Geschiedenis van de Raad van State

Koningin Beatrix opende op 5 oktober, in gezelschap van prins Willem Alexander en prinses Máxima, de nieuwe huisvesting van de Raad van State. Dit instituut is gevestigd op de Kneuterdijk in een aantal monumentale panden die ruim vijf eeuwen geschiedenis omvatten. Ook de Raad van State zelf is al oud: ze is 480 jaar geleden ingesteld door keizer Karel V.

Op 1 oktober 1531 stelde keizer Karel V (1500-1558) de Raad van State in als 'adviescollege met betrekking tot de grote en belangrijke materies, alsmede die welke de staat, het algemene regeringsbeleid, de vrede, veiligheid en de verdediging der Nederlanden betreffen'. De Raad van State bestaat niet alleen in Nederland, maar ook in België, en Luxemburg. Al sinds de Middeleeuwen was het de traditie dat de hoge adel de vorst met raad en daad bijstond. Het was zelfs de basis van het feodaal stelsel, het leenstelsel. De Oorspronkelijke Raad van State bestond dan ook uit twaalf hoge edelen. Aan het hoofd van de Raad stond de landsheer en bij diens afwezigheid de landvoogd(es). De eerste voorzitter van de Raad van State was Jan II Carondelet (1469-1545). Jan was een geestelijke en een rechtsgeleerde. Zeker in de eerste periode waren er altijd minstens twee vertegenwoordigers van de geestelijkheid in de Raad vertegenwoordigd. Lid van de Raad van State bleef men bij de gratie van de vorst. Wanneer de landsheer overleed en een nieuwe koning aantrad, werd ook het lidmaatschap opnieuw herzien.

Raad tijdens de 80-jarige oorlog

Nadat onder de opvolger van Karel V, Philips II, de verhoudingen tussen de Nederlanden en het Spaanse koningshuis verslechterden, verloor de Raad een groot deel van haar invloed. Dat de Raad van State zo vaak genegeerd werd was voor Willem van Oranje zelfs voldoende reden om in 1567 ontslag te nemen. Met de komst van Alva stond de Raad volledig buitenspel, tot 1576. Toen de opvolger van Alva, Requesens, in maart van dat jaar stierf, nam de Raad van State tijdelijk het gezag over. Philips vertrouwde de Raad echter niet en zette in september de raadsleden gevangen. Er ontstond uiteindelijk een splitsing; een aantal raadsleden bleef in Spaanse dienst, een aantal anderen bleven samenwerken met de Staten Generaal, die inmiddels al in opstand tegen de Spaanse overheersing was. In 1578, bij de aankomst van de nieuwe landvoogd Matthias van Oostenrijk, werd een hele nieuwe Raad geïnstalleerd.

Raad wordt opgeheven

In 1581 zwoeren de Nederlanden koning Philips II af en de noordelijke provincies werden een republiek. De Staten Generaal kreeg het hoogste gezag, daarin bijgestaan door de stadhouder, die op zijn beurt weer werd ondersteund door de Raad van State. Tijdens de periode van de republiek verdween de adellijke invloed in de Raad. De burgers namen hun plaats in. Toch was de invloed van de Raad in deze periode maar klein. De echte macht lag bij de Staten-Generaal, de Raadspensionaris en (behalve in de twee stadhouderloze periodes, 1640-1675 en 1702-1747) bij de stadhouder. In 1795 werd de Raad opgeheven. Hoewel de Raad tussen 1805 en 1810 even een heropleving kende, kreeg zij pas bij de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in haar huidige vorm.

Raad in het Koninkrijk

Sinds 1814 is de koning(in) de voorzitter van de Raad, hoewel de vice-president de dagelijkse leiding heeft. Dat komt omdat in 1861 werd bepaald dat de koning de Raad niet mag consulteren buiten de ministers om. Sindsdien is het voorzitterschap dus louter een ceremoniële functie. De vice-president wordt bij koninklijk besluit benoemd. De (waarschijnlijke) troonopvolger krijgt volgens de Grondwet op zijn of haar 18e jaar zitting in de Raad. Ook de partner van het (aankomende) staatshoofd heeft zitting in de Raad. Prinses Máxima werd dan ook in 2004 plechtig binnengeleid in de Raad van State. De Grondwet van 1848 wees de Raad van State aan als adviesorgaan van de regering. In de praktijk betekent dit dat alle wetten en besluiten van de regering moeten worden goedgekeurd door de Raad van State. In de hele procedure rondom de aanname van wetten geeft de Raad advies. Daarnaast is de Raad van State het hoogste bestuursrechtelijke orgaan van Nederland. Zij spreekt recht in onderlinge geschillen tussen bestuursorganen, maar ook burgers en bedrijven kunnen bij de Raad beroep aantekenen tegen overheidsbesluiten.

Koninklijk gezag

De vice-president is één van de belangrijkste adviseurs van zowel de regering als de koningin, en wordt daarom ook wel (niet officieel) de 'onderkoning' van Nederland genoemd. De vice-president is één van de getuigen bij de aangifte van een troonopvolger bij de burgerlijke stand en is, wanneer de koning minderjarig is, lid van de Raad van Voogdij. Een zelden voorkomende taak van de Raad van State is het uitoefenen van het koninklijk gezag wanneer deze wegvalt, bijvoorbeeld omdat de troonopvolger nog minderjarig is. Dat gebeurde in 1889 en 1890, toen koning Willem III door ziekte niet in staat was om te regeren en er nog geen regent was benoemd. Met de benoeming van koningin Emma kwam hieraan een einde. Vandaag de dag verwerkt de Raad van State ruim 13.000 rechtsverzoeken per jaar. Vice-president Tjeenk Willink sprak de wens uit dat zij zich in de nieuwe huisvesting “welkom en serieus genomen zullen voelen”.

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

Museum Bronbeek organiseert van 20 t/m 27 oktober 2019 in de ‘Week van de Koloniale Geschiedenis’ lezingen, films, muziek, dans, theater, talkshow en exposities rond het thema ‘Zij/hij’. Deze ‘Week’ is deel van de landelijke Maand van de Geschiedenis. Het gedetailleerde programma is vanaf 1 oktober als PDF te downloaden.