Geschiedenis van Huis Doorn

De collectie van Huis Doorn is niet van nationaal belang en dus hoeft het rijk er ook niet voor te betalen.

Aldus Jet Bussemaker, minister van Cultuur. In december 2012 werd bekend gemaakt dat de subsidie voor Huis Doorn gehalveerd gaat worden. Hierdoor zou het huis, dat nu als museum dienst doet, in januari 2013 gesloten worden voor publiek. Inmiddels heeft een groep vrijwilligers een noodplan opgesteld om het museum voorlopig draaiende te houden. Huis Doorn dankt zijn bekendheid vooral aan de voormalig keizer van Duitsland, Wilhelm II, die het kasteel na de Eerste Wereldoorlog kocht.

Het werd eind 13e eeuw vermoedelijk gebouwd door domproost Adolf van Waldeck. In 1322 werd het huis verwoest. Het is niet helemaal duidelijk waarom dit gebeurde, maar de gangbare uitleg is dat het luxe leven een doorn in het oog van het domkapittel was en dat het huis vervolgens met de grond gelijk gemaakt werd. Wel kreeg de volgende domproost, Hendrik van Mierlaer, in 1347 toestemming om een nieuw huis te bouwen. Daarna bleef het huis jaren in bezit van het domkapittel tot kanunnik Reynier van Golsteyn het in 1635 kocht. Hij bouwde het inmiddels vervallen huis flink uit. Nadat er door de jaren heen verschillende graven woonden, verbouwde Wendela Eleonora ten Hove het huis in 1872 tot het huidige landhuis. Een nazaat van haar verkocht het huis eind 19e eeuw aan de Doornse wethouder Frans Labouchère. Toen zijn vrouw in 1902 stierf, werd het huis verkocht aan de barones van Heemstra-de Beaufort.

Toen de Eerste Wereldoorlog in 1918 eindigde, werd keizer Wilhelm II afgezet en dreigde hij als oorlogsmisdadiger te worden uitgeleverd aan de geallieerden. Hierdoor kon hij Duitsland niet meer in, waardoor hij  op 10 november 1918 per trein vanuit Spa in België naar het neutrale Nederland vluchtte. De Nederlandse regering stemde in met zijn verblijf. Aanvankelijk woonde hij in kasteel Amerongen, totdat hij in 1919 met eigen middelen Huis Doorn kocht van de barones. Hij liet het kenmerkende poortgebouw in neo-Renaissancistische stijl bouwen en liet de oprijlaan verleggen naar een rustigere straat. De meubels voor in het huis liet hij komen uit zijn paleizen in Potsdam en Berlijn. Hij wilde zich omringen met meubilair, zilverwerk en kunst die eeuwen ‘vorstelijke Duitse geschiedenis’ representeerden. In 1941 stierf Wilhelm en werd zijn lichaam bijgezet in de kapel op het landgoed. Later werd hij verplaatst naar een door hemzelf ontworpen mausoleum. In 1945 confisqueerden de Duitsers Huis Doorn en na de bevrijding werd het huis een Rijksmuseum.

De inrichting is na het overlijden van Wilhelm II volledig intact gelaten en maakt Huis Doorn tot één van de weinige plekken in Nederland waar herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog nog tastbaar aanwezig zijn. Volgens de Raad van Cultuur ‘zou het museum zich meer kunnen gaan richten op de Eerste Wereldoorlog en zo op projectmatige basis toch geld kunnen krijgen’.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!