Vluchtelingencrisis Hongarije

De onverenigbaarheid van Orbáns idealen

In de rest van Europa is iedereen het alweer bijna vergeten, maar in Hongarije is het nog springlevend: het Verdrag van Trianon. De grenzen die in 1920 met dit vredesverdrag werden getekend vormen nog steeds voer voor discussie in het Hongaarse parlement. Premier Viktor Orbán maakt handig gebruik van de geschiedenis om zijn populariteit te vergroten.

Door: Ivo van de Wijdeven

In oktober 2016 hebben de Hongaren zich in een referendum uitgesproken over het verplichte vluchtelingenquotum, waarmee de Europese Unie vluchtelingen die via de buitengrenzen binnen zijn gekomen eerlijk over de lidstaten wil verdelen. Het gaat in het geval van Hongarije om 1294 mensen.  In het stemhokje gaf 98,2% van de stemmers aan tegen te zijn. Premier Viktor Orbán is zeer ingenomen met de uitslag: ‘Dat zo'n grote meerderheid niet wil dat de EU ons oplegt hoeveel mensen wij moeten opvangen, is een duidelijk signaal aan Brussel.’ De uitslag en Orbáns reactie zijn niet verrassend. In Hongaarse steden hingen al sinds juli posters van zijn Fidesz-partij met teksten als ‘Wist u dat… Brussel een hele stad aan illegale immigranten in Hongarije wil vestigen?’ en ‘Wist u dat… sinds het begin van de migratiecrisis meer dan 300 mensen zijn omgekomen bij terroristische aanvallen?’. Orbán verzet zich sinds het begin van de crisis tegen de opvang van vluchtelingen, die door de Hongaarse regering steevast ‘illegale immigranten’ worden genoemd. Orbáns beleid stond lijnrecht tegenover het ‘Wir schaffen das’ van de Duitse Bondskanselier Merkel. Hongarije sloot in september 2015 als eerste de grenzen voor vluchtelingen en trok hoge prikkeldraadhekken op aan de grenzen met Servië en Kroatië. Tot dan toe waren honderdduizenden mensen uit het Midden-Oosten en Afrika via de zogeheten Balkanroute door Hongarije naar de noordelijke EU-lidstaten getrokken. Het aantal asielaanvragen in Hongarije liep daarna razendsnel terug, ook vanwege strengere asielwetgeving die de Fidesz-partij in noodtempo door het Hongaarse parlement had geloodst.

Nationalistische koers

De Hongaarse opstelling kan rekenen op scherpe kritiek vanuit Brussel, maar zorgt ervoor dat Fidesz in het neogotische parlementsgebouw in Boedapest de absolute meerderheid stevig in handen weet te houden. Sinds 1998 boekt de Fidesz-partij successen met een conservatief programma dat de nadruk legt op traditionele Hongaarse normen en waarden. Vooral na de economische crisis in 2008 is dat een welkome boodschap gebleken in Hongarije, waar het geloof in de Europese Unie een gevoelige knauw heeft gekregen. Orbáns keuze voor een nationalistische koers is echter vooral ingegeven door de opkomst van Jobbik, de Hongaarse extreemrechtse partij. Die partij werd in 2003 opgericht en wist bij de laatste parlementsverkiezingen in 2014 zo’n 21 procent van de stemmen binnen te halen met een ultranationalistisch en op z’n zachtst gezegd xenofobisch verkiezingsprogramma. De groei van Jobbik ging de afgelopen jaren vooral ten koste van Fidesz, maar sinds Orbán met veel retorisch geweld de grenzen heeft gesloten voor vluchtelingen lijkt het tij in de opiniepeilingen gekeerd. Zoals het een zichzelf respecterende nationalistische partij betaamt, speelt in het gedachtengoed van Jobbik ook het roemrijke verleden van Hongarije een grote rol. Partijleider Vona Gábor studeerde psychologie en geschiedenis en wist slim in te spelen op een van de grootste trauma’s in de recente geschiedenis van Hongarije: het Verdrag van Trianon.

4 juni 1920

Buiten Hongarije zullen nog maar weinig mensen het Verdrag van Trianon kennen. Het is een van de vijf vredesverdragen die de overwinnaars na de Eerste Wereldoorlog sloten met de verliezers. Het is het minder bekende broertje van het Verdrag van Versailles met Duitsland. Of, zoals veel Hongaren ook vandaag de dag nog zeggen, het dictaat dat Hongarije op 4 juni 1920 ten onrechte kreeg opgelegd. Het Verdrag van Trianon is voor de Hongaren wat de Sykes-Picotovereenkomst voor sommige delen van het Midden-Oosten is. Voor het einde van de Eerste Wereldoorlog vormde het koninkrijk Hongarije samen met het keizerrijk Oostenrijk de zogeheten dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Aan het einde van de verloren oorlog werd de Oostenrijkse keizer aan de kant gezet. Hoewel de Hongaren na de oorlog stelden dat zij tegen hun wil door de keizer waren meegesleurd in het krijgsgewoel, vonden de overwinnaars dat Hongarije als een van de twee rechtmatige erfgenamen van de dubbelmonarchie niet ongestraft weg mocht komen. Tijdens de vredesconferentie in Parijs besloten Franse en Engelse diplomaten om twee derde van het Hongaarse grondgebied toe te wijzen aan Tsjechoslowakije, Roemenië, Joegoslavië en zelfs Italië en Oostenrijk. Hongarije kromp van 282.000 tot 93.000 vierkante kilometer. Van de tien miljoen Hongaren kwamen er drie miljoen als minderheid net buiten de grenzen van Hongarije terecht. Ook economisch kreeg het land een zware klap. Hongarije verloor vijf van de tien grootste steden, een belangrijk deel van zijn omvangrijke spoorwegnet en cruciale industrie- en mijnbouwgebieden.

De verontwaardiging in Hongarije was groot. De Hongaren vonden dat er met twee maten werd gemeten, omdat het in de Veertien Punten van de Amerikaanse president Wilson vervatte zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren – een belangrijke basis voor de naoorlogse vredesverdragen – niet voor hen leek te gelden. Het Hongaarse buitenlands beleid stond tijdens het interbellum geheel in het teken van het terugwinnen van het verloren grondgebied. Dat was ook een belangrijke drijfveer voor de Hongaarse dictator Miklós Horthy, van 1920 tot 1944 regent van het Koninkrijk Hongarije, om aansluiting te zoeken bij Hitler en Mussolini. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist Horthy verloren grondgebied te heroveren, maar als bondgenoot van nazi-Duitsland behoorde Hongarije na de oorlog opnieuw tot de verliezers. Het moest het heroverde gebied inleveren en de grenzen van Trianon werden hersteld. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Hongarije als communistische Volksrepubliek terecht in de Russische invloedssfeer. Het Verdrag van Trianon werd door de communistische partij als non-issue bestempeld. Het gaf immers geen pas om met de broedervolkeren te bakkeleien om grondgebied. De gedachte aan Groot-Hongarije moest plaatsmaken voor het ideaal van de communistische heilstaat. Over Trianon werd tijdens de Koude Oorlog met geen woord gerept. Na de val van het IJzeren Gordijn keerde het onderwerp echter al vrij snel weer terug op de politieke agenda. József Antall, de eerste premier van postcommunistisch Hongarije, verklaarde in een van zijn eerste toespraken na zijn aantreden in 1990 dat hij ‘in spirituele betekenis’ premier van alle vijftien miljoen Hongaren was. Dus ook van de Hongaarse minderheden in de buurlanden. Hoewel die door de jaren heen steeds kleiner zijn geworden, zijn ze in sommige landen nog steeds aanzienlijk. Bij volkstellingen in 2011 vormden Hongaren respectievelijk 8,5% en 6,5% van de bevolking van Slowakije en Roemenië. Onder leiding van Vona heeft Jobbik die 2,5 miljoen Hongaren in het buitenland geadopteerd. Fidesz heeft daar goed naar gekeken en streeft nu ook naar ‘de eenmaking van de Hongaarse natie over alle grenzen heen’.

Geen schoonheidsprijs

Internationaal zijn historici het erover eens dat het Verdrag van Trianon absoluut geen schoonheidsprijs verdient. Ze zijn echter tevens van mening dat het heel erg moeilijk zou zijn geweest om een betere oplossing te vinden voor alle wensen die leefden in het Oost-Europa van na de Eerste Wereldoorlog. Het Hongaarse deel van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije telde achttien miljoen inwoners; naast tien miljoen Hongaren ook acht miljoen inwoners met een andere nationaliteit. Hoe de grenzen ook waren getrokken, het had altijd zure gezichten opgeleverd. Desalniettemin kom je vandaag de dag overal in Hongarije weer afbeeldingen van Groot-Hongarije tegen op posters en T-shirts. In 2010 heeft het Hongaarse parlement met een overweldigende meerderheid 4 juni – de dag waarop in 1920 het Verdrag van Trianon werd ondertekend – uitgeroepen tot ‘Dag van Nationale Saamhorigheid’. Daarnaast hebben Hongaren in het buitenland bij een in 2011 doorgevoerde grondwetsherziening actief én passief stemrecht in Hongaarse verkiezingen gekregen, een ontwikkeling die vooral in Slowakije argwanend werd gadegeslagen. Ook in het referendum over het verplichte vluchtelingenquotum mochten de Hongaarse minderheden in de buurlanden hun stem laten horen. Fidesz organiseerde politieke bijeenkomsten om hen te overtuigen om naar de stembus te gaan. Zeker 275.000 mensen lieten zich registreren als stemmer. Orbán had iedere stemmer nodig om de opkomstdrempel van 50% te halen. Dat is niet gelukt, maar de Hongaarse premier maalt daar niet om. Hij wil nu in de grondwet laten opnemen dat ‘alleen het Hongaarse parlement kan beslissen met wie de Hongaren willen samenleven’. Orbán gaat de uitslag in Europa gebruiken om zijn verzet tegen het verplichte vluchtelingenquotum te legitimeren en meer in het algemeen te pleiten voor een drastische inperking van de macht van de Europese Unie ten faveure van de lidstaten. Om dit doel te bereiken hingen er de afgelopen maanden ook Hongaarse verkiezingsposters in Noord-Servië, precies aan de andere kant van de grens die iets meer dan een jaar geleden werd afgesloten om een dagelijkse toestroom van 9.000 vluchtelingen een halt toe te roepen. Een grens die door Orbán wordt betwist en die hij tegelijkertijd stevig op slot heeft gedaan. Door uit angst voor vluchtelingen de huidige grenzen van Hongarije zo duidelijk af te bakenen met metershoge hekwerken werd ook de afstand tot de Hongaarse minderheden in de buurlanden groter. Zo heeft de Slowaakse premier Robert Fico aangekondigd eveneens een hek te gaan bouwen op de grens met Oostenrijk en Hongarije. Orbáns idealen lijken daarom onverenigbaar. Hij verzet zich uit naam van nationale soevereiniteit tegen de Europese Unie. Maar die vormt met zijn open grenzen en samenwerking juist een 21e-eeuwse oplossing voor het probleem van de Hongaarse minderheden. Orbán lijkt echter te kiezen voor een puur Hongaars Hongarije en meer rechten voor Hongaren in de buurlanden, een echte 20e-eeuwse oplossing.


Ivo van de Wijdeven is historicus en politiek analist. Dit jaar verscheen zijn boek ‘De rafelranden van Europa’ over de geschiedenis van de Europese grenzen. Dit artikel is een geactualiseerde versie van het artikel in Geschiedenis Magazine 7 van 2016, een extra dikke special over GRENZEN die 7 oktober verschijnt.

Leestip:

vluchtelingencrisis hongarijeDe Hongaarse kindertreinen – Een levende brug tussen Hongarije, Nederland en België na de Eerste Wereldoorlog
Redactie: Maarten J. Aalders, Gábor Pusztai en Orsolya Réthelyi
Uitgeverij: Verloren
ISBN: 9789087048471
Winkelprijs: €25,-

Bestel De Hongaarse kindertreinen

Afbeeldingen

upload.wikimedia.org, Trianon plakat

en.wikipedia.org, Signature de la Paix avec la Hongrie

upload.wikimedia.org, Austria-Hungary WWI

en.wikipedia.org, Syrian Refugees

upload.wikimedia.org, Jobbik Manifestation

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!