GATT, IHO & de TTIP: 70 jaar strijd om vrijhandel

Eind 1945 werden plannen gelanceerd voor een Internationale Handelsorganisatie. Minder handelsbelemmeringen bevorderden namelijk de wereldhandel en daarmee de wereldwijde werkgelegenheid en welvaart. De plannen werden echter nooit werkelijkheid. Wat overbleef was een strijd voor meer vrije handel die tot de dag van vandaag duurt. Bijvoorbeeld over TTIP, een vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS.

De diepe economische crisis in de jaren '30 van de 20e eeuw was volgens de Amerikanen en Engelsen het gevolg van het ineenstorten van het monetair systeem. Daarom werkten beide landen een nieuw financieel stelsel uit. Dat werd in 1944 tijdens een conferentie in Bretton Woods vastgesteld. Uitgangspunt waren vaste wisselkoersen. Dat maakt de handel makkelijker en voorspelbaarder.

Smeerolie voor de wereldhandel

De Amerikanen waren echter van mening dat dit nieuwe stelsel geen zin had, als er ook niet een systeem voor de wereldhandel werd opgezet. Want de conferentie in Bretton Woods was bedoeld als smeerolie voor de wereldhandel. Daarin waren nog veel belemmeringen, ze functioneerde nog lang niet optimaal.

Handelsbalans

In Europa had de handel bijvoorbeeld last van hoge tarieven bij de import en een beperking van de hoeveelheid producten die mochten worden verhandeld. De reden was onder meer een tekort aan buitenlands geld, bijvoorbeeld de dollar. Daardoor moesten Europese landen de handelsbalans met andere landen voortdurend in de gaten houden. Dat maakte de aanschaf van producten en grondstoffen voor economisch herstel lastiger. Deze situatie zorgde voor minder economische groei omdat men minder kon exporteren.

Voorstel voor Internationale Handelsorganisatie

In de herfst van 1943 waren de Amerikanen en Engelsen al begonnen met overleg over een internationale overeenkomst wat betreft handelspolitiek. In oktober 1945 nodigden de Verenigde Staten 15 landen, waaronder Nederland, uit voor een conferentie over handel en werkgelegenheid die in 1946 moest plaatsvinden. In december ontvingen dezelfde landen van de VS het document “Propasals for Expansion of World Trade and Employment”. Daarin werd de oprichting van een Internationale Handelsorganisatie (IHO) voorgesteld met vergaande bevoegdheden. Bijgevoegd was een eerste ontwerp daarvoor. De IHO moest volgens de VS onder de Verenigde Naties vallen.

Voorbereidingen IHO en verlaging tarieven

Op 18 februari 1946 besloot de eerste vergadering van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC), op voorstel van de VS, om een internationale conferentie over handel en werkgelegenheid te organiseren. Een ‘voorbereidende commissie’ moest met de organisatie aan de slag. Negentien landen werden daarvoor uitgenodigd, waaronder Nederland. De commissie kreeg twee taken mee: de voorbereiding van de IHO en de start van onderhandelingen over de verlaging van importtarieven.

Eerste ontwerpen IHO

In de herfst van 1946 kwam de commissie voor het eerst bij elkaar, wat leidde tot een eerste ontwerp voor de IHO. In de eerste helft van 1947 gingen de besprekingen verder tijdens de tweede zitting in Genève. Dat leidde tot een nieuw ontwerp dat meer uitging van de mogelijkheden van landen om naar eigen inzicht hun economie en hun buitenlandse economische betrekking vorm te geven. Dit nieuwe ontwerp was de basis voor de uiteindelijke internationale conferentie over handel en werkgelegenheid. Deze vond plaats in Havana van 21 november 1947 tot 24 maart 1948.

Overeenkomst over lagere tarieven: GATT

Ondertussen werd er ook onderhandeld over tarieven. In totaal gingen 23 landen in overleg, ook in Geneve, van april tot oktober 1947. Dat leidde tot het General Agreement on Tarriffs and Trade (GATT). In meer dan duizend vergaderingen waren de landen, verantwoordelijk voor 70%van de wereldhandel, gekomen tot over en weer duizenden verlagingen van invoertarieven. Duizenden andere tarieven werden bevroren op het bestaande niveau. Sommige landen gingen verplichtingen aan tot 86% van hun totale import. De overeenkomst ging in op 1 januari 1948. Onderdeel van de overeenkomst was dat de komst van de IHO delen van de GATT buiten werking zou stellen.

Nederland positief over vrijere handel

Nederland zag meer export en verbetering van handelsbetrekkingen als een belangrijk middel om de economische situatie en de welvaart te verbeteren. Het was echter ook opgesloten in een situatie waarin Europese landen onderling afspraken moesten maakten over tarieven en de hoeveelheid producten die mochten worden verhandeld. De positieve houding over vrijere handel had al geresulteerd in een Benelux-douaneovereenkomst. Daardoor gebruikten België, Nederland en Luxemburg al gemeenschappelijke tarieven.

Voorwaarden Nederland

Nederland was daarom ook voorstander van onderhandelingen over handelstarieven en de IHO,maar stelde wél voorwaarden. In Benelux-verband waren bijvoorbeeld al niet al te hoge tarieven vastgesteld. Het was belangrijk niet te laag uit te komen ten opzichte van ander landen. Nederland wilde daarnaast vasthouden aan zijn eigen landbouwpolitiek. Het legde bijvoorbeeld monopolieheffingen op bij landbouwproducten als de invoer daarvan te groot werd. Nederland drong ook aan op de instelling van een permanent instituut voor het oplossen van geschillen. Tot slot drong Nederland aan op de mogelijkheid van juridische procedures bij het Internationale Hof van Justitie.


Titel: Koggen, Kooplieden en Kantoren- De Hanze, een praktisch netwerk
Redactie: Hanno Brand en Egge Knol
ISBN: 9789087041656
Uitgever: Verloren
Prijs: €29,-

   


Onderhandelingen over IHO

De GATT-onderhandelingen leidden voor Nederland tot voordelige tarieven en afspraken. In Havanna kwam het bij de onderhandelingen over de IHO tot een botsing tussen de geïndustrialiseerde landen en de ontwikkelingslanden. Uiteindelijk werden aan het voorstel voor de IHO nog extra uitzonderingen toegevoegd die meer mogelijkheden gaven om de eigen economie te beschermen. Nederland zette zich succesvol in voor het behoud van de monopolieheffing op landbouwproducten. Uiteindelijk leidden de Havana-besprekingen tot het Charter for an International Trade Organization, ook wel het Havana-charter genoemd. Dit was veelomvattend. Het ging over tarieven, werkgelegenheid, investeringen en economische ontwikkeling. Het kon beslissen bij geschillen en had de mogelijkheid beslissingen af te dwingen.

Het einde van de IHO

Inmiddels was er een aantal jaren verstreken sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. De steun voor internationale samenwerking verminderde, onder meer door de Koude Oorlog. Daarvoor in de plaats kwamen steeds meer protectionistische neigingen, bijvoorbeeld in de VS. Daarnaast was bij de ontwikkeling van de IHO te weinig draagvlak gezocht bij politiek, bedrijven en consumenten. Dat zorgde voor kritiek op de vele uitzonderingen in het Havana-charter. President Truman durfde het Havana-charter mede daarom niet in de publieke discussie te brengen in het verkiezingsjaar 1948. Dat deed hij pas in april 1949, toen hij het charter voorlegde aan het Amerikaanse Congres. Dat gaf andere, actuele gebeurtenissen zoals de Korea-oorlog echter voorrang. Uiteindelijk verdween het vertrouwen in een goede afloop en trok president Truman op 6 december 1950 het voorstel in om het IHO-charter goed te keuren. Hierna besloten ook andere landen het niet te ratificeren.

Onderlinge strijd

De GATT bleef daardoor als instrument over om de wereldhandel te bevorderen door verschillende rondes van tariefonderhandelingen. Uiteindelijk werd de GATT in 1995 één van de pijlers van de World Trade Organisation (WTO). In deze intergouvernementele organisatie moeten nog steeds alle partijen, 161 landen, instemmen met nieuwe afspraken. Dat leidt er onder meer toe dat de WTO al sinds 2001 werkt aan een akkoord over de Doha-ronde. Deze ronde moet ontwikkelingslanden meer profijt geven van de groei van de wereldhandel.Het uitblijven van een akkoord leidt ertoe dat de nadruk komt te liggen op onderlinge afspraken in vrijhandelsverdragen. Voorbeelden zijn Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) en Trans-Pacific Partnership (TPP). Ook deze verdragen komen echter niet zomaar tot stand en hebben vaak veel tegenstand. Na zeventig jaar gaat de strijd om vrijhandel op veel terreinen nog steeds door.

Bronnen:

-              M.D. Bogaarts, Het kabinet-Beel (1946-1948), band B, p 1284-1347
-              Segers, M., Reis naar het continent. Nederland en de Europese Integratie, 1950 tot heden; Amsterdam 2013.
-              Aaronson, S.A., Trade and the American Dream. A social history of postwar Trade Policy; Kentucky 1996.
-              Moquette, F.G., Van BEP tot BEB. De aanpassing van de bestuurlijke structuren aan de ontwikkelingen van de buitenlandse economische betrekkingen in Nederland sinds 1795; Leiden 1193
-              Salzman, W.H., Herstel, wederopbouw en Europese samenwerking. D.P. Spierenburg en de buitenlandse economische betrekkingen van Nederland 1945-1952; Leiden 1999
-              Weenink, W.H., Johan Willem Beyen 1897-1976. Bankier van de wereld. Bouwer van de Europa; Amsterdam 2005

-              Wereldhandelsorganisatie: wto.org, oa Havana-charter (link: https://www.wto.org/english/docs_e/legal_e/havana_e.pdf)

-              Tweede Kamer, handelingen: Memorie van Toelichting bij wetsontwerp tot keuring van de GATT (link: http://bit.ly/1NhbioE)

-              NOS, Handtekeningen aangeboden tegen handelsverdrag

-             www. europa-nu.nl, Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP)

 

 

Foto’s:

Handshake - 2 men, Flazingo Photos via Flickr.com

Gatt in 1948, via www.marxists.org

-              Proposals for Expansion of World Trade and Employment (Link: https://fraser.stlouisfed.org/docs/historical/eccles/036_04_0003.pdf)

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.