Edict van Milaan en de opkomst van het christendom

Zondag 3 februari is het precies 1700 jaar geleden dat de keizers Constantijn en Licinius het Edict van Milaan bezegelden. Als gevolg van dit edict kwam er een eind aan de vervolgingen van christenen in Europa en maakte de jonge religie een opmars in het Romeinse Rijk.

In de eerste drie eeuwen van onze jaartelling speelde het christendom een marginale rol in onze geschiedenis. Het Romeinse Rijk had het christendom in de ban gedaan en regelmatig vonden er vervolgingen plaats onder de christenen. De aanhangers woonden met name rond Jeruzalem en het grootste deel van de christenen had een lage maatschappelijke status.

Groei van het christendom tot 300

Het christelijke geloof was gericht op elk segment van de samenleving, ongeacht afkomst, leeftijd, inkomsten en ras. Dit gaf het christendom een unieke positie ten opzichte van de bestaande religies. Vooral mensen met weinig toekomstperspectieven zochten hun heil bij de christenen in de hoop op een beter leven, zowel voor als na de dood. Dit zorgde ervoor dat het christendom een kleine groei doormaakte tot het jaar 300.

Slag bij de Milvische brug

Pas nadat keizers Constantijn en Licinius het Edict van Milaan ondertekenden en daarmee volledige godsdienstvrijheid afkondigden was er sprake van een grotere groei in het aantal christenen. De basis van dit edict lag tijdens een veldslag bij de Milvische Brug tussen Constantijn en zijn concurrent voor de keizerstroon, Maxentius. Constantijn was met zijn leger in ondertal tegen de manschappen van Maxentius, maar desondanks won hij de slag. Hij verklaarde later dat hij de overwinning te danken had aan de God van de christenen. Na deze slag was Constantijn alleenheerser van het westelijk gedeelte van het Rijk, Licinius was dat in het oostelijke deel.

Ontmoeting Constantijn en Licinius

Op 3 februari 313 ontmoetten de West-Romeins keizer Constantijn en Oost-Romeins keizer Licinius elkaar in Mediolanurn, het tegenwoordige Milaan. Het doel van de ontmoeting was het bespreken van de toenemende onrust binnen het Rijk. Door interne en externe problemen was het Rijk niet meer zo sterk als het ooit was geweest. Invallen van buitenaf, pestepidemieën, economische neergang en inwendige machtsstrijd waren aan de orde van de dag. De besprekingen moesten leiden tot een afspraak die de problemen moest oplossen. 

Edict van Milaan

De belangrijkste pijler van het edict werd de afgekondigde godsdienstvrijheid voor het hele Rijk. Constantijn en Licinius ondertekenden beide het Edict van Milaan en de ‘legalisering’ van het christendom was daarmee een feit. Het Edict van Milaan bleek belangrijk voor de groei van het christendom. Keizer Constantijn gebruikte zijn macht  ter versterking en bevoordeling van de christelijke kerk. Dit was in eerste instantie niet omdat hij overtuigd christen was. Constantijn was namelijk van mening dat eenheid in het geloof ook eenheid in het Romeinse Rijk zou betekenen. Constantijn hoopte die eenheid door middel van het christendom te herstellen.

Groei van het christendom

In de eeuw na de ‘legalisering’ van het christendom werden de gevolgen duidelijk. Christenen werden bevoordeeld  door bijna alle keizers. Dankzij de verspreidingsmogelijkheden als gevolg van de infrastructuur binnen het Romeinse Rijk nam het aantal christenen sterk toe. Door de aangelegde wegen en verharde paden konden christenen zich sneller verplaatsen binnen het Rijk en daardoor konden ideeën en denkbeelden zich ook sneller verspreiden. Toen keizer Theodosius het christendom aan het einde van de 4e eeuw tot officiële staatsgodsdienst maakte, was meer dan de helft van de bevolking christen. Door het Edict van Milaan kregen christenen de mogelijkheid om openlijk hun geloof te belijden en werd het christendom in een razend tempo verspreid over het Romeinse Rijk.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!