Prins Maurits bij de Slag bij Nieuwpoort, 2 juli 1600. Pauwels van Hillegaert, cia 1632 – 1640

De Tachtigjarige Oorlog in vogelvlucht: een overzicht

De Tachtigjarige Oorlog, ofwel de Nederlandse Opstand, is een standaard onderdeel van het geschiedenisonderwijs dat iedere Nederlander krijgt. Bijna iedereen heeft wel eens gehoord van de Slag bij Nieuwpoort, de onthoofding van Johan van Oldebarneveldt, de moord op Willem van Oranje en het Twaalfjarig Bestand. Toch is het moeilijk het overzicht te bewaren in die tachtig jaren strijd tegen de Spanjaarden. Het is dus tijd om de Tachtigjarige Oorlog, die zo prominent in ons collectieve historische geheugen zit, te ontleden en inzichtelijk te maken. Want waar ging het nou eigenlijk om?

De Habsburgse en Spaanse Nederlanden

In de 16e eeuw bestond Nederland nog niet. De gebieden die tegenwoordig grofweg Nederland, België en Luxemburg beslaan behoorden tot het Habsburgse Rijk van Karel V en werden ‘Zeventien Provinciën’ genoemd. Het Habsburgse Rijk bestond daarnaast uit Spanje, Zuid-Italië en grote delen van midden-Europa. De Nederlanden vormden als gevolg van allerlei besluiten van Karel V steeds meer een autonome staat, die alleen theoretisch nog onder het Rijk viel en waar Karel zelf aan het hoofd stond.

In 1555 volgde koning Filips II van Spanje zijn vader op als Heer der Nederlanden. Sindsdien wordt er ook wel gesproken van de Spaanse Nederlanden. De Nederlanden waren geen eenheidsstaat, maar een personele unie. Dat betekende dat hun eenheid eruit bestond dat zij dezelfde vorst hadden. In de praktijk waren de gewesten nog behoorlijk autonoom en was er weinig sprake van een gevoel van culturele verbondenheid. In 1559 verliet Filips de Nederlanden en benoemde zijn halfzus Margaretha van Parma tot landvoogdes.

Religieus conflict

De belangrijkste bron van wrijving tussen de Habsburgse overheerser en de Nederlanden was ongetwijfeld religie en daarom staat de Tachtigjarige Oorlog ook wel bekend als één van de godsdienstoorlogen die in die tijd in Europa woedde. In zijn strijd tegen ‘ketters’ had Karel V in 1550 de zogenaamde ‘bloedplakkaten’ uitgevaardigd, waarin stond dat het schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen, het bijwonen van en prediken tijdens protestantse bijeenkomsten of het huisvesten van protestanten met de dood zou worden bestraft. Filips II zette die vervolgingen van de Inquisitie met ongekende drift voort.

Niet iedereen in de Nederlanden was protestants, maar veel mensen sympathiseerden met de vervolgde slachtoffers, die vaak vroom en standvastig hun lot ondergingen. Ten gevolge van economische malaise raakten steeds meer mensen overtuigd van het calvinisme. Margaretha van Parma wist niet wat ze daartegen moest doen, en schortte de vervolgingen tijdelijk op. Dat besluit leidde tot de Beeldenstorm in 1566. Met het vernielen van katholieke beelden en kunst werd de ontevredenheid over de Spaanse overheersing omgezet in geweld en was het startschot van de Tachtigjarige oorlog gelost.

De Beeldestormery, Hugo de Groot, 1681 (Wikimedia Commons)

Verdeelde strijd

In de aanloop naar de geweldsuitbarsting hadden verschillende Nederlandse edelen, waaronder Willem van Oranje, al gepoogd de boel te sussen door de Spaanse vorst te verzoeken vrijheid van geweten en godsdienst in te stellen en de vervolgingen op te schorten. Dat mocht niet baten. Toen de Beeldenstorm eenmaal losgebarsten was, schaarden verschillende edelen zich openlijk achter het protestantisme en het verzet tegen de Spaanse overheersing.  Nadat de hertog van Alva, de nieuwe landvoogd, in 1567 in Brussel was aangekomen, werden veel van hen, gevangen of bij verstek, veroordeeld door zijn nieuw ingestelde Raad van Beroerten, bijgenaamd de ‘Bloedraad’. Een jaar later, in 1568, leverde Willem van Oranje, samen met zijn broers Lodewijk en Adolf van Nassau met de slag bij Heiligerlee het eerste gewapende verzet tegen Alva.

Lang niet iedereen in de Nederlanden was het daarmee eens of sloot zich aan bij de opstandelingen. Sommigen vonden Van Oranje een oproerkraaier en probeerden er het beste van te maken onder Alva. Dat kenmerkte de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog, waarin geen sprake was van een eendrachtig Nederlands verzet tegen de Spanjaarden. Nederlandse steden schaarden zich ofwel achter de Opstand, ofwel achter het Spaanse katholieke bewind en bevochten elkaar. Het katholieke stadsbestuur van Amsterdam bleef bijvoorbeeld tot de Alteratie van Amsterdam in 1578 aan Spaanse zijde meevechten.

De Pacificatie van Gent in 1576, waarin alle gewesten zich eendrachtig verklaarden in de zogeheten Generale Unie, was een uitzondering op de verdeeldheid, maar dergelijke pogingen tot eendracht mondden al snel uit in religieus, militair of politiek conflict. Drie jaar later, in 1579, werd de scheuring tussen de overwegend protestantse Noordelijke gewesten en het katholieke Zuiden bezegeld met de Unie van Atrecht en Unie van Utrecht. Op 26 juli 1581 tekenden de Noordelijke provinciën het Plakkaat van Verlatinghe, een onafhankelijkheidsverklaring waarin zij Filips afzetten als hun vorst.

De Unie van Utrecht. Joseph Odevaere, circa 1815 - 1830 (Wikimedia Commons)

Eensgezindheid in de Republiek

Na jaren van strijd en oorlog tussen de Spaanse troepen van Alva, de katholieke sympathisanten, de protestantse geuzen en de ‘staatse legers’ van Van Oranje, bezegelde de val van Antwerpen op 27 augustus 1585 de definitieve scheiding tussen de Noordelijke- en de Zuidelijke gewesten. Nadat vergeefs de soevereiniteit over de Noordelijke Nederlanden was aangeboden aan de vorsten van Frankrijk en Engeland, werd in 1588 besloten dat de Staten-Generaal dan maar zelf de Noordelijke gewesten moesten besturen. Raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt, gaf de Goudse pensionaris François Vrancken de opdracht om dat besluit juridisch en politiek te rechtvaardigen. In de Justificatie of Deductie die hij opstelde werd de macht over de Noordelijke gewesten bij de Staten-Generaal gelegd. Daarmee werd zonder formeel besluit de Republiek der Vereenigde Nederlanden opgericht.

De Tachtigjarige Oorlog kreeg door de definitieve scheiding het karakter van een ‘gewone’ oorlog tussen twee staten, hoewel de politieke en religieuze drijfveren onveranderd bleven. De stadhouders Maurits van Nassau en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg hadden na de dood van Willem van Oranje militair de touwtjes in handen en behaalden een reeks successen in de eerste tien jaar van de Republiek. Ook kon de strijd door de afscheiding worden voortgezet op zee: de Spaanse vloot was vanaf dat moment regelmatig doelwit van Nederlandse kaapvaart.

Wapenstilstand en vrede

Filips II was inmiddels overleden en had het gezag over zowel de Noordelijke- als de Zuidelijke Nederlanden in 1598 overgedragen aan zijn dochter Isabella van Spanje. Na de voorspoedige eerste tien jaar aan de zijde van het leger van Maurits en Willem Lodewijk brak een periode aan waarin zowel de Spanjaarden als de ‘staatse’ legers geen duidelijke overwinningen wisten te behalen. De Slag bij Nieuwpoort in 1600 werd bijvoorbeeld gewonnen door Maurits, maar was geen klinkende zege omdat hij de stad niet kon innemen. De ontstane patstelling leidde tot vredesbesprekingen in Den Haag. Op 9 april 1609 werd uiteindelijk in Antwerpen besloten tot een wapenstilstand, die uiteindelijk twaalf jaar zou duren. Tijdens het Twaalfjarig Bestand werden de Nederlanden bestuurd door de aartshertog Albert, Isabella’s gemaal, en functioneerde het als autonome staat. In die jaren bloeiden de handel en kunsten op in de Nederlanden en ontstonden er eveneens nieuwe religieuze twisten binnen protestantse kringen. 

Voor de zeeslag bij Duins. Reinier Nooms, circa 1639.

In 1621 overleed Albert kinderloos, waardoor de Nederlanden weer direct onder Spaans gezag kwamen en de strijd opnieuw oplaaide. De volgende jaren waren wederom een afwisselend succes voor de Spaanse en staatse troepen. In 1639 versloeg Maarten Tromp in de Slag bij Duins de Spaanse Armada op het Kanaal. De nederlaag maakte een einde aan alle verdere Spaanse ambities. Inmiddels was de Dertigjarige Oorlog uitgebroken, een grootschalig conflict waarbij grote delen van Europa betrokken waren. Vanwege de strijd die Spanje ook voerde met onder meer Frankrijk, Italië, Portugal en Engeland was het in 1640 uiteindelijk bereid tot vrede. In het volgende jaar kwamen de grote Europese mogendheden overeen om in München parallel vredesonderhandelingen te voeren. De Republiek mocht daarin als volwaardige staat meedoen. In 1648 ondertekenden alle deelnemers de Vrede van Münster, waarin de Republiek door Spanje als soevereine staat werd erkend.

Bron:

  • A. van der Lem, De Opstand in de Nederlanden 1568 – 1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld (Nijmegen 2014).

Afbeeldingen:

  • Prins Maurits bij de Slag bij Nieuwpoort, 2 juli 1600. Pauwels van Hillegaert, circa 1632 – 1640 [Public Domain via Wikimedia Commons]
  • De Beeldestormery in den Jaare 1568 in Vlaenderen en Braband begonnen en in wynig Tyds door gans Nederland verspreit, uit Nederlandtsche jaerboeken en historien van Hugo de Groot, 1681. [Public Domain via Wikimedia Commons]
  • De Unie van Utrecht. Joseph Odevaere, circa 1815 - 1830 [Public Domain via Wikimedia Commons]
  • Voor de zeeslag bij Duins. Reinier Nooms, circa 1639. [Public Domain via Wikimedia Commons]
Meer weten

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!