniem was, maakt het volgens de historici vrijwel onmogelijk om iets zinnigs te zeggen over de betrouwbaarheid van het briefje.

In hetzelfde artikel in Trouw, vertelt NIOD-onderzoeker Eric Somers ook dat het briefje al lang bekend was. Dat de Joodse Raad lijsten met onderduikadressen had, betwijfelt deze onderzoeker ook. Het enige bewijs daarvoor zou een getuigenis van een Duitse tolk zijn. Volgens die getuigenis, die door het team van Pankoke werd gevonden in het Centraal Archief voor Bijzondere Rechtspleging, had de tolk Duitse militairen over dergelijke lijsten van de Joodse Raad horen praten. De getuigenis van de tolk vond plaats tijdens een rechtszaak naar het handelen van de tolk. Daarmee is de getuigenis volgens de historici ‘flinterdun’ bewijs, zeker omdat niet onomstotelijk vast staat dat de Joodse Raad daadwerkelijk zulke lijsten bezat.  .

Een ander kritiekpunt is dat dit onderzoek andere theorieën niet weerlegt. Het is nog steeds goed mogelijk dat de SD tijdens een onderzoek naar fraude met voedselbonnen, min of meer toevallig op het spoor van het Achterhuis kwam. Ook zijn andere mogelijke verraders, zoals Ans van Dijk, nog altijd niet volledig gevrijwaard van de verdenkingen. 

85% zeker

Onomstotelijk bewijs ontbreekt dus nog, ook in de ogen van het onderzoeksteam. De onderzoekers stellen dat zij 85% zeker zijn van hun onderzoek, maar dus niet volledig. "Ik denk dat er nog wel meer puzzelstukjes te vinden zijn”, vertelt Twisk aan de NOS. “Het zou fantastisch zijn als er door dit onderzoek meer boven water komt. Misschien zijn er wel meer mensen die na de oorlog zo'n anoniem briefje kregen." Of dat ook gaat gebeuren, wordt door historici betwijfeld. Somers vertelde aan Trouw dat dit onderzoek voor hem alleen maar duidelijker maakt dat er nooit een duidelijk antwoord op de vraag wie Anne Frank heeft verraden gaat komen.

Bronnen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!