Home » Reportage
Saladin en Baibars

Ajjoebiden en Mamlukken: Van slaven tot heersers

In de geschiedenis van de islamitische wereld maakten veel machtige rijken gebruik van slaafsoldaten. Jongens van buiten het kalifaat werden van kinds af in slavernij opgevoed om hun leven lang soldaat te zijn. Maar hoewel ze slaaf waren, konden ze ook machtig worden. Zo machtig, dat deze slaven aan de basis lagen van hele dynastieën. Hoe kregen ze dat voor elkaar? De gouden periode van de islamtische geschiedenis.

Gouden periode

Na 750 n. Chr. begon een lange periode culturele en economische voorspoed in het Midden-Oosten. Deze periode waarin de Abbasiden het voor het zeggen hadden, wordt ook wel de gouden periode van de islam genoemd. Toch betekende het niet dat er vrede heerste.

Rond het jaar 1000 werd er in het Westen werd er regelmatig oorlog gevoerd tegen het Byzantijnse Rijk en in het oosten vielen nomaden het rijk van de Abbasiden binnen. Tenslotte rivaliseerde het Fatimidenrijk (een sjiitisch kalifaat) in Egypte met de Abbassiden in Bagdad om de macht in de islamitische wereld.

Het immense Abbasidische Kalifaat was niet makkelijk te verdedigen en het werven van troepen onder de eigen bevolking was duur. Het was veel goedkoper om jonge slaafsoldaten in dienst te nemen. Aan hen was je geen loon kwijt en ze hadden een onbeperkte diensttijd.

Het Seltjoekenrijk in haar grootste omvang

Opgeleid tot slaafsoldaat

De meeste slaafsoldaten werden uit de steppes van Centraal-Azië gehaald. Daar leefden Turkse nomadenstammen die regelmatig het Abbasidische Kalifaat binnenvielen. Veel Turken werden gevangengenomen en tot slaaf gemaakt. Vanaf de leeftijd van dertien werden ze opgeleid tot soldaten en vochten ze in naam van de Kalief. Deze slaafsoldaten werden Mamluk, ‘bezit’, genoemd. De Mamlukken mochten dan wel slaven zijn, dat weerhield ze er niet van om een carrière op te  bouwen. Ze konden zich opwerken binnen het leger en al snel waren de belangrijkste generaals van het islamitische kalifaat van Turkse komaf. Dit werd toegestaan, omdat ze op jonge leeftijd al bij hun ouders waren weggehaald en dus geen loyaliteit tegenover hun eigen stam koesterden.

Einde van de gouden periode?

Aan het eind van de 11e eeuw ging het bergafwaarts met de Abbasiden. Onderlinge strijd tussen de gouverneurs van het Abbasidenrijk en een machteloze kalief zorgden ervoor dat de grenzen verzwakten en Europese kruisvaarders aan de Middellandse Zee stukken land veroverden. Hoewel die gebeurtenissen, op de val van Jeruzalem na, voor veel Moslims in het Midden-Oosten slechts als schermutselingen aan de rand van het rijk werd ervaren (op de val van Jeruzalem na), maakte de succesvolle stichting van een handjevol kruisvaardersstaatjes wel iets duidelijk: het Abbasidenrijk was niet meer zo machtig als een eeuw eerder, het hoogtepunt van de gouden periode was voorbij.

Salladin en de Ajjoebiden

De machtigste man in het Abbasidenrijk op dat moment was Nur ad-Din. Hij was de gouverneur van Syrië en leek de onderlinge machtsstrijd in het rijk te gaan winnen. Nur ad-Din had echter geen interesse in de kruisvaardersstaten en besloot zijn pijlen te richten op de rijkdommen aan de Nijl. Hij zond zijn beste slaafsoldaten, een generaal en diens trouwe neefje, met een leger naar Egypte om het Fatimidenrijk binnen te vallen.

De invasie slaagde en toen Nur ad-Din drie jaar later stierf, nam het neefje van de generaal de macht over. Zijn naam was Sallah al-Din, maar in het Westen staat hij bekend als Saladin. Saladin is dus zelf een voorbeeld van een mamluk die aan de macht kwam. Onder zijn leiding werden de meeste kruisvaardersstaatjes weer heroverd en kwam ook Jeruzalem weer in de handen van de moslims.

Saladin en zijn opvolgers, de Ajjoebiden, bleven daarna lange tijd aan de macht in Egypte en een groot deel van het Nabije Oosten. Regelmatig waren ze in oorlog met de Abbasiden, waarbij ze de religieuze centra Medina en Mekka wisten te veroveren. Ook de Ajjoebiden maakten gebruik van slaafsoldaten.

De Mamlukkendynastie

De laatste leider van de Ajjoebiden was As-Salih Ayyub. Omdat hij bang was voor een staatsgreep van één van zijn familieleden, besloot hij een groot leger van Turkse slaafsoldaten op te bouwen. Voor hemzelf had dit het gewenste effect. Beschermd door zijn loyale soldaten, bleef hij tot zijn dood in 1249 op de troon zitten. Na zijn dood liep het echter anders. Nadat As-Salih Ayyub was weggevallen konden zijn mamlukken met hun geweldsmonopolie makkelijk de macht over nemen. De zoon van As-Salih werd vermoord en in 1250 waren de slaven de nieuwe heersers van het rijk.

De Mamlukken zouden nog eeuwen aan de macht blijven in het voormalige Ayyubidenrijk. Toen de Mongolen Bagdad veroverden in 1258 en het Abbasidenrijk ten onder ging, konden de Mamlukken stand houden. In 1260 wonnen ze onder leiding van Baibars de belangrijke slag bij Ayn Jalut tegen de Mongolen. Een Arabier schreef daarop: ‘De mensen van de steppe hebben de mensen van de steppe verslagen.’ Pas toen de Mamlukken in 1517 door de Ottomanen werden verslagen, kwam er een einde aan hun rijk.

Afbeeldingen:

Bronnen:

Meer inspiratie

‘Wereld in vlammen’ van Dan Jones en Marina Amaral. Een schitterend overzicht in woord en ingekleurd beeld met 200 beeldbepalende foto’s uit de periode 1914 - 1945

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!