Geschiedenis kernenergie in Nederland

Kerncentrales in Nederland: een veelbewogen geschiedenis

In december 2017 werd een waarschuwing van de Hoogambtelijke Werkgroep Nucleair Landschap aan het kabinet openbaar gemaakt, waarin staat dat de kerncentrales in Nederland het Rijk de komende jaren honderden miljoenen gaan kosten. De grootste financiële tegenvaller is waarschijnlijk de sloop van de in 1997 gesloten kerncentrale in Dodenwaard, wat 200 miljoen euro gaat kosten. Het is de zoveelste strop in de woelige geschiedenis van kerncentrales in Nederland.

De eerste stappen richting kernenergie

In 1930 startte de faculteit Natuurkunde van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam onder leiding van hoogleraar G. J. Sizoo met onderzoek naar natuurlijke radioactiviteit. In 1932 werd de neutron ontdekt, waarna de kernfysica tot bloei kwam. Aan het einde van de jaren ’30 raakten wetenschappers over de hele wereld geobsedeerd door uraniumsplijting. Nadat duidelijk werd dat bij kernsplijting veel energie vrijkwam die met een zogenaamde ‘uranium-machine’ nuttig gebruikt kon worden, kocht de Nederlandse overheid in de zomer van 1939 10.000 kilo uraniumoxide in Belgisch Congo. Ook het Nederlandse bedrijf Philips, dat al sinds de jaren ’20 nucleair onderzoek deed, kocht een grote hoeveelheid uranium. De weg naar Nederlandse kernenergie was daarmee definitief ingeslagen.

De eerste Nederlandse kernreactor: in Noorwegen

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog gingen Nederlandse wetenschappers hard aan de slag met kernonderzoek. In 1950 sloot Nederland een samenwerkingsverbond met Noorwegen. Dat land bleek vergevorderd onderzoek te doen en zelfs al te bouwen aan een kernreactor in Kjeller. Noorwegen beschikte over zwaar water, maar niet over uranium. Vanaf 1951 droeg Nederland een substantieel bedrag bij aan het gezamenlijke onderzoeksprogramma, Joint Establishment for Nuclear Energy Research (JENER), dat ook de kernreactor in Kjeller ging beheren. De eerste Nederlandse kernreactor stond daarom niet in Nederland, maar in Noorwegen, en werd op 28 november 1951 geopend. Het was tevens de eerste kernreactor van landen die niet al een militair atoomprogramma hadden.

Politieke steun voor kernreactoren in Nederland

Na lang lobbyen vanuit de industrie, werd op 6 augustus 1954 de ‘wet tot financiering van de bouw en inrichting van een kernreactor in Nederland’ van kracht, nadat ook de Eerste Kamer instemde. De Nederlandse staat zou de helft van de kosten financieren, de andere helft was voor rekening van de industrie en de aandeelhouders. Hoewel er verzet tegen de plannen bestond, werd met de wet politiek de weg vrijgemaakt voor kernenergie in Nederland.

De eerste kerncentrales op Nederlandse bodem

Aan het einde van de jaren ’50 werd begonnen met de bouw van de eerste kleine kernreactoren in Petten en Delft. Begin jaren ’60 werden ze in gebruik genomen. In 1965 werd begonnen met de bouw van de kerncentrale in Dodenwaard, die als doel had kennis en ervaring op te doen met het opwekken van elektriciteit. Koningin Juliana opende deze eerste kernenergiecentrale van Nederland op 26 maart 1969.

Schandalen met radioactiviteit

Tegelijkertijd kwamen de eerste Nederlandse schandalen rondom radioactiviteit naar buiten. Zo publiceerde Vrij Nederland in 1957 een artikel met foto’s van misvormde kikkers in een sloot vlakbij het Instituut voor Kernfysisch Onderzoek (IKO) in Amsterdam. En in 1958 stond Putten op zijn kop toen bleek dat de kop van een radiumnaald na onderzoek in de neus van een 5-jarig meisje was blijven zitten. Het huis van haar gezin werd grondig schoongemaakt, opnieuw behangen, voorzien van een nieuwe schoorsteen en hun tuin werd volledig afgegraven. Het werd zo voor het eerst duidelijk welk gevaar er in kernenergie school.

Protesten en de ramp bij Tsjernobyl

In de jaren’ 70 en ’80 kwam een grootschalige protestbeweging tegen kernenergie op gang. De antikernenergiebeweging (AKB) zoals die ging heten, wilde dat de kerncentrales in Nederland werden gesloten omdat ze onveilig waren en het afval schadelijk was voor het milieu. Bovendien verzetten de aanhangers zich tegen kernwapens, de invloed van technologie op de samenleving en het ondemocratische karakter waarmee de besluitvorming omtrent kernenergie gepaard ging. In 1980 namen duizenden protestanten deel aan de blokkade van kerncentrale Dodenwaard, waar zij met zwaar politiegeweld werden verdreven. Na de kernramp op 26 april 1986 in Tsjernobyl werd het protest tegen kernenergie alleen maar groter. De Nederlandse plannen om een nieuwe kerncentrale te openen werden stilgelegd.

Kernenergie tegenwoordig

Tegenwoordig zijn in Nederland nog drie kernreactoren actief: de reactoren in Petten en Delft en de kernenergiecentrale in Borssele, die in 1973 in gebruik werd genomen. Dodenwaard werd in 1997 gesloten wegens het ongunstige politieke klimaat en het geringe vermogen van de oude reactor. Desondanks kost de oude kerncentrale de Nederlandse regering 20 jaar later dus nog honderden miljoenen euro’s. Ook gaan er vooral uit linkse hoek stemmen op om de kerncentrale in Borssele ook te sluiten. Hoewel hij aan de wieg van de Nederlandse kernenergie stond, sprak Jan de Pous, toenmalig minister van Economische Zaken, in 1961 de profetische woorden die typerend bleken voor het vervolg:

“De aanvankelijke verwachting dat kernenergie in snel tempo en op grote schaal een oplossing zou moeten geven voor energieproblemen, bleek ongegrond.”

Bronnen:

Afbeelding:

Demonstranten bij de kerncentrale; op de spandoeken staat o.a.: ‘ogen open, kerncentrales dicht’, 7 april 1979. Rob C. Croes/Anefo (public domain) via Nationaal Archief.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!