Prins Maurits van Oranje tijdens de Slag bij Nieuwpoort

De Slag bij Nieuwpoort wordt gewonnen door Maurits van Oranje

In 1568 begon er een oorlog die tachtig jaar zou duren: de Tachtigjarige Oorlog. De Nederlanders kwamen hierbij in opstand tegen de Spaanse koning. Op 2 juli 1600 vindt één van de beroemdste slagen tussen de twee legers plaats: de Slag bij Nieuwpoort. Hoe zat het ook alweer met deze belangrijke veldslag?


Maurits van Oranje


In 1600 was de Tachtigjarige oorlog al drie decennia gaande. De Nederlandse Vader des Vaderlands en leider van de opstand Willem van Oranje was zestien jaar eerder al vermoord. In 1579 was uit de Unie van Utrecht de Republiek der Verenigde Nederlanden voortgekomen, waarvan de macht in handen van de Staten-Generaal was komen te liggen. De zoon van Willem van Oranje, Maurits van Oranje, werd stadhouder van enkele Nederlandse provincies en had het bevel over het leger. Samen met raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt regeerde hij de Nederlanden.



Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Maar er waren grote verschillen tussen de twee. De Staten-Generaal en Van Oldenbarnevelt wilden het initiatief in de oorlog naar zich toe trekken door meer aanvallend te handelen. Daarbij wilden de Staten ook gebruik maken van het feit dat het Spaanse leger met betalingsproblemen kampte, waardoor er onvrede heerste onder veel soldaten in Spaanse dienst. Maar er speelden grotere strategische doelen. Een aanval op de Vlaamse kust zou veel voordelen kunnen opleveren. In de ogen van de Staten-Generaal was Duinkerke een goed doelwit voor zo'n aanval. De stad was de thuishaven van veel kapers die in Spaanse dienst het Kanaal onveilig maakten voor schepen van de Republiek. De verovering van de stad zou die dreiging de wereld uit helpen. Daarnaast kon de stad eventueel als betaalmiddel gebruikt worden om oorlogsschulden mee af te lossen en er werd gehoopt dat een slag zo dichtbij de Franse grens ook de Franse koning weer zou doen besluiten om zich in het conflict te mengen. Tegen Spanje.


Echter, veel militairen, onder wie stadhouder Maurits zelf, hadden bedenkingen. Duinkerke lag erg diep in Spaans gebied. Tegen de tijd dat de hele legerschare bij de muren van de stad zou zijn aangekomen, was de stad al lang en breed gewaarschuwd, en voorbereid. Daardoor zou de gehoopte snelle veldtocht wel eens kunnen veranderen in een lange en slepende belegering, of erger: het leger van de belegeraars zou zo diep in vijandelijk gebied makkelijk ingesloten kunnen worden. Daarnaast zouden de lange tocht en de belegering kostbaar zijn, met dezelfde investering zouden makkelijkere en net zulke belangrijke doelen dicht bij huis aangevallen kunnen worden.


De reis naar Duinkerke


Maar de militairen, zelfs de stadhouder, waren dienaren van de Staten-Generaal, en dus voegde de stadhouder zich naar hun wens en trok met een groot leger het vijandelijk gebied in. Historici schatten dat er zo’n dertienhonderd vaartuigen nodig waren om alle 13.000 manschappen, bijna drieduizend paarden, de kanonnen en vooral alle voorraden die zij nodig hadden, de Westerschelde over te zetten. Eenmaal aan land zou het hele leger een lange stoet van meer dan tien kilometer lang hebben gevormd. 


De opmars door Vlaanderen verliep niet soepel. Er werden kleine successen geboekt, er werden meerdere schansen en dorpjes ingenomen, maar buiten dat had Maurits grote moeite zijn leger te laten oprukken. De kuststreek was dunbevolkt, waardoor de soldaten grote moeite hadden hun voedselvoorraden aan te vullen en de bewoners die er waren, waren het leger vijandig gezind. De spaarzame wegen in de omgeving waren nauwelijks berekend op zo’n enorme massa mensen, dieren en karren waardoor de soldaten meer dan eens sloten moesten dempen om door te kunnen lopen. En door gebrek aan goede kaarten verdwaalde het leger meer dan eens.


Zo kwam het leger op 1 juli ploeterend en schermutselend bij Mariakerke aan, iets ten zuiden van Oostende. Maurits was het gestuntel op de smalle weggetjes in de Vlaamse polders meer dan zat en besloot zijn leger verder te laten trekken over het strand. Op 1 juli kwamen zijn troepen aan op de plek waar de rivier de IJzer langs Nieuwpoort de zee in stroomt. 


De opmars van het grote leger was niet onopgemerkt gebleven. Albrecht van Oostenrijk, landvoogd van de Spaanse Nederlanden had al op twintig juni bericht gekregen over het naderende leger en had samen met zijn vrouw Isabella van Spanje, dochter van koning Filips II, alles op alles gezet om zo veel mogelijk soldaten weer aan het vechten te krijgen, vanuit heel de zuidelijke Nederlanden liet hij soldaten naar de kust trekken, sommige eenheden wisten zelfs veertig kilometer per dag af te leggen. Zo kon hij met een forse legermacht Maurits tegemoet treden. 


De Slag bij Nieuwpoort


In de nacht van 1 op 2 juli 1600 kreeg Maurits bericht dat Oldenburg, dat hij op 27 juni veroverd had, weer in Spaanse handen was gevallen. Vrezend dat hij ingesloten zou raken, maar ook niet wetend dat het om een groot Spaans leger ging, stuurde Maurits troepen vooruit die de Spanjaarden tot staan moesten brengen. Die waren echter op geen enkele manier opgewassen tegen het leger van Albrecht. De soldaten die konden ontkomen, vluchtten terug naar de stellingen van Maurits, anderen werden de zee in gedreven. Albrecht stootte echter niet direct door, waardoor Maurits de tijd had zijn leger handig op te stellen in de duinen en op het strand. Hij hoopte dat het losse strandzand een bestorming zo zou vertragen dat zijn troepen in goede defensieve posities in het voordeel zouden zijn. Dat deed hij handig. De troepen van Albrecht zouden tegen de zon in moeten kijken en hadden ook de wind tegen. Dat betekende dat het zand dat ongetwijfeld zou opwaaien tijdens de gevechten, in de gezichten van de Spaanse soldaten zou waaien.


 


Het duurde tot in de middag voor de slag écht losbarstte. Maurits koos in eerste instantie voor de aanval met zijn ruiters, maar de Spaanse troepen hielden stand en gingen zelf in de aanval. Met succes, Maurits werd langzaam maar zeker teruggedrongen. In de achterhoede van Maurits’ leger begon paniek uit te breken. De bevoorradingswagens stonden al aan de oever van de rivier en konden niet meer verder terug. Tegelijk begonnen de Spaanse troepen juist overmoedig te raken, doordat ze in de duinen snel oprukten, de troepen van Maurits vechtend voor zich uitdrijvend.


Maar die aanval kostte de Spanjaarden ook wat, vooral veel kracht. Aanvallend door het losse duinzand, raakten de soldaten langzaam maar zeker uitgeput. Waardoor ze geen weerwoord hadden op Maurits’ tegenaanval. Na zijn aanvallen aan het begin van de slag had de stadhouder zijn ruiters in reserve gehouden en stuurde ze nu op de vijand af. De cavalerie van Maurits wist de Spaanse cavalerie te verslaan en op de vlucht te jagen. Die vlucht en chaos sloeg over op de andere vermoeide Spaanse voetsoldaten, terwijl de opmars van de cavalerie de paniek achterin de linies van Maurits’ leger juist tot bedaren bracht. Uiteindelijk moest Albrecht zelf, gewond, ook het veld ruimen. Maurits had de slag gewonnen. 


De nasleep van de Slag bij Nieuwpoort


Maurits mocht het Spaanse leger verslagen hebben, er was niet veel gewonnen. Hij had de stad Duinkerke niet kunnen innemen en er waren veel soldaten gesneuveld. Zodoende had de veldtocht, behalve een overwinning in de veldslag, vrijwel niks opgeleverd voor de Republiek. Wel was Maurits’ militair genie duidelijk geworden. De veldheer werd geroemd om zijn beheerste terugtocht over het strand en de goede timing van de tegenaanval van zijn cavalerie.


De relatie tussen Maurits en Van Oldenbarnevelt was daarentegen juist verslechterd. Maurits was ondanks de bedenkingen van veel topmilitairen uit de Republiek naar Duinkerke gestuurd door Van Oldenbarnevelt om daar een bjina onmogelijke opdracht uit te voeren. Het verschil van inzicht over de veldtocht bleek het begin van een steeds groter wordende breuk tussen de twee, die nog hoger opliep door een meningsverschil over de strijd tussen de remonstranten en de contraremonstranten. Toen de Staten-Generaal in 1619 een dictatoriale volmacht verleende aan Maurits, liet hij al zijn vijanden arresteren. Onder hen was Johan van Oldenbarnevelt. Hij werd op 12 mei 1619 wegens landverraad ter dood veroordeeld.


Wie was raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, waarom was zijn invloed zo groot en waarom werd hij wegens landverraad terechtgesteld? Lees het allemaal in ons dossier.

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Personen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!