Home » Reportage
Bloedbad van Glencoe

Het Bloedbad van Glencoe: Schotse gastheren vermoord

Voor volgers van de tv-serie Game of Thrones is het wellicht een bekende scène: een gastheer vermoordt zijn gasten na hen voedsel en onderdak aangeboden te hebben. Het omgekeerde overkwam leden van een Schotse clan aan het einde van de zeventiende eeuw, toen zij vermoord werden door soldaten die zij twee weken lang hadden gehuisvest.

De MacDonalds of Glen Coe

In de zeventiende eeuw waren de MacDonalds een machtige clan in de Schotse Hooglanden. Leden van de MacDonald clan die in de vallei Glen Coe woonden, en zichzelf daarom de MacDonalds of Glen Coe noemden, hielden zich net als de meeste andere clans in de Hooglanden voornamelijk in leven met het verbouwen van enkele gewassen en met veeteelt en -diefstal.

Glen Coe werd al sinds de veertiende eeuw bewoond door de MacDonalds, toen die koning Robert the Bruce steunden in diens strijd om de Schotse troon en Schotlands onafhankelijkheid. In de zeventiende eeuw waren de MacDonalds of Glen Coe, net als de meeste andere Schotse clans, trouw aan koning Jacobus II van Engeland. Jacobus II werd in 1688 tijdens de Glorious Revolution verslagen door een groot Nederlands leger onder leiding van Willem III van Oranje, waarna hij werd afgezet. Willem III besteeg vervolgens samen met zijn vrouw en nicht, Maria II van Engeland, de tronen van Engeland, Ierland en Schotland.

Door hun trouw aan de afgezette koning waren de MacDonalds of Glen Coe niet erg populair onder de nieuwe regering, en door hun conflicten met naburige clans waren de MacDonalds de rivalen van clan Campbell.

Een koninklijke afkondiging

Op 26 augustus 1691 vaardigde Willem III een koninklijke afkondiging uit, waarin hij de Schotse clans opriep trouw aan hem te zweren. Als de clanleiders dit deden vóór 1 januari 1692, zou hen een koninklijk pardon geschonken worden. Waren ze te laat of zwoeren ze helemaal geen trouw aan de nieuwe koning, dan zouden zware straffen onder de “utmost extremity of the law” volgen.

In oktober vroegen de clanleiders aan de afgezette Jacobus II om toestemming om trouw te zweren aan de nieuwe koning, tenzij Jacobus II kans zag een invasie van Engeland te beginnen vóór de deadline. Pas op 12 december 1691 stuurde Jacobus II zijn toestemming. Dit nieuws kwam de MacDonalds of Glen Coe echter pas op 28 december ter ore; drie dagen voor de deadline.

Maclains eed van trouw

De leider van de MacDonalds of Glen Coe, Maclain, vertrok door een winterse storm pas op 30 december naar Fort William om zijn eed van trouw aan de nieuwe regering af te leggen. Hij zou nog op tijd zijn geweest, ware het niet dat luitenant-kolonel John Hill in Fort William niet gemachtigd was om de eed in ontvangst te nemen.

Hill stuurde Maclain dan ook door naar de dichtstbijzijnde sheriff, in het plaatsje Inveraray – de hoofdstad van clan Campbell. Zelfs toen zou Maclain nog op tijd zijn geweest. Maar Maclain werd onderweg een dag vastgehouden door een regiment van het regeringsleger met Campbell-soldaten, het Earl of Argyll’s Regiment of Foot. Eenmaal in Inveraray moest Maclain ook nog een paar dagen wachten totdat de sheriff weer aanwezig was. Zodoende legde Maclain pas op 6 januari 1692 zijn eed van trouw af.

Campbells ingekwartierd bij MacDonalds

De Schotse regering vond Maclains eed van trouw echter te laat en wees deze dan ook – in het geheim – af. Eind januari werden honderdtwintig soldaten van het Earl of Argyll’s Regiment of Foot, waarvan de meesten leden van clan Campbell waren, ingekwartierd in de huizen van de MacDonalds of Glen Coe. Inkwartiering was destijds een alternatief voor het betalen van belasting en kwam dan ook geregeld voor; in 1678 waren MacDonalds nog ingekwartierd bij Campbells tijdens een veldtocht in de provincie Argyll. Omdat Maclain niet wist dat zijn late eed van trouw was afgewezen, was hij niet argwanend. De inkwartiering van de Campbells bij de Macdonalds verliep dan ook twee weken lang zonder problemen.

De moordpartij

Op 12 februari 1692 ontving de officier van de ingekwartierde soldaten ’s avonds schriftelijke orders om al hun gastheren over de kling te jagen en hun huizen af te branden. Hoewel sommige soldaten onwillig waren om deze orders uit te voeren en hun gastheren zelfs waarschuwden om te vluchten, begon het Bloedbad van Glencoe in de ochtend van 13 februari 1692.

38 MacDonalds werden in hun huizen of in de buurt daarvan afgeslacht, terwijl nog eens 14 anderen omkwamen in de brand die door de soldaten werd gesticht. Overlevenden vluchtten de bergen in, maar door een sneeuwstorm en de koude temperaturen kwamen daar volgens schatting nog eens 40 mensen om het leven. Ook de clanleider, Maclain, werd vermoord. Zijn zoons wisten echter te ontsnappen.

Volgens sommige historici zouden er nog meer slachtoffers gevallen zijn als twee andere compagnieën zich tijdig bij de eerste compagnie hadden gevoegd. Die twee compagnieën deden er echter expres langer over om Glen Coe te bereiken, omdat de soldaten niet deel wilden nemen aan de moordpartij.

Verfilmd

Het Bloedbad van Glencoe is in 1971 verfilmd door regisseur Austin Campbell. Het historische schandaal zou ook een bron van inspiratie zijn geweest voor schrijver George R.R. Martin, die de gebeurtenis verwerkte in zijn befaamde “Red Wedding” in de boekenserie Een Lied van IJs en Vuur, die in 2013 vervolgens verfilmd werd in de tv-serie Game of Thrones.

BRONNEN

AFBEELDINGEN

  • Glencoe massacre memorial, by Kim Traynor (Own work) [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons
Meer inspiratie

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!