Home » Reportage
De Hagenpreek, of de prediking van Johannes de Doper (Bruegel, ca. 1620).

Hagenpreken: aanstichters van de Beeldenstorm?

Als gevolg van de Reformatie rukte het protestantisme tijdens de 16e eeuw op in de Nederlanden. Dit ging in tegen het rooms-katholieke geloof van de Habsburgse overheersers die op dat moment over de Lage Landen heersten. Omdat het officieel verboden was het protestante geloof uit te oefenen, werden illegale preken georganiseerd in bossen en velden. Deze ‘hagenpreken’ droegen bij aan het ontstaan van de Beeldenstorm in 1566.

Overheersing van Karel V

‘De Nederlanden’ waren een relatief nieuw fenomeen in de 16e eeuw. Het gebied bestond gedurende de middeleeuwen namelijk uit meerdere semionafhankelijke hertogdommen en graafschappen. Hoewel ze officieel onderdeel waren van het Heilig Roomse Rijk, konden deze gewesten grotendeels hun eigen gang gaan en hadden ze veel eigen regels en wetten waar ze aan vast wilden houden. Gedurende de 16e eeuw vielen deze gebieden echter stuk voor stuk in handen van de Habsburgse keizer Karel V. Na de inlijving van Gelderland in 1543, had hij alle Nederlandse gewesten in handen. Karel wilde van de Lage Landen één gecentraliseerde staat maken. Dit leidde vanaf halverwege de zestiende eeuw tot de nodige onrust in de Nederlanden, met name op religieus gebied.

Opkomst protestantisme in de Nederlanden

Een van de oorzaken van de onrust in de Nederlanden was de Reformatie, die de opkomst van het protestantisme als gevolg had. Het startschot voor deze beweging werd in 1517 gegeven door de theoloog Maarten Luther, die pleitte voor grote hervormingen binnen het christelijke geloof. Vanaf 1534 werd de theoloog Johannes Calvijn een steeds belangrijker figuur binnen de protestantse beweging in de Lage Landen, met radicalere ideeën dan de grondlegger Luther. Hij betoogde onder andere dat een volk zijn leider mocht afzetten als die zich niet aan de Bijbel hield. Deze argumenten kregen veel aanhang in de Nederlanden, waar veel inwoners ontevreden waren over hun Habsburgse overheersers.

Smeekschrift der Edelen

Het groeiende aantal Nederlandse protestanten baarde keizer Karel zoveel zorgen, dat hij in 1550 besloot om de zogenaamde ‘bloedplakkaten’ uit te vaardigen. Hier stond in dat iedereen die met het protestantisme in verband kon worden gebracht, tot de dood zou worden veroordeeld. Het was het startschot voor wrede vervolging van Nederlandse protestanten. 1.300 van hen werden geëxecuteerd als gevolg van de bloedplakkaten.

Karels opvolger Filips II, die in 1555 het stokje van zijn vader overnam, ging door met de strenge vervolging van protestanten. In 1559 besloot hij om zijn halfzus Margaretha van Parma aan te stellen als landvoogdes van de Nederlanden. Zij voelde veel minder voor de strenge vervolgingen van de protestanten, hoewel ze door haar halfbroer was geïnstrueerd om deze door te zetten. Deze maatregelen stuitten echter op steeds meer weerstand bij zowel het volk als de edelen in de Lage Landen. Op 5 april 1566 boden tweehonderd Nederlandse edelen Margaretha daarom het ‘Smeekschrift der Edelen’ aan. Ze verzochten haar om religieuze tolerantie en de beëindiging van de vervolgingen. In reactie hierop zegde Margaretha toe om de bloedplakkaten tijdelijk op te schorten en de eisen aan Filips te overhandigen. De kans dat hij hierop in zou gaan was echter klein.

Het aanbieden van het Smeekschrift der Edelen aan Margaretha van Parma.

Opkomst van de hagenpreken

Als gevolg van het (vermeende) gedoogbeleid van Margaretha namen de protestantse activiteiten in de Lage Landen in korte tijd enorm toe. Calvinistische predikanten keerden terug uit ballingschap en begonnen op veel plekken in de Nederlanden zogenaamde ‘hagenpreken’ te houden. Een hagenpreek is een prediking in de buitenlucht, zo genoemd omdat de ‘haag’ in dit geval wees op ‘buiten de stad, waar hagen zijn’. De Franse Hugenoten hadden dit soort preken al in het begin van de jaren 1560 georganiseerd, en de praktijk had zich naar het noorden verspreid. In de Nederlanden werden de hagenpreken vaak bezocht door honderden, en soms zelfs duizenden mensen. Zij werden er soms van beschuldigd dat ze allemaal niet uit vrome, protestantse beweging de preken bijwoonden, maar dat het vooral onruststokers waren op zoek naar conflict.

Een van de eerste hagenpreken in de Nederlanden vond plaats op 30 juni 1566. Op het Zeeuwse eiland Walcheren verzamelden zich zo’n driehonderd calvinisten in een open veld om te luisteren naar schoenmaker Adriaan Jeroensz Obryg. Zo’n preek was niet zonder gevaar: openlijke uitingen van een niet-katholiek geloof waren nog steeds verboden, en als de Spaanse overheersers er lucht van kregen zouden ze zeker hard optreden. Ondanks deze risico’s, kwamen er in de loop van 1566 steeds meer mensen luisteren naar de hagenpreken. De aanhang voor het protestantisme groeide gestaag.

Beeldenstorm

Niet alleen de vervolging van protestanten zorgde voor onrust in de Nederlanden. De strenge winters van 1564 en 1565 en een handelsconflict hadden armoede en hongersnoden tot gevolg. De rijkdom van de rooms-katholieke kerk was een doorn in het oog van de hongerige bevolking, die steeds bozer werd. Ook deze misstanden kwamen aan bod bij de protestantse hagenpreken.

Op 10 augustus 1566 sloeg de vlam in de pan bij een hagenpreek van Sebastiaan Matte plaats in Steenvoorde, wat destijds in het zuiden van Vlaanderen lag. Hij zweepte de steeds bozere luisteraars op, en de situatie escaleerde. Ongeveer twintig toehoorders gingen het St.-Laurensklooster binnen en sloegen alle religieuze beelden kapot. Dit luidde het begin van de Beeldenstorm in. In de weken daarop vonden overal in de Nederlanden soortgelijke verwoestingen en plunderingen van katholieke gebouwen plaats. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden werd veel schade aangericht. 

Beeldenstorm in een kerk (schilderij uit 1630)

Tachtigjarige Oorlog

Filips II was woedend over de volksopstand en de vernielingen in katholieke heiligdommen. Hij stuurde een leger van 10.000 soldaten onder leiding van de gevreesde hertog van Alva, die Margaretha van Parma vanaf 1567 zou vervangen als landvoogd. Hij begon direct met een strenge vervolging van protestanten, en stelde een gerechtshof in dat de bijnaam ‘Bloedraad’ kreeg. De onderdrukking en onrust die volgde leidde tot de opstand van steeds meer Nederlandse edelen. Uiteindelijk brak in 1568 de Tachtigjarige Oorlog uit, die uiteindelijk zou resulteren in de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden.

De hagenpreken keerden in 1834 kortstondig terug tijdens de Afscheiding. Tijdens deze afsplitsing verlieten veel gereformeerden de Nederlandse hervormde kerk om eigen gemeentes op te richten. De prediken die toen in de openlucht werden georganiseerd worden ook hakenpreken genoemd.

BRONNEN

AFBEELDINGEN

  • Schilderij bovenaan: Pieter Brueghel the Elder, Public domain, via Wikimedia Commons
  • Aanbieden smeekschrift: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons
  • Beeldenstorm: Dirk van Delen, Public domain, via Wikimedia Commons.

Ook interessant: 

Landen: 

Personen: 

Religie: 

Tijdperken: 

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!