Bestandstwisten

De bestandstwisten tijdens het Twaalfjarig Bestand

De Tachtigjarige Oorlog wordt vaak herinnerd als een strijd van de opstandige Nederlandse protestanten tegen de katholieke Spaanse overheerser. De historische realiteit is echter dat de protestanten nauwelijks een eendrachtige groep geloofsgenoten waren. Midden in de Nederlandse Opstand brak er een ruzie uit tussen protestantse facties die de geschiedenis inging als ‘de Bestandstwisten’. Waar ging het conflict over?

Het Twaalfjarig Bestand: wapenstilstand

Aan het begin van de zeventiende eeuw waren zowel Spanje als de rebellerende Nederlandse gewesten uitgeput van veertig jaar strijd en gedwongen om over te gaan op vredesonderhandelingen. De onderhandelingen lagen gevoelig en het werd al snel duidelijk dat wapenstilstand het hoogst haalbare was. Na moeizame onderhandelingen kwamen de twee partijen tot een akkoord. Op 9 april 1609 werd het Twaalfjarig Bestand afgekondigd. Het langdurige neerleggen van de wapens bood zowel Spanje als Nederland een welkome adempauze en een kans de financiën weer op orde te krijgen. De Nederlandse overzeese handel, nijverheid en industrie bloeide op waardoor de welvaart fors toenam.

Tijd voor geestelijk herstel

De wapenstilstand bood daarnaast aan gelovigen in de Nederlanden de mogelijkheid om religieuze zaken opnieuw te ordenen. Zo konden veel katholieken in de Noordelijke gewesten naar het zuiden afreizen voor de nodige zielenzorg door geestelijken waar zij in hun eigen regio van verstoken waren. De katholieke kerken op Spaans grondgebied die in de strijd waren stukgeslagen werden opnieuw opgebouwd en gedecoreerd voor nieuw georganiseerde geloofsgemeenschappen. Ook voor de protestanten bood het Twaalfjarig Bestand de kans om zaken op orde te stellen. Veel regels over wat de protestantse leer nu eigenlijk inhield, wat de Kerk kon doen en hoe zij zich verhield tot te staat waren nooit opgeschreven. De discussie daarover leidde vaak tot conflicten.

Twisten over de predestinatieleer

Al voor het Twaalfjarig Bestand, in 1604, raakten twee Leidse theologen, Franciscus Gomarus en Jacobus Arminius in conflict over de predestinatieleer. Dat ging over de vraag hoeveel invloed mensen konden uitoefenen op wat er met hen zou gebeuren na de dood. Gomarus vond dat God’s macht zo groot was dat de mens geen invloed kon uitoefenen op zijn leven na de dood. Arminius wilde God’s macht niet in twijfel trekken, maar meende wel dat mensen vrijwillig konden kiezen om God’s genade af te wijzen. Gomarus verweet Arminius dat hij teveel aan katholieke gebruiken vasthield. In het katholicisme konden mensen hun zielenheil afkopen of beïnvloeden door goede werken te verrichten. Zover wilde Arminius niet gaan, hij wilde slechts erkennen dat de mens invloed had op zijn eigen lot. De ruzie die ontstond over de predestinatieleer vergde veel van Arminius, en hij overleed in 1609.

Het meningsverschil op grote schaal

In eerste instantie werd het meningsverschil vooral in de Leidse collegebanken uitgevochten. Studenten die Gomarus aanhingen noemden zich ‘gomaristen’ of ‘preciezen’ en zij die het met Arminius eens waren, heetten ‘arminianen’ of ‘rekkelijken’. De studenten namen hun overtuigingen na het afstuderen mee naar de kansel en betoogden die aan hun eigen geloofsgemeenschappen. Het meningsverschil was een drama voor alle calvinisten, die hun geloof als het enige ware geloof beschouwden en waarbinnen dus geen verdeeldheid mocht en kon bestaan. Iedereen was het erover eens dat er een oplossing moest komen. Maar in afwezigheid van een kerkelijk leider, zoals de Paus in de rooms-katholieke kerk, was het de vraag wie de beslissing moest nemen.

Geweld en schuilkerken

De arminiaanse minderheid werd behoorlijk onderdrukt en lastiggevallen door de vaak baldadige gomaristen. Daarom dienden zij in 1610 een verzoekschrift (remonstrantie) in bij de Staten van Holland waarin ze om bescherming vroegen. De gomaristen waren daar niet van gediend en dienden een contra-remonstrantie in. In 1614 grepen de Staten van Holland in en verboden dat de geloofskwestie vanaf de kansel besproken werd, maar de maatregel had weinig succes. Veel remonstrantse en contra-remonstrantse predikanten bleven desnoods ‘ondergronds’ in een schuilkerk hun standpunten verdedigen.

De bestandstwisten splijten de staat

De geloofstwisten waren een grote zorg voor de staat, omdat de verdeeldheid onder de protestanten slecht kon uitpakken wanneer het Twaalfjarig Bestand eindigde en de wapens tegen de Spaanse katholieken weer opgepakt moesten worden. De inmenging van stadhouder Maurits (contra-remonstrants) en raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (remonstrants) leidde bijna tot een burgeroorlog. Oldenbarnevelt liet in 1617 de Staten van Holland de Scherpe Resolutie aannemen, die stadbesturen in staat stelde gewapende lieden, zogenaamde ‘waardegelders’ in dienst te nemen, om gewelddadige contraremonstranten te bestrijden.

Dat schoot Maurits in het verkeerde keelgat. Met behulp van het zijn leger pleegde hij een staatsgreep door in het hele land remonstrantse bewindslieden uit hun functie te zetten en te vervangen door zijn eigen aanhangers. Bovendien organiseerde hij, tegen de wil van Oldenbarnevelt in, de Synode van Dordrecht om over de religieuze twisten te oordelen. De ‘waardegelders’ werden door Maurits’ leger tegengehouden en daarna door de Staten-Generaal afgedankt. Oldenbarnevelt werd gearresteerd en in 1619 onthoofd. Zo ontdeed Maurits zich van een van de meest bekwame politici van de Republiek en dwong hij eensgezindheid af. De religieuze conflicten verdwenen na de synode langzaam naar de achtergrond, maar daarmee had het land wel een van haar meest bekwame raadslieden verloren.

Leestip:

BestandstwistenFacetten van de Tachtigjarige Oorlog – Twaalf artikelen over de periode 1559-1652
Auteur: S. Groenveld
Uitgever: Verloren
ISBN: 9789087047269
Winkelprijs: €35,–

Bestel Facetten van de Tachtigjarige Oorlog

 

Bronnen:

  • A. van der Lem, De Opstand in de Nederlanden 1568 – 1648. De Tachtigjarige Oorlog in Woord en Beeld (Nijmegen 2014).
  • Kennislink/Marjolein Overmeer, ‘Maurits en de Bestandstwisten’

Afbeelding:

Het afdanken der waardgelders door prins Maurits op de Neude te Utrecht, 31 juli 1618. Joost Cornelisz. Droochsloot, 1625. [Public Domain via Wikimedia Commons]

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!